Na tien jaar debat schrapt Tweede Kamer verbod op godslastering

D66-Kamerlid Gerard Schouw, SP-Kamerlid Jan de Wit en oud-Kamerlid Boris van der Ham (destijds initiatiefnemer) vorige week tijdens het debat over het laten vervallen van het verbod op godslastering in het Wetboek der Strafrecht. Foto ANP / Martijn Beekman

Na jaren van politieke discussie heeft de Tweede Kamer ingestemd met het schrappen van het verbod op godslastering. Behalve de christelijke partijen CDA, ChristenUnie en SGP stemden alle partijen voor de wetswijziging, die was voorgesteld door SP en D66, meldt persdienst Novum.

Vorige maand waarschuwden ChristenUnie en SGP dat hun steun aan kabinetsplannen, soms nodig voor een meerderheid in de Eerste Kamer, in gevaar zou komen als de regeringspartijen VVD en PvdA voor het schrappen van het verbod zouden stemmen. Die waarschuwing sloegen VVD en PvdA in de wind.

De politieke discussie over het verbod op godslastering, dat stamt uit de jaren dertig, laaide op nadat toenmalig minister van Justitie Piet Hein Donner (CDA) in 2004 had gemeld dat hij wilde onderzoeken of het verbod moest worden uitgebreid. Donner deed dat naar aanleiding van de moord op Theo van Gogh.

Naar aanleiding van het voornemen van Donner stelde D66 voor het verbod, ooit ingevoerd door de grootvader van Donner, juist helemaal te schrappen. De politieke discussie sleept zich sindsdien voort. Tijdens de vorige kabinetsperiode trok de VVD haar steun voor afschaffing van het verbod in, om de SGP niet voor het hoofd te stoten. De SGP was officieus gedoogpartner van het toenmalige kabinet.

De Eerste Kamer moet zich nog uitspreken over het schrappen van het verbod.

Laatste veroordeling in 1965

De laatste veroordeling voor godslastering stamt uit 1965. Gerard van het Reve schreef een artikel in tijdschrift Dialoog over de vleeswording van God tot ezel: “(…) ik zal Hem begrijpen en meteen met Hem naar bed gaan, maar ik doe zwachtels om Zijn hoefjes, dat ik niet te veel schrammen krijg als Hij spartelt bij het klaarkomen.” Ophef alom. Een SGP-Kamerlid noemde het stuk “godslasterlijk” en “satanisch van inhoud”. Een juridische strijd volgde – tot en met de Hoge Raad.

En die sprak Van het Reve in 1968 vrij. De Raad verwees naar het woordje smalend: er zou pas sprake zijn van een strafbaar feit bij uitdrukkelijke opzet tot het beledigen van God.

Het Ezel-arrest was de genadeslag voor artikel 147. Sindsdien zijn er geen veroordelingen meer geweest.