De neonazi's moordden. Maar hadden ze dat ook zelf bedacht?

In München begint volgende week het proces tegen neonazi’s die verdacht worden van de moord op acht Turken, een Griek en een Duitse politieagente. De zaak laat zien hoe het land nog steeds worstelt met zijn verleden.

Combo of file pictures handed out by the police shows members of a right extremist terror network (L-R) Beate Zschaepe, Uwe Boehnhardt and Uwe Mundlos. German prosecutors said they had arrested on November 29, 2011 a suspected accomplice to the group. The discovery in November 2011 of the "National Socialist Underground" (NSU) shocked the nation. The neo-Nazi killing cell is thought to be behind the murders of 10 people, mainly Turkish shopkeepers. Uwe Boehnhardt and Uwe Mundlos were found dead earlier in November 2011 in an apparent suicide and 36-year-old Beate Zschaepe has turned herself in but refused to speak to police. GERMANY OUT - RESTRICTED TO EDITORIAL USE - MANDATORY CREDIT "AFP PHOTO / Frank Doebert/Ostthueringer Zeitung/Polizei"- NO MARKETING NO ADVERTISING CAMPAIGNS - DISTRIBUTED AS A SERVICE TO CLIENTS
Combo of file pictures handed out by the police shows members of a right extremist terror network (L-R) Beate Zschaepe, Uwe Boehnhardt and Uwe Mundlos. German prosecutors said they had arrested on November 29, 2011 a suspected accomplice to the group. The discovery in November 2011 of the "National Socialist Underground" (NSU) shocked the nation. The neo-Nazi killing cell is thought to be behind the murders of 10 people, mainly Turkish shopkeepers. Uwe Boehnhardt and Uwe Mundlos were found dead earlier in November 2011 in an apparent suicide and 36-year-old Beate Zschaepe has turned herself in but refused to speak to police. GERMANY OUT - RESTRICTED TO EDITORIAL USE - MANDATORY CREDIT "AFP PHOTO / Frank Doebert/Ostthueringer Zeitung/Polizei"- NO MARKETING NO ADVERTISING CAMPAIGNS - DISTRIBUTED AS A SERVICE TO CLIENTS AFP

Frau Kilch stapt uit haar witte bestelbusje. Ze heeft kort grijs haar en groene ogen waarmee ze je vriendelijk aankijkt. Ze draagt een bodywarmer van schapenvacht. Ze wijst op de parkeerhaven aan een rustige ringweg bij Neurenberg in Beieren. „Hier stond het bloemstalletje van Herr Simsek”, zegt ze. En: „Hij was een heel fijne collega.” Zelf staat ze met haar groentekraam voorbij het stoplicht, een kleine kilometer verderop. Haar kraam is vanaf hier niet te zien, door bomen en een flauwe bocht. „We hebben destijds wel geknal gehoord”, zegt Kilch, terwijl haar schouders omhoog gaan. „Maar we dachten dat het jagers waren hier in het bos, dus we hebben er verder niet op gelet.”

De knallen die zij rond het middaguur op zaterdag 9 september 2000 hoorde, waren schoten op Enver Simsek (39), vader van twee kinderen, die in 1985 van Turkije naar Duitsland was verhuisd. Hij werd met negen schoten vermoord. De politie vond hem badend in het bloed, in net zo’n bestelbusje als Frau Kilch heeft.

„Het verleden doet mij pijn”, schrijft zijn dochter Semiya Simsek in haar recentelijk verschenen boek Schmerzliche Heimat. Zij was veertien toen haar vader werd vermoord. Dat was niet de enige reden voor de pijn waarover ze schrijft. Dat de politie Enver Simsek jarenlang allereerst beschouwde als een drugshandelaar, die uit de weg zou zijn geruimd door de Turkse maffia, raakte haar diep.

„Ik heb die verhalen nooit geloofd”, zegt Frau Kilch. „Ik kende Herr Simsek toch? Als de Duitse politie iets zegt, moet je dat nooit meteen geloven. Maar dat is mijn mening.”

Inmiddels is zij niet de enige die het vertrouwen in het Duitse opsporingsapparaat kwijt is. Eind 2011 werd duidelijk dat de politie en de inlichtingendiensten van verschillende deelstaten ernstige fouten hebben gemaakt bij het onderzoek naar de moord op Simsek en negen anderen. In deze moordzaak komen alle grote Duitse trauma’s samen: het nationaal-socialistisch verleden, de onderhuidse discriminatie en het racisme van het heden, de moeizame integratie van de DDR en het falen van de rechtsstaat.

