Online leren spekt vooral de commercie

Online vakken volgen lijkt zo aantrekkelijk. Maar pas op: er zitten grote nadelen aan, waarschuwt Linda Duits. De kwaliteit van het onderwijs is er niet bij gebaat.

In januari verlaagde Moody’s de status van het Amerikaanse hoger onderwijs. Het is tekenend dat een kredietbeoordelaar uitspraken doet over het businessmodel achter een onderwijssysteem. Vanuit het marktdenken heeft Moody’s gelijk: onderwijsinstellingen leunen te sterk op teruglopende financiering door de overheid. Ook Nederlandse universiteiten worstelen hiermee. Ze proberen de kosten te drukken door groepen te vergroten, het aantal uren dat docenten aan een vak mogen besteden te verlagen en het studierendement te verhogen. Eisen worden naar beneden bijgesteld; studenten worden meer bij de hand genomen.

Daarnaast zetten universiteiten hoog in om studenten binnen te halen die meer opbrengen. Zo is de Universiteit Utrecht sinds maart met een extern consultancybureau actief op Chinese sociale netwerksites. Dit is verdienstelijk omdat studenten van buiten de Europese Unie een variabel instellingstarief betalen, veel hoger dan het wettelijk collegegeld van 1.835 euro. Een alfa-bachelor in Leiden kost 10.800; een master tandheelkunde aan de UvA 25.000 euro.

In dit licht van profilering moeten we ook de komst van de Massive Open Online Course zien. Dat is een online vak, met een startdatum en een eindtoets. Deze online vakken zijn open: het cursusmateriaal is toegankelijk voor iedereen met internet en voldoende kennis van het Engels. Ze zijn echter vooral een vorm van reclame. Ze steunen op het teaser-idee: je krijgt eerst iets gratis, maar als je meer wilt, moet je gaan betalen.

Universiteiten bieden de online vakken niet zelf aan, maar gebruiken hiervoor speciale platforms. De drie grote aanbieders zijn Coursera, Udacity en edX. Zij accepteren alleen topuniversiteiten. Online vakken volgen is zo een manier voor instituties als Harvard en MIT om zich te onderscheiden en hun status als topinstelling te bestendigen. Alleen: je volgt wel een vak aan Harvard, maar je krijgt geen Harvard-diploma. Aan het Massive Open Online Course-certificaat kun je geen recht ontlenen. Wil je ‘fysiek’ studeren, dan betaal je daarvoor torenhoog collegegeld. Met online vakken versterken universiteiten dus hun merkwaarde.

Er zijn meer nadelen. Coursera en Udacity zijn bedrijven met een winstoogmerk; EdX is not-for-profit. Alle drie zijn typische start-ups: op dit moment is er nog geen helder verdienmodel, maar er zijn wel investeerders die erin geloven. Deze start-ups kunnen online vakken gratis aanbieden omdat ze door de belastingbetaler worden gefinancierd. De UvA besteedde naar eigen zeggen tienduizenden euro’s aan haar eerste online vak.

Deze commerciële aanbieders zien verschillende manieren om geld te verdienen. Coursera overweegt deelnemers een klein bedrag te vragen voor het certificaat en ziet kansen als intermediair tussen bedrijven en werkzoekenden. Mogelijk worden de cursussen verkocht aan community colleges die de inhoud als regulier lesmateriaal kunnen aanbieden. Het is ook denkbaar dat deze bedrijven de studentgegevens doorverkopen.

Digitalisering kan een goede manier zijn om geld te besparen. In plaats van een dure collegezaal te huren, kunnen studenten video’s kijken. In plaats van papers te laten schrijven, kun je hun kennis toetsen door ze multiplechoicevragen te laten beantwoorden. Het aanbieden van open onderwijs voor iedereen is niet haalbaar, dus bied je via een bedrijf een online vak aan dat iets soortgelijks belooft. Het zijn allemaal Pyrrusoverwinningen. Hoorcolleges zijn een slechte onderwijsvorm, maar dat los je op door kleinschaliger onderwijs aan te bieden, niet door 40.000 studenten in een online vak te zetten. Het online vak is een rookgordijn. De nadelen blijven onbenoemd en de commercialiseringsgolf blijft verhuld. In die golf gaat het om imago, om rendement, om profilering. Het gaat om van alles maar heel duidelijk niet om het allerbelangrijkste: de kwaliteit van het universitair onderwijs.

Linda Duits is publicist en freelance docent. Als onderzoeker is ze verbonden aan de Universiteit Utrecht.