Hoe BP de grootste olieramp ‘schoonwast’

De olieramp van 2010 in de Golf van Mexico was nog erger dan we al wisten. Olieconcern BP offerde de gezondheid van schoonmakers en omwonenden op om de olievervuiling te laten „verdwijnen”, althans van de televisieschermen.

Na de explosie van een boorplatform van BP stroomde bijna 800 miljoen liter ruwe olie in de Golf van Mexico.
Na de explosie van een boorplatform van BP stroomde bijna 800 miljoen liter ruwe olie in de Golf van Mexico. Foto Bloomberg

‘Het is net zo veilig als een afwasmiddel.” Dat zei BP tegen Jamie Griffin over de stinkende smurrie, in alle kleuren van de regenboog, die zich op de vloer bevond van het „drijvende hotel” waar Griffin tijdens de ramp met het BP-platform honderden schoonmakers van voedsel voorzag. Blijkbaar namen zij de smurrie met hun laarzen mee naar binnen. Griffin, chefkok, probeerde het op te ruimen.

„De vertegenwoordiger van BP zei: ‘Jamie, dweil het gewoon op, net zoals je dat bij elke andere vieze vloer zou doen’,” herinnert Griffin zich, in haar voor Louisiana typische tongval.

Het waren de eerste weken van wat de Amerikaanse president Barack Obama „de ergste milieuramp in de Amerikaanse geschiedenis” zou noemen. Op 20 april 2010 had een hevige explosie op het boorplatform Deepwater Horizon elf werknemers gedood en zeventien verwond. Bijna twee kilometer onder de zeespiegel was de Macondo-bron ontploft, waardoor olie in de Golf van Mexico vloeide.

Visgebieden liepen gevaar, waar een derde van al het zeevoedsel vandaan kwam dat in de VS werd geconsumeerd, evenals de stranden van Texas tot Florida, die dankzij het toerisme miljarden dollars voor de lokale economieën opleverden. En ook herverkiezing van Obama was in het geding. De Republikeinen vielen hem aan, zijn scores in de peilingen gingen omlaag, en zelfs zijn dochter van elf vroeg hem: „Papa, heb je het lek al gedicht?”

Griffin deed wat haar werd gezegd: „Ik probeerde Pine-sol, bleekmiddel, en zelfs Dawn op die vloer.” Terwijl ze schrobde, spatte het mengsel van schoonmaakmiddel en smurrie af en toe op haar armen en in haar gezicht.

Na een paar dagen hoestte de 32-jarige alleenstaande moeder bloed en had ze voortdurend hoofdpijn. Ze verloor haar stem. „Mijn keel voelde aan alsof ik scheermesjes had ingeslikt”, zegt ze.

En daarna werd het nog veel erger.

Net als honderden, mogelijk duizenden anderen die bij de schoonmaak hielpen, viel Griffin al snel ten prooi aan een reeks ondraaglijke, bizarre en groteske aandoeningen.

In juli vervormden voortdurende spierkrampen haar handen tot onbeweeglijke klauwen. In augustus begon ze haar kortetermijngeheugen te verliezen. Op een morgen stapte ze in haar auto om naar haar werk te gaan, om tot de ontdekking te komen dat ze vergeten was haar broek aan te trekken. De rechterkant van haar lichaam „begon raar te doen. Het voelde alsof al mijn zenuwen blootlagen. Het was heel pijnlijk.”

„Dit zijn dezelfde symptomen waar soldaten last van hadden die uit de Golfoorlog terugkeerden met het Golfoorlogsyndroom”, zegt Michael Robichaux, arts en oud-senator van Louisiana, die Griffin en 113 andere patiënten met soortgelijke klachten heeft behandeld.

Intussen bleef de Macondo-bron maar olie spuwen. Er gingen maar liefst 87 dagen voorbij voordat het lek op 15 juli werd gedicht. Tegen die tijd was er bijna 800 miljoen liter ruwe olie de Golf ingestroomd, waardoor dit de grootste onbedoelde olieramp in de geschiedenis werd.

Maar drie jaar later is de ramp met het BP-platform grotendeels vergeten. De woede onder de bevolking is afgenomen. De media zijn allang weer ergens anders mee bezig. Vandaag de dag bericht louter de zakelijke pers serieus over wat de Financial Times „de rechtszaak van de eeuw” noemt – de rechtszaak in New Orleans, waarin BP tientallen miljarden dollars aan boetes boven het hoofd hangen.

