De Uitspraak: Mag je een verkoop ongedaan maken als de waarde tien keer zo hoog lag?

Mag je terugkomen op de verkoop van een schilderij als de handelaar het voor een veelvoud doorverkoopt? Met commentaar van NJB medewerkers Reinier Russell, advocaat gespecialiseerd in kunstrecht en Eltjo Schrage, hoogleraar privaatrecht, beiden in Amsterdam.

De Zaak. Een kunsthandelaar koopt van een particulier twee schilderijen en betaalt er samen 4000 euro voor. Op de factuur schrijft hij „Schilderij van Vertin (?), getiteld Stadsgezicht” en: „Schilderij van Evertse (?), getiteld Stadsgezicht Enkhuizen”. De rechtszaak gaat over het laatste schilderij van de hand van de Amsterdamse genreschilder Adrianus Eversen (1818-1897) van stadsgezichten.

De handelaar laat dit schilderij restaureren en opnieuw inlijsten, voor ongeveer 4300 euro. Daarna biedt hij het opnieuw te koop aan. In de verkoopcatalogus geeft hij voor dit schilderij van Eversen een prijsindicatie van 50.000 tot 70.000 euro.

Die catalogus komt onder ogen van de vorige eigenaar. Die stuurt een boze brief. Daarin vernietigt hij het koopcontract op basis van bedrog, dwaling en het niet nakomen van de wettelijke informatieplicht door de handelaar. Hij wil het schilderij terug, of tenminste een bedrag van 20.000 euro, met rente.

De rechtbank wijst die eis toe. Het verschil tussen aankoop van 2 mille en de verwachte waarde is zo groot, daarover had de handelaar de koper moeten vertellen.

Daarop gaat de handelaar in beroep. Inmiddels is de verkoper overleden. Zijn erfgenaam vindt dat de koop correct is verlopen.

Wat wisten partijen over het schilderij bij de verkoop?

Ze gingen er beide vanuit dat het een schilderij van Eversen was. Een deskundige taxeerde op verzoek van de rechtbank het schilderij ‘in vuile staat’ op maximaal 22.500 euro. Omdat dit schilderij is schoongemaakt zou het op een veiling „iets onder dat bedrag uitkomen”. Het wordt dan niet meer gezien als ‘nieuw voor de markt’. Op basis van deze taxatie wil de oorspronkelijke eigenaar dan ook gecompenseerd worden door de handelaar tot 20.000 euro.

Vindt het Hof ook dat er sprake was van dwaling?

Nee. Het Hof zegt dat ‘waarde’ „geen intrinsieke eigenschap” van het schilderij is, maar uit de eigenschappen van het schilderij voortvloeit. Waarde is veranderlijk „en kan verschillen in verschillende markten”. Koper en verkoper wisten bij de overeenkomst dat het schilderij een authentiek werk van Eversen was. Zij wisten beiden wat ze deden. De verkoper bood zelf twee schilderijen aan en ging akkoord met de geboden prijs. „Onder die omstandigheden” kan er geen bedrog, dwaling of onrechtmatig handelen worden aangenomen. „In beginsel komt het voor risico van de verkoper dat bij de verkoop van een zaak waarvan hij de intrinsieke eigenschappen kent, een lagere koopprijs tot stand komt dan overeenkomt met de op dat moment en in die markt aan de zaak toe te kennen waarde in het economische verkeer.”

Ook vindt het Hof het verschil tussen twee- en twintigduizend euro niet zo groot dat die niet voor het risico van de verkoper hoeft te komen. Ook niet als de koper een professionele handelaar is, deskundig op dit gebied. De handelaar krijgt dus gelijk en hoeft niet bij te betalen. De verkoper moet het doen met 2000 euro.

Lees hier de uitspraak (LJ Z5643)

Reageren? Volledige naamsvermelding verplicht.