Opinie

De verwachting voor morgen: nog slechter

Het kan zomaar gebeuren. Opeens ziet u het ook. Die groene waas van herstel. Morgen publiceert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de werkloosheidscijfers over de maand maart. Vrijdag volgt het consumentenvertrouwen.

Gezien het tijdstip van de twee metingen kan het donderdag gesloten sociaal akkoord tussen kabinet, vakbeweging en werkgevers geen rol spelen in de uitkomsten. Toch kan minister-president Rutte (VVD) zich maar beter met sterkere teksten dan ‘ik zie een groene waas’ voorbereiden op wat tegenslag.

Het consumentenvertrouwen is voor buitenstaanders onpeilbaar en de directe gevolgen voor de consumptie zijn beperkt. Het is een stemmingsbarometer, die al geruime tijd extreem laag staat. En dus alleen maar omhoog kan.

De werkloosheid heeft echter wel meteen economische betekenis. Mensen zijn werkelijk werkloos en zien hun inkomen (op termijn) dalen en handelen daarnaar. Gezien de fase van de economie, de aangekondigde ontslaggolven bij grote ondernemingen en het hoge niveau van faillissementen kan de werkloosheid maar één kant op. Omhoog. Dat is in overeenstemming met de ramingen van het Centraal Planbureau.

Werkloosheidscijfers lopen altijd achter de economie aan. Bij een omslag naar een recessie, zoals begin 2009, duurt het tijden voordat de trendbreuk zichtbaar wordt in stijgende werkloosheidscijfers. Bij een omslag naar robuuste economische groei moet de werkloosheid eerst hoger worden voordat het verbetert.

Hoeveel zorgen moet Rutte zich maken? In VNO-NCW-opinieblad Forum is centrale bankpresident Klaas Knot opmerkelijk optimistisch. „Ik verwacht dat we op klassieke wijze uit de recessie zullen komen, dus eerst herstel van de export, dan komen de bedrijfsinvesteringen en uiteindelijk volgt de consumptie.”

Het zit ’m in dat woord uiteindelijk. Want nú gaat het niet gebeuren. Oorzaak? Die werkloosheid. Oplopende werkloosheid drukt de groei van het besteedbaar inkomen en daarmee de consumptiegroei. Misschien wel belangrijker is dat oplopende werkloosheid mensen stimuleert om meer geld te sparen voor slechtere tijden. Dit sparen-uit-voorzorg-motief is heel potent, zo blijkt uit onderzoek eind vorig jaar van twee economen van het Tinbergen Institute, Yvonne Adema en Lorenzo Pozzi. In een recessie sparen mensen een groter deel van hun inkomen. Dat remt bestedingen. En omdat zij dat doen hebben banenplannen van overheden om werkloosheid te bestrijden ook minder invloed op de economie dan politici denken. Banen leveren de werknemers wel meer inkomen op dan een uitkering, maar zij sparen een groter deel, zodat de bestedingsimpuls tegenvalt.

Het politiek-sociaal akkoord van donderdag heeft de scherpste kanten van het regeerakkoord ongedaan gemaakt. Bonden én banken kunnen content zijn. Hun leden en klanten lijden minder inkomensverlies bij werkloosheid. Dat moet verdere ondermijning van de koophuizenmarkt stoppen. Op die markt moet het herstel beginnen. Kleine verschuivingen op de huizenmarkt kunnen indrukwekkende gevolgen hebben voor de klandizie van keukenbedrijven, parketleggers, verhuizers en doe-het-zelf winkels. Maar dat gebeurt niet morgen of overmorgen.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.