Een dergelijk collectief geheugenverlies lijkt misschien verrassend, maar er is een goede verklaring voor: BP heeft een doofpotoperatie in gang gezet, die de volle omvang moest verhullen van de grove nalatigheden waarvan het bedrijf wordt beschuldigd.

Deze doofpotoperatie heeft voorkomen dat de media en dus het publiek te weten zijn gekomen – en bovenal: hebben gezien – hoeveel olie er werkelijk in de Golf terecht is gekomen. Daardoor leek de ramp veel minder omvangrijk en veel minder schadelijk dan zij in werkelijkheid was.

BP weigerde elk commentaar.

Wat het meest verbazingwekkend was aan deze doofpotoperatie? Dat zij in alle openheid plaatsvond, voor de neus van ’s werelds nieuwsmedia, die er niets van begrepen, inclusief, hoe spijtig ook, deze verslaggever.

Het belangrijkste instrument in de doofpotoperatie was hetzelfde spul waar Griffin en talloze andere schoonmakers en omwonenden blijkbaar ziek van zijn geworden. Zijn merknaam was Corexit (van: ‘corrects it’, het corrigeert; begrijpt u?), maar in de meeste berichten werd er simpelweg naar verwezen als een „oplosmiddel”. Het moest zich hechten aan de gelekte olie, die afbreken tot druppeltjes en oplossen in de onmetelijke wateren van de Golf, zodat de olie de kusten nooit zou bereiken.

De bijna 7 miljoen liter Corexit die BP tijdens de schoonmaak heeft gebruikt en waarvan het grootste deel met behulp van vliegtuigen over de olievlekken werd uitgesproeid, diende beslist een pr-doel: de olievervuiling verdween, althans van de tv-schermen.

Eind juli 2010 vroegen Associated Press en The New York Times zich zelfs af of de ramp echt wel zo groot was geweest als iedereen dacht. Time ging zo ver om te beweren dat de rechtse radiocommentator Rush Limbaugh „een punt had” toen hij journalisten en milieuactivisten ervan had beticht de crisis te overdrijven.

Maar BP had wel een probleem: het concern had gelogen over de veiligheid van Corexit. Het bewijs daarvoor viel later in handen van het Government Accountability Project (GAP), de voornaamste groepering in de VS die ijvert voor de bescherming van klokkenluiders.

Tijdens het onderzoek dat GAP instelde, kwam een anonieme klokkenluider met harde feiten: een technische handleiding die BP had ontvangen van Nalco, de firma die de Corexit had geleverd die in de Golf was gebruikt.

Een kopie van deze handleiding staat in het rapport dat GAP uitbracht, ‘Deadly Dispersants in the Gulf’ (Dodelijke oplosmiddelen in de Golf) [whistleblower.org/GulfTruth]. Op basis van interviews met tientallen schoonmakers, wetenschappers en omwonenden komt GAP tot de slotsom dat de gezondheidsproblemen waar Griffin aan leed ook veel andere mensen en ecosystemen hebben getroffen.

Het besluit van BP om Corexit te gebruiken leidde tot waarschuwingen van wetenschappers en een toonaangevende niet-gouvernementele organisaties, het Louisiana Environmental Action Network. De wetenschappelijk adviseur van deze ngo, Wilma Subra, maakte zich vooral zorgen over de giftigheid van het mengsel van ruwe olie en Corexit.

„Tot de kortetermijnsymptomen behoren acute ademhalingsproblemen, huiduitslag, hart- en vaataandoeningen, darmstoornissen, en kortstondig geheugenverlies”, zei Subra tegen GAP. „Tot de langetermijngevolgen behoren kanker, een verminderde longfunctie en beschadigingen aan lever en nieren.”

Negentien maanden nadat het boorplatform was geëxplodeerd, bleek uit een onderzoek dat werd gepubliceerd in het tijdschrift Environmental Pollution, dat ruwe olie 52 maal giftiger wordt in combinatie met Corexit.

Op 19 mei 2010 schreef directeur Lisa Jackson van het US Environmental Protection Agency, het Amerikaanse milieubureau, aan BP een brief, waarin zij vroeg een minder giftig middel te gebruiken. Zij kon BP niet dwingen, omdat het gebruik van Corexit was toegestaan op grond van de US Oil Pollution Act, de Amerikaanse wet over olievervuilingen.

