Gewapende bewakers maken scholen juist ónveiliger

In a photo made Thursday, Feb. 21, 2013, police officer Jeff Strack kids around with children at Jordan Elementary School in Jordan, Minn. In what is believed to be the first of its kind nationwide, the small city south of Minneapolis is taking school security to a new level by setting up satellite offices inside the public school buildings. (AP Photo/Jim Mone)
In a photo made Thursday, Feb. 21, 2013, police officer Jeff Strack kids around with children at Jordan Elementary School in Jordan, Minn. In what is believed to be the first of its kind nationwide, the small city south of Minneapolis is taking school security to a new level by setting up satellite offices inside the public school buildings. (AP Photo/Jim Mone)

Als alle Amerikaanse scholen zouden worden bewaakt door gewapend personeel zouden ze een stuk onveiliger worden. Dat is in het kort de reactie van de criminologen Gordon en Angela Crews en Catherine Burton op een voorstel van die strekking van de National Rifle Association (NRA), de belangen- en lobbyvereniging van wapenbezitters (American Journal of Criminal Justice, april).

Vooruitlopend op het debat over het plan van president Obama om aspirant-kopers van wapens beter te screenen en de vuurkracht van verhandelde wapens te beperken, kwam de NRA vorige week met een 225 pagina’s dik rapport, The National School Shield. Daarin pleit de vereniging voor gewapende politieagenten, particuliere beveiligers of schoolpersoneel in iedere onderwijsinstelling van de Verenigde Staten. Verder roept ze deelstaten op om wettelijk mogelijk te maken dat docenten en ander personeel in werktijd wapens dragen. ‘De aanwezigheid van gewapende beveiligers verkort de reactietijd in het geval van een schietpartij’, aldus het rapport.

De auteurs schieten al meteen gaten in de stelling van het NRA-rapport dat geweld op school ‘de belangrijkste doodsoorzaak’ zou zijn onder Amerikaanse kinderen. ‘Scholen’, schrijven de drie, ‘zijn de veiligste plekken waar een scholier kan zijn’. Recente cijfers van het National Center of Injury Prevention & Control wijzen niet alleen uit dat het geweld op scholen de afgelopen tien jaar is afgenomen, maar ook dat sinds 1992 (toen dit voor het eerst werd gemeten) nog geen 2 procent van de sterfgevallen onder minderjarigen plaatsvond op scholen.

Het belangrijkste argument van de auteurs tegen het NRA-voorstel is dat gewapend personeel op scholen de kans op ongelukken vergroot. Zij halen een onderzoek uit 2011 aan dat een correlatie aantoont tussen de aanwezigheid van gewapende bewakers en meer geweld op scholen. Ze verklaren dit verband en extrapoleren het naar de VS als geheel.

Uit voering van het NRA-plan zou het aantal beschikbare wapens enorm doen toenemen, ook op scholen die nu weten te voorkomen dat leerlingen wapens meenemen. Scholieren die kwaad in de zin hebben, hoeven geen vuurwapens naar binnen te smokkelen; die zijn er al.

Verder zouden veel meer bewapende personen toegang krijgen tot schoolkinderen. Wat dit voor gevolgen kan hebben laten de auteurs zien aan de hand van een overzicht van 22 geweldsmisdrijven die in de eerste 44 dagen van 2013 zijn begaan door gewapende agenten en particuliere beveiligers in en om Amerikaanse scholen. In alle gevallen maakten deze lieden aantoonbaar misbruik van de macht die ze ontleenden aan hun wapen en uniform. Het ging meestal om aanranding van minderjarigen. ‘Stelt u zich eens voor’, schrijven de drie, ‘hoe dit probleem exponentieel zou toenemen als er bewakingspersoneel zou worden geplaatst op alle scholen in de VS.’

Als zulke ontsporingen al te vermijden zouden zijn, zou plaatsing van gewapend personeel op alle scholen een ongekende inspanning vergen wat betreft selectie, antecedentenonderzoek, tests op vaardigheden en training. De NRA maakt niet duidelijk wie de kosten daarvan zou moeten dragen.

Schietpartijen op scholen, aldus de auteurs, worden aangericht door getroebleerde scholieren. Om dat te voorkomen moeten hun problemen tijdig worden gesignaleerd en moet hun de toegang tot wapens worden ontzegd. Dirk Vlasblom