Jarenlang werden ze door de Duitse autoriteiten en media geringschattend ‘Döner-moorden’ genoemd, moorden die tussen 2000 en 2007 zijn gepleegd met steeds hetzelfde wapen De overheersende gedachte was dat het afrekeningen waren in de Turkse onderwereld. Onder de slachtoffers werkten er overigens maar twee daadwerkelijk in een Döner-eethuis.

Groot is in 2011 de ontsteltenis als duidelijk wordt dat een extreem-rechtse terreurgroep achter de moorden zit. Op 4 november 2011 overvallen twee beruchte neonazi’s, Uwe Mundlos en Uwe Bönhardt, een bank in het stadje Eisenach in Thüringen. Zij verdwijnen per mountainbike naar een camper in een buitenwijk; hun vaste modus operandi. Als omstreeks het middaguur twee politiemannen de camper naderen, schiet Mundlos zijn vriend Bönhardt met een pumpgun door zijn hoofd, en daarna zichzelf.

Drie uur later steekt Beate Zschäpe, die sinds eind jaren negentig met de beide mannen was ondergedoken, hun gemeenschappelijke appartement in brand, in het 185 kilometer verderop gelegen Zwickau. Waarna zij vlucht. In de dagen daarna belandt op tal van adressen in Duitsland, onder meer bij media, een dvd waarop het drietal zich bekendmaakt als de extreem-rechtse terreurgroep Nazionalsozialistischer Untergrund (NSU). In een video, te zien op YouTube, laten ze weten tijdens een „tournee door Duitsland” acht Turken, een Griek en een Duitse politieagente gedood te hebben. Tot nu toe is de achtergrond van die laatste aanslag, waarbij ook nog een mannelijke collega zwaar gewond raakte, niet opgehelderd.

Dit is althans de officiële versie van de feiten, waarvoor Zschäpe vanaf volgende week woensdag met vier medeplichtigen terechtstaat in München. Haar wordt onder meer het medeplegen van moord en de oprichting van een terreurorganisatie ten laste gelegd.

De krampachtige omgang van de rechtbank met publiciteit was aanleiding voor fikse diplomatieke spanningen met Turkije. Dat maakte bezwaar tegen het principe wie-het-eerst-komt-die-het-eerst-maalt bij het toewijzen van vijftig plaatsen voor media. Door dat systeem dreigde geen enkel Turks medium in de zaal aanwezig te kunnen zijn om het proces te verslaan. Het Consitutioneel Hof in Karlsruhe eist dat zij alsnog worden toegelaten.

Ondertussen zijn er zoveel onverklaarbare feiten en tegenstrijdigheden rond wat wel het ‘NSU-complex’ wordt genoemd, dat het hele land al zestien maanden discussieert over wat de ‘wérkelijke’ achtergrond is van de moorden. Bijvoorbeeld: hoe kon het dat de opsporingsautoriteiten elf jaar lang de verkeerde kant opgekeken hebben? Was de staat er soms zelf bij betrokken? Pleegden de verdachten zelfmoord, of zijn ze zelf ook geliquideerd? In hun camper lagen immers zo vol wapens. Waarom hebben ze zich niet doodgevochten? Hoezo rechtse terreurgroep? De verdachten claimden de moorden pas toen ze dood waren. Terreur werkt toch juist via publiciteit? En wat was de rol van de vele (goedbetaalde) informanten van de geheime diensten van de deelstaten die rond de terreurgroep zwermden? Die zogenoemde V-Leute geven aanleiding tot wilde speculaties over de betrokkenheid van inlichtingendiensten.

„Zo’n massaal falen van de autoriteiten in Duitsland had ik niet voor mogelijk gehouden”, zegt Bondsdaglid Sebastian Edathy (SPD) op 3 april in Berlijn tegen een groep buitenlandse correspondenten. Maar hij zegt ook dat hij „tot nu toe geen bewijs van betrokkenheid van staatsorganen” heeft gevonden. „En dat is een van de belangrijkste vragen die moeten worden opgehelderd.” Edathy is voorzitter van een commissie die het falen van de rechtsstaat bij de opsporing van de NSU sinds ruim een jaar onderzoekt. Hij zal begin september rapporteren, op het moment dat de campagnes voor de Bondsdagverkiezingen – die drie weken later worden gehouden – op volle toeren draaien.