„De keuze ging tussen potentiële schade in diep water en de mogelijkheid dat grotere hoeveelheden niet opgeloste olie in de ecologisch rijke kustwateren terecht zouden komen”, zegt Jackson nu.

BP schreef Jackson op 20 mei terug. Het concern herhaalde dat Corexit veilig was en dat er voldoende van beschikbaar was, in tegenstelling tot andere oplosmiddelen.

Maar Corexit was niet veilig, zoals blijkt uit de handleiding die BP van leverancier Nalco kreeg. Het zogenoemde Vessel Captains Hazard Communication Resource Manual (Handleiding voor scheepskapiteins in geval van ongelukken) bevat 61 pagina’s waarin de wetenschappelijke eigenschappen van Corexit worden uiteengezet, evenals de gezondheidsrisico’s en de aanbevolen veiligheidsmaatregelen.

BP heeft in de Golf twee soorten Corexit gebruikt. Volgens de handleiding is Corexit 9527 „prikkelend voor ogen en huid. Herhaaldelijke of buitensporige blootstelling … kan schade veroorzaken aan rode bloedcellen (hemolyse), nieren of de lever”.

De handleiding voegt eraan toe dat „buitensporige blootstelling tevens kan leiden tot gevolgen voor het centrale zenuwstelsel, en misselijkheid, braken en verdoving kan veroorzaken”. Geadviseerd wordt „het niet in de ogen, op de huid of op de kleding te laten komen” en „beschermende kleding te dragen”.

Voor het tweede oplosmiddel, Corexit 9500, luidde Nalco’s advies: „Zorg ervoor dat het niet in de ogen, op de huid of op de kleding komt”, „Vermijd inademing van dampen” en: „Draag beschermende kleding”.

Op grond van de Amerikaanse wet zijn bedrijven verplicht dit soort informatie te verspreiden op werkplekken waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Deze procedure werd tijdens BP’s schoonmaakoperatie niet of nauwelijks gevolgd, zegt de klokkenluider die de handleiding aan GAP gaf.

„Ik heb begrepen dat aan het begin [van de schoonmaakoperatie] een aantal handleidingen is meegestuurd met de leveringen van Corexit”, aldus deze bron. „Maar vervolgens heeft BP Nalco opgedragen daarmee op te houden. Dus bleef Nalco zitten met een grote hoeveelheid ongebruikte handleidingen.”

Nogmaals, BP weigerde elk commentaar.

Roman Blahoski, directeur communicatie van Nalco, zegt dat zijn bedrijf „nooit betrokken is geweest bij enig besluit over gebruik, volumes of toepassing van dit oplosmiddel”.

‘Het gaat niet om de misdaad, maar om het verdoezelen ervan.” Sinds het Watergateschandaal van de jaren ’70 is dat altijd de mantra geweest. Doofpotoperaties werken niet, zo is het argument. Ze zorgen er alleen maar voor dat de problemen groter worden, omdat de waarheid uiteindelijk toch altijd boven water komt.

Maar is dat ook zo?

Nadat GAP BP ervan had verwittigd de Nalco-handleiding in handen te hebben, stemde BP in met een bijeenkomst op zijn kantoor in Houston, op 10 juli 2012. BP-functionarissen betwistten de authenticiteit van de Nalco-handleiding niet, aldus Thomas Devine, de advocaat van GAP in deze zaak.

Maar BP zou hebben geweigerd in te gaan op de beschuldiging dat het concern opdracht had gegeven om de handleiding van de werkplekken weg te houden. „Hun advocaten zeiden dat dit een zaak was die ze niet wilden bespreken, vanwege de hangende rechtszaken over de olieramp”, aldus Devine.

En zo is de ergste milieuramp uit de Amerikaanse geschiedenis ‘schoongewassen’ – de werkelijke omvang ervan verdoezeld, zijn de slachtoffers vergeten en de lessen genegeerd – althans tot nu toe. Wie zei ook weer dat doofpotoperaties nooit werken?

Mark Hertsgaard is verbonden aan de denktank New American Foundation. Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met het fonds voor onderzoeksjournalistiek van het Nation Institute. Vertaling: Menno Grootveld