Schijn rond bezuiniging

De Tweede Kamer heeft gisteren het sociaal akkoord dat werkgeversorganisaties, vakcentrales en kabinet vorige week met elkaar sloten, in overgrote meerderheid met instemming begroet.

Dat is een politiek feit van belang. Slechts de PVV keerde zich ertegen. SP-leider Roemer bijvoorbeeld sprak van „een behoorlijke correctie op het regeerakkoord”.

Tegelijk haastten de oppositiefracties zich om te zeggen dat ze geen kruisje plaatsten bij het akkoord. En CDA-fractievoorzitter Van Haersma Buma zei: „De polder beslist niet.”

Nu was het akkoord tussen kabinet en sociale partners geen voorstel aan de Tweede Kamer, maar een mededeling en spreekt het vanzelf dat het mandaat bij de politici berust.

Het komt nu dus aan op de omzetting van het sociaal akkoord in wetsvoorstellen. Dan is duidelijk dat voor het kabinet de noodzaak blijft gelden naar wisselende meerderheden op zoek te gaan om zijn plannen ook in de Eerste Kamer erdoor te krijgen.

Voor sommige partijen, denk aan CDA en D66, zal dan gelden dat ze zich moeilijk tegen de hervormingen van het ontslagrecht en de WW kunnen keren. Ook al zijn deze hervormingen minder ingrijpend en komen ze trager tot stand dan wenselijk zou zijn, vanuit hun optiek zijn ze een verbetering ten opzichte van de bestaande situatie.

Dat is vandaag, de dag waarop het CBS bekendmaakte dat in Nederland het absolute aantal werklozen (643.000) in maart het niveau van de jaren tachtig heeft bereikt, een relevante constatering.

Het debat maakte gisteren ook duidelijk dat de passage in het sociaal akkoord over de extra bezuinigingen voor 2014 die van tafel zouden zijn, niet veel meer is dan een schijnbeweging. Die wellicht handig of zelfs noodzakelijk was om tot het op zichzelf nuttige sociaal akkoord te komen. Maar ook maskeert deze manoeuvre dat de bezuinigingen hoogstwaarschijnlijk op het daarvoor geëigende moment, in de Miljoenennota op Prinsjesdag, geheel of gedeeltelijk terugkomen.

Of andere bezuinigingen, want de coalitie maakte de oppositie gisteren duidelijk dat over de inhoud van het eerder in maart gepresenteerde bezuinigingspakket van 4,3 miljard euro te praten valt.

Niettemin is een ander politiek feit dat het kabinet, gesteund door beide regeringsfracties, vasthoudt aan een maximaal begrotingstekort in 2014 van 3 procent. Premier, noch minister van Financiën, noch de fractieleiders van VVD én PvdA lieten daar twijfel over bestaan. Tenzij zich een wonderbaarlijk snelle opleving van de economie voordoet, wachten kabinet en parlement dus nog ingrijpende, pijnlijke en omstreden besluiten.