Maar nu al is duidelijk dat de 36 veiligheidsdiensten van de Bondsrepubliek informatie niet met elkaar of met de politie hebben gedeeld. Of die zelfs opzettelijk hebben achtergehouden, bijvoorbeeld om de identiteit van informanten te beschermen. Dat gebeurde in 2006 bij de moord op Halit Yozgat, in Kassel. Achteraf bleek dat een informant tijdens de moord in het internetcafé waar Yozgat werkte aanwezig was. Maar de dienst die hem ‘runde’ wilde zijn identiteit niet aan de recherche geven omdat het „slechts” om de moord op een Turk ging. Omdat er geen bewijs is voor het omgekeerde, accepteert Edathy de officiële verklaring dat de informant „bij toeval” in de winkel was.

Volgens Edathy is bij het opsporingsapparaat sprake van een „massale onderschatting van de groeiende gewelddadige extreem-rechtse subcultuur”. Daarbij komt dat de opsporingsambtenaren vanaf het begin uitgegaan zijn van de vooropgestelde theorie dat de slachtoffers (afgezien van de politieagente) deel uitmaakten van een onderwereld.

Edathy: „Na jaren van intensief politieonderzoek kon geen enkel bewijs van die theorie worden gevonden.” Opsporingsambtenaren zeiden tegen de Bondsdagcommissie dat het „nu eenmaal de Turkse mentaliteit is om niet altijd de waarheid te spreken tegenover de politie”. Edathy: „Er zijn niet alleen fouten in de organisatiestructuur. Het is een mentaliteitsprobleem. Bij de moord op de Duitse agente ging de politie meteen rechercheren in de richting van een kamp van Roma in de omgeving. Racisme heeft het zicht van de opsporingsautoriteiten verblind.” Inmiddels zijn in diverse deelstaten de koppen gerold van verantwoordelijken voor de veiligheidsdiensten.

Voor een hoog flatgebouw op een heuvel aan de rand van Jena laden een paar mannen met kaalgeschoren hoofden spullen uit een busje. Hier woonde Uwe Böhnhardt (1977), de lievelingszoon („mein Häkchen”) van zijn moeder, die lerares is, en van zijn vader, een ingenieur. Tegenover de flat liggen de garageboxen waarin Böhnhardt met Uwe Mundlos (1973) en Beate Zschäpe (1975) werkte aan de productie van staafbommen. Hier in Jena, een stad die redelijk welvarend werd door de Zeiss-fabrieken, groeiden de drie latere bendeleden op. Uwe Mundlos is de zoon van een hoogleraar informatica, ook de alleenstaande moeder van Beate Zschäpe is hoogopgeleid.

In de laatste jaren van de DDR ontstaat er een neonazi-tegencultuur onder jongeren. Mundlos en Zschäpe zijn aanvankelijk een paar in de extreem-rechtse subcultuur van Jena. Later wordt Böhnhardt Zschäpes vriend en vormen zij al snel een trio. Zij zien zichzelf als de ideologische voorhoede in het wereldje van skinheads en de inmiddels verboden hardcore neonazibeweging Blood and Honour van Jena.

Journalist Sabine Rennefanz, die zelf opgroeide in de DDR, verklaart in haar net verschenen boek Eisenkinder de populariteit van de nazi- ideeën onder jongeren in Oost-Duitsland uit de „stille woede onder de oppervlakte” bij de generatie die door de Wende in 1989 plotseling tweederangsburgers in eigen land werd.

In de jaren 90 radicaliseert het drietal. Zij verdwijnen als de politie in een door Zschäpe gehuurde garagebox de bommenwerkplaats van Mundlos en Böhnhardt vindt.

De drie vluchten van de deelstaat Thüringen naar Saksen. Daar wonen ze eerst in Chemnitz, maar vanaf 2000 wonen zij op drie adressen in Zwickau, kennelijk onzichtbaar voor de justitiële autoriteiten in Thüringen hoewel de stad slechts 80 kilometer ten oosten van Jena ligt.

Dichtgetimmerde woonkazernes, straten met alleen matrassen-, tapijten- en behangwinkels: verval en neonazi-graffiti bepalen het beeld in grote delen van Zwickau. De stad vlak bij de Tsjechische grens doet, net als veel andere plekken in de voormalige DDR, niet echt mee met de economische bloei van de Bondsrepubliek.

