Opinie

Primaat gaat van politiek naar polder

WAARSCHUWING: IN DEZE COLUMN KAN SOMBERTE VOORKOMEN. ALS U BEGAAN BENT MET DE NEDERLANDSE ECONOMIE LEES DE COLUMN DAN NIET.

Want voor u het weet koopt u die nieuwe auto of badkuip niet. En u weet wat onze premier heeft gezegd: als we nou allemaal maar een beetje vertrouwen zouden hebben in de toekomst, als we nou allemaal die auto wél kopen, dan hoeven we nooit meer te bezuinigen, dan hoeven politici en sociale partners elkaar niet meer gek te polderen en dan komt alles gewoon weer helemaal goed. U-huh.

Zou Mark Rutte het zelf geloven? Hij suggereert met deze uitspraak dat de recessie een psychologische is. Het gaat niet echt slecht, we dénken vooral dat het slecht gaat.

Volstrekte onzin natuurlijk. Mensen geven minder uit omdat ze minder rijk zijn (hun spaargeld levert geen bal op), omdat hun huis minder waard is dan hun hypotheek hoog, omdat hun pensioen gekort wordt, hun koopkracht daalt, omdat hun baan onzeker is, omdat hun vrouw is ontslagen en de kinderopvang duurder wordt. Het getuigt bijna van dedain om te denken dat je dat even weg kan opti-managen met wat vrolijke praat.

Ruttes peptalk was een smet op een akkoord dat toch nog meeviel. Het is al een jaar of tien onmogelijk om het ontslagrecht te versoberen, en nu gebeurt het toch, met welbevinden van nota bene de sociale partners. Ik had het niet verwacht, eerlijk gezegd.

Aan de ene kant wordt ontslag duurder: wie via uitkeringsinstantie UWV wordt ontslagen, krijgt vanaf 2016 ook een vergoeding mee. Nu krijgen alleen mensen die via de kantonrechter worden ontslagen een zak geld. Maar ontslagvergoedingen van twee tot vier ton voor niet-functionerende vijftigers en zestigers zijn vanaf 2016 verleden tijd. Dat was toch vooral een absurde bescherming van de goed verdienende oude witte man.

Tot zover de positieve noot (Hai, Mark). Nu de steen in mijn schoen. In het akkoord zit een verborgen schat voor de sociale partners (werkgevers en vakbonden). Ze krijgen de regie terug over de uitvoering van de sociale zekerheid. En dat is een grote verrassing, om niet te zeggen een schok, want twintig jaar geleden besloten we met zijn allen kordaat dat de sociale partners nooit meer de baas zouden mogen zijn over die sociale zekerheid. Daar hadden ze namelijk een puinhoop van gemaakt.

Niet alleen mogen de sociale partners straks zelf het derde en laatste jaar van de werkloosheidsuitkering WW gaan bestieren en daar zelf WW-premie voor afkondigen; ook krijgen ze een vinger in de pap bij de 35 op te richten ‘werkbedrijven’ die jonge arbeidsongeschikten en werknemers van sociale werkplaatsen aan werk moeten helpen. Ze mogen zelf afspraken gaan maken over deeltijdpensioen voor ouderen om ruimte te maken voor jongeren. (Oh horror, want de vut werkte niet.) Ze kunnen commissies oprichten die massaontslag van tevoren toetsen.

En, – nu komt het – „sociale partners worden per 1 januari 2020 verantwoordelijk voor het beleid ten aanzien van preventie, ondersteuning, bemiddeling en reïntegratie (‘Regie WW’). Sociale partners zien hierbij een uitvoerende rol van de vakbeweging in de WW op werkpleinen bij bemiddeling, ondersteuning, competentietestcentra, mobiliteitscentra, loopbaanondersteuning, etc. Ook de door de FNV in te richten vakbondshuizen zullen hierbij een rol spelen.” Wat staat hier in vredesnaam? De sociale partners gaan alle werklozen bemiddelen? Vakbondshuizen? Uitvoerende rol van de vakbeweging? Help!

In 1993 concludeerde de commissie Buurmeijer in een parlementaire enquête dat de sociale partners de regie moest worden ontnomen over de arbeidsongeschiktheidsuitkering WAO. Werkgevers en vakbonden hadden uitermate ruimhartig en gemakzuchtig uitkeringen toegekend. Het resultaat: bijna een miljoen arbeidsongeschikten in één van de meest welvarende samenlevingen ter wereld. Dat nooit weer, was de conclusie. Het primaat moest terug van de polder naar de politiek.

Nu gaat de slinger terug.

Voor de vakbonden is het een briljante zet. Ze krijgen uitvoeringsmacht en dat geeft ze bestaansrecht, ook al krimpt het aantal vakbondsleden snel. Het zal de vakbondsbonzen bovendien veel lucratieve banen opleveren. Maar goed voor Nederland zal het niet zijn. De polder is terug, op de ergste manier denkbaar.

Marike Stellinga schrijft op deze plek elke zaterdag over politiek en economie.