Opinie

Een mooie zomer

Sommige diersoorten zijn door de schepping uitgerust met een soort radar waardoor ze gewaarschuwd worden als de winter in aantocht is. Ze eten zich dik en rond, graven een hol en gaan in hun winterslaap. Geen klagend gebrul, gejank, gehuil over de kou, de eerste sneeuw. Ze zijn verzonken in hun winterslaap en als de lente komt worden ze gewaarschuwd door dezelfde radar en staan ze gezond weer op. Lang heb ik gedacht dat de mens ook zo’n soort orgaan had, weliswaar in gedegenereerde staat, maar toch. In het huis waar ik ben opgegroeid hadden we buren die soms heel hard met de deuren begonnen te slaan. Er is storm op komst, zei mijn moeder. En ze had gelijk. Hoe kwam dat? Storm wordt veroorzaakt door een gebied van extreem lage luchtdruk. Dat heeft niet alleen gevolgen voor de atmosfeer. Ook de mens merkt onbewust dat de druk van de dampkring op zijn huid afneemt, hij voelt zich vrijer, en zo is het nu eenmaal, dat gevoel stimuleert de lust tot een gematigde geweldpleging. Met een harde zwaai de deur dichtgooien is een van de eerste symptomen.

Later heb ik ergens gelezen dat al ons gedrag door de toestand van onze biotonus wordt beïnvloed. Wat is de biotonus? De algemene gesteldheid van onze psychische toestand in combinatie met onze mate van levensenergie, zegt Wikipedia. Ongetwijfeld. Op het ogenblik beleven we in Nederland de laatste stuiptrekkingen van een van de langste winters ooit, zegt de weervrouw/man triomfantelijk. Dat is in ieder geval nog een record. De modernste mens vindt het altijd leuk een record mee te maken. In dit geval zal het niet het enige zijn. Waar je ook komt, op je werk, op bezoek, in het café, het duurt niet langer dan een paar minuten of iemand heeft gezegd dat het buiten koud is. Koud is nu een van de meest gebruikte Nederlandse woorden ooit. Ik schrijf dit stukje op een warm Grieks eiland, op een overdekt caféterras waar ik een goede digitale verbinding heb. Iedere dag kijk ik op mijn laptop even naar het Hollandse weerbericht. Nu, op 9 april om half tien, is de verwachting drie graden en heiig. Ja, koud.

Terwijl ik me daar zat voor te stellen hoe het er op dat ogenblik op de Dam uit moest zien, schoot me opeens dat mooie liedje van Gerard Cox te binnen. ‘’t Is weer voorbij die mooie zomer’. Omdat ik mijn laptop toch nog aan had, zoek ik de zanger even op. Een uitvoerige biografie op Wikipedia en op YouTube dat liedje. Het is uit 1973. Die zomer ‘begon zowat in mei’. Ook na een lange winter. Maar toen ‘leek er geen einde aan te komen.’ De zanger wordt begeleid door een koortje, het klinkt volmaakt romantisch. Ik kon het niet laten, zette het geluid zo hard mogelijk. Op mijn werkochtenden deel ik dit terras met een stuk of tien Grieken, allemaal tussen de vijftig en de tachtig, de meesten behoorlijk dik, kettingrokend, triktrak spelend en ondertussen in druk gesprek. Je kunt niet zeggen dat ze tegen elkaar schreeuwen maar vaak is het op de grens. Kortom, het gaat er geanimeerd toe.

En toen klonk daar plotseling Gerard Cox. Zijn zomer klonk nog mooier dan ik me herinnerde. We dreven op een vlot in de rivier. Zorgelozer kon het niet. De Grieken staakten hun getriktrak, ze zwegen, ze luisterden. Aan de zomer van Cox kwam een einde, de winter was weer aangebroken, vervuld van heimwee zat de zanger zijn dia’s te bekijken. Het liedje was afgelopen, de Grieken begonnen een applausje en zittend maakte ik een lichte buiging, met mijn rechterhand op mijn hart, zoals het daar hoort. Niemand wilde weten waar dat liedje over ging, het getriktrak werd hervat.

Tussen het menselijk humeur en de toestand van het weer zal wel een verband zijn. Is dat weleens wetenschappelijk onderzocht? Als we in een gebied van lage luchtdruk zitten, wordt ons gedrag in het algemeen dan spontaner, ongeremder? Worden er meer huwelijksaanzoeken gedaan, misdaden gepleegd? Houden we ons bij hoge druk kalmer? Wordt in streken waar het veel regent meer neerslachtige poëzie geschreven? En nog een stap verder: is er een verband tussen het menselijk gedrag en het klimaat? Tolstoj, Tsjechov, Dostojevski hebben een groot deel van hun oeuvre in de ijzige kou geschreven. Shakespeare, Vondel, de encyclopedisten, Multatuli en Flaubert (om een totaal willekeurige greep te doen) hebben in een gematigd klimaat gewerkt. Op het eerste gezicht zou je zeggen dat er geen verband is tussen literaire prestaties en het klimaat.

Misschien moeten we eens in de politie-archieven kijken. Hoe lager de druk wordt, hoe meer zin om zoveel mogelijk gas te geven? Ik kan het me wel voorstellen. Maar nu hebben we een ander probleem. Wat voor zomer krijgen we? Luister even naar Gerard Cox.