Mundlos, Böhnhardt en Zschäpe wonen vanaf 2008 onder valse namen in de Frühlingstrasse, in een betere wijk van de stad. Het is zo’n middenklassestraat met overwegend ruime twee-onder-een-kapwoningen waar vier dagen na Pasen de geschilderde eieren nog in de boompjes in de voortuin hangen. Bij de slager hangt een briefje op de voordeur: ‘Ben zo terug’. Op deze kille aprildag vertoont niemand zich buiten. De journalisten Christian Fuchs en John Goetz laten in hun boek Die Zelle, rechter Terror in Deutschland (2012) buren verklaren dat Mundlos en Böhnhardt met niemand contact hadden en vrijwel dagelijks samen gingen trainen op hun mountainbikes. Daarvoor is de straat inderdaad goed geschikt: een paar honderd meter voorbij de slager begint het heuvellandschap rond de stad.

Beate Zschäpe stond als vriendelijk bekend. Ze kon goed opschieten met de Griekse eigenaar van het restaurant op de begane grond van het gebouw. Het gebouw is afgebroken. Op de plek waar het trio woonde is nu een plantsoen. Autoriteiten overal in Duitsland zijn bang plekken te creëren die kunnen dienen als bedevaartsoord voor neonazi’s.

Kemal Özolgun is de best geïntegreerde Turk van Beieren. Hij ziet er hier in Erlangen op een informatieavond over het aanstaande proces tegen Zschäpe c.s. in ieder geval het meeste uit als een Beier, in zijn groene viltjasje dat bij de klederdracht van de Vrijstaat Beieren hoort. Als je zijn naam intikt op Google zie je hem in het blauwe tricot van de lokale voetbalclub. Özolgun is eigenaar van een elektronicazaak en dat maakt hem trots en onafhankelijk. Maar ook boos en verontrust.

Robert Andreasch van het anti-fascistische informatiecentrum uit München heeft zojuist duidelijk gemaakt dat de inlichtingendienst van Thüringen eind jaren 90 de facto informanten betaalde, waardoor die een neonaziorganisatie konden opzetten.

„Dus van mijn belastinggeld betaalt de geheime dienst nazi’s die het op mijn leven voorzien hebben”, vraagt Özolgun.

Na afloop zegt hij dat hij niets nieuws heeft gehoord. „Maar ik ga naar dit soort discussies omdat ik me wil laten horen. Waar moet ik anders naartoe? Wie biedt mij veiligheid? De politie? De politiek? De rechter? Dat zijn de drie machten van de staat die de burger bescherming moeten bieden. Zelfs bij de wetenschap ben ik niet veilig: de verlichte filosoof Peter Sloterdijk steunt de racistische opvattingen over Turken van de tegenwoordige bestsellerauteur Thilo Sarrazin.”

Op een bijeenkomst in de wijk Kreuzberg in Berlijn, een dag later, spreekt ook Elif Kubasik bittere woorden. Zij is de weduwe van de in 2006 in Dortmund vermoorde kioskhouder Mehmet Kubasik (39). Zij hebben samen drie kinderen. Elif Kubasik geeft geen interviews en spreekt nu, via een tolk, voor het eerst in het openbaar.

„Ik heb mij jarenlang tegen de media moeten verweren die de beschuldigingen van de politie overnamen. Maar toen bekend werd dat mijn man onschuldig was vermoord door neonazi’s, wat ik vanaf het begin heb gezegd, hadden de media geen belangstelling: die stortten zich op de verdachten.”

Elif Kubasik vertelt dat zij nog steeds bang is te worden aangevallen door nazi’s. „Maar ik ben als politiek vluchteling naar Duitsland gekomen omdat ik dacht dat dit een vrij en rechtvaardig land is. Ik heb een enorme teleurstelling moeten verwerken. Maar we laten ons niet intimideren. We zijn hier gekomen, en we gaan niet meer weg.”

Kemal Özolgun zei een dag eerder dat hij niet gelooft in het strafproces tegen de extreem-rechtse terreurgroep NSU. „Het wordt hier het proces van de eeuw genoemd. Als Beate Zschäpe is opgesloten, is het probleem opgelost. Maar dat is niet zo.” Hij vertelde over zijn vader, die gastarbeider was en keihard werkte in de gloeiendhete glasblazerij in de Siemens-fabrieken in Erlangen.

„Maar ik wil geen tweederangsburger zijn. En dat is waar het die neonazi’s om te doen is. Hun slachtoffers hadden met elkaar gemeen dat zij zelfstandig waren. Zoals ik. Geen fabrieksarbeiders of straatvegers zoals onze ouders. Daarop was het geweld gericht: om ons angst aan te jagen, dat we niet méér moeten willen dan onze vaders en moeders.”