Deken die tuchtklacht Moszkowicz indiende, was zelf onzorgvuldig

Een archieffoto van advocaat Kemper uit 2006, ten tijde van de rechtszaak van prinses Margarita tegen haar ex-echtgenoot Edwin de Roy van Zuydewijn. Foto ANP / Marcel Antonisse

Het Hof van Discipline, de hoogste tuchtrechter voor advocaten, heeft afgelopen maandag een tuchtklacht tegen de Amsterdamse advocaat en deken Germ Kemper gedeeltelijk gegrond verklaard. De klacht tegen Kemper was ingediend door Edwin de Roy van Zuydewijn.

De Roy had de klacht ingediend vanwege een publicatie in de Story in november 2010. Kemper had zich door het roddelblad laten interviewen over de stand van de rechtspraak en advocatuur in Nederland. Aanleiding was onder meer de rechtszaak tussen De Roy van Zuydewijn en zijn ex-vrouw prinses Margarita over de vraag of zij hem alimentatie zou moeten betalen.

Opmerkelijk: Kemper diende zelf aanklacht in tegen Moszkowicz

Het is opmerkelijk dat de deken van de orde van advocaten zich moet verantwoorden voor de tuchtrechter. De deken is juist degene die toezicht moet houden op de advocaten in zijn arrondissement en klachten over advocaten in ontvangst neemt, beoordeelt en indien nodig doorstuurt naar de Raad van Discipline.

Zo diende Kemper vorig jaar als deken een tuchtklacht in tegen advocaat Bram Moszkowicz wegens het overtreden van verschillende regels. Moszkowicz werd daarna door de Raad van Discipline geschrapt als advocaat. Het hoger beroep loopt nog.

Hof: Kemper is onzorgvuldig geweest

Kemper liet zich in de Story als deken uit over deze zaak en zei in het stuk dat hij van de alimentatiekwestie “toevallig” een en ander wist en dat er sprake was van “een gigantisch misverstand aan de kant van de advocaat van de klager”. In het artikel stond echter niet dat Kemper naast deken óók advocaat was van prinses Margarita en daardoor dus van de alimentatiekwestie op de hoogte was.

Volgens De Roy van Zuydewijn had Kemper daardoor onder meer als deken misbruik van zijn positie gemaakt, door bij te dragen aan een negatieve beeldvorming in de media over hem. Ook had Kemper zich volgens De Roy negatief en neerbuigend uitgelaten over de advocaat die hem toen bijstond en ook onder het toezicht van Kemper als deken valt.

Het Hof oordeelt dat Kemper bij het interview “niet de zorgvuldigheid heeft betracht” die van hem als deken “in het publieke optreden” mag worden verwacht. Ook vindt het Hof het “niet passend” dat Kemper zich als deken uitliet over een zaak waarbij zijn cliënt Margarita betrokken was. Zover heeft het Hof de klacht gegrond bevonden. De klacht over de uitlatingen van Kemper over de advocaat van De Roy van Zuydewijn vindt het Hof niet ontvankelijk onder meer omdat De Roy geen belanghebbende is.

Het Hof heeft Kemper geen maatregel opgelegd omdat hij zelf al expliciet had aangegeven de publicatie in het blad Story te betreuren.

    • Tom Kreling