Nationaal beleid remt herstel wereldeconomie

Het ontbreken van mondiale coördinatie is het grootste gevaar voor het herstel van de wereld- economie. Beleid wordt alleen nog maar op natio-naal niveau gemaakt.

Washington. - Het is vanuit Europees perspectief wellicht moeilijk te geloven, maar volgens het Internationale Monetaire Fonds gaat het beter met de wereldeconomie.

Weliswaar schaafde het IMF 0,2 procentpunt af van de wereldwijde economische groei in 2013, tot 3,3 procent, maar de vooruitzichten voor 2014 staan op 4 procent groei. Die moet komen van een versnelling in de tweede helft van dit jaar. „De mondiale vooruitzichten zijn opnieuw verbeterd”, aldus het Fonds. De grote risico’s die het een half jaar geleden nog zag – het oplaaien van de eurocrisis en een verlamming van de Amerikaanse overheid door politieke ruzie over de begroting – zijn enigszins geweken.

Dat betekent niet dat de toekomst nu plotseling rooskleurig is. Er kan nog van alles fout gaan, vooral bij het economische beleid en de internationale coördinatie daarvan. Drie lijvige rapporten die gisteren verschenen brengen tussen de regels door één belangrijke boodschap aan de ministers van Financiën en de centrale bankiers die zich komend weekeinde in Washington voor de voorjaarsvergadering van het IMF verzamelen: alstublieft, verpest het ditmaal niet.

Dat verpesten kan vooral op één manier: de begrotingspolitiek. Olivier Blanchard, de chef-econoom van het IMF, maakte allereerst duidelijk dat de automatische bezuinigingen die in de VS zijn ingegaan weliswaar niet zo erg zijn als gevreesd, maar toch goed zijn voor 1,8 procent van het bbp. De nadelige invloed daarvan drukt de groei dit en volgend jaar volgens het IMF met 2 procentpunten tot respectievelijk 2 en 3 procent.

Het grootste risico blijft het bezuinigingsbeleid in Europa, waar een laag (consumenten)vertrouwen en lage particuliere bestedingen niet kunnen worden gecompenseerd door vraag van buiten. Landen die daar de ruimte toe hebben zouden volgens het IMF nu niet verder moeten bezuinigen, maar hun begroting moeten laten meedeinen met de economie. En landen die het zich kunnen permitteren – lees: Duitsland – zouden juist een actiever bestedingsbeleid moeten voeren. Het gevaar bestaat dat de maatschappelijke polarisatie verder om zich heen grijpt naarmate de recessie langer duurt. Ook dit jaar krimpt de eurozone, om volgend jaar met maar een schamele procent te groeien.

Japan voert intussen een revolutionair monetair beleid, waarbij de geldhoeveelheid in twee jaar moet verdubbelen om de deflatie te keren. En China, met relatief zwakke groei van 7,7 procent, kan zich niet langer verlaten op de groei van de rest.

Hoe dit op te lossen? De Fiscal Monitor van het IMF besteedt deze lente veel aandacht aan schuldreductie op de middellange termijn, maar breekt ironisch genoeg juist een lans voor rekkelijkheid op de korte termijn.

Het herstel van de wereldeconomie is nog te pril, en te ongelijk verdeeld, om gezamenlijk de teugels aan te halen, hoe nodig dat voor de lange termijn ook is. Want er is maar één manier de beste om een schuldquote laten dalen, en dat is groei.

Dat gezamenlijk te bereiken is lastig in een wereld die op dit moment drie snelheden kent: hard in de opkomende landen, redelijk op stoom in de VS en sputterend in Europa. Het IIF, de internationale denktank van de banken, laakte gisteren het gebrek aan samenwerking. Beleid is volgens het IIF vrijwel alleen gemaakt op basis van nationale overwegingen. „Bij de begrotingspolitiek heeft dit gebrek aan coördinatie geleid tot het verplichten van de landen met een groot tekort tot aanpassingen, zonder compenserend begrotingsbeleid van landen die er sterker voor staan. Dat heeft tot een economie geleid die over de gehele linie zwakker is”.

Zelfs de banksector pleit zo voor rekkelijkheid in de begrotingspolitiek, maar de kans dat daar dit weekeinde een groot plan voor komt, is klein. Daarvoor lopen de meningen over economische politiek wereldwijd en binnen Europa te ver uiteen.

Europa speelt daarin een cruciale rol. De wereldeconomie, zei Blanchard gisteren, is op dit moment zo zwak als haar zwakste schakel. En in welk werelddeel die schakel ligt, is geen geheim.