Mulisch maakte zelf van zijn huis al een museum

De werkkamer van Harry Mulisch is na zijn dood intact gebleven. Alsof de schrijver er net nog was. Een verbouwing tot museum is het streven.

Amsterdam, 29 jan. 2001. Harry MULISCH , auteur. foto VINCENT MENTZEL/NRCH ==== voor CS/Boeken 2feb.2001===== F/C
Amsterdam, 29 jan. 2001. Harry MULISCH , auteur. foto VINCENT MENTZEL/NRCH ==== voor CS/Boeken 2feb.2001===== F/C

Op jonge leeftijd stond Harry Mulisch, toen nog woonachtig in Haarlem, te kijken naar de grachtenpanden aan de Leidsekade. Hij bedacht dat als hij een huis in Amsterdam zou krijgen het daar moest zijn. En, vertelt Kitty Saal, zijn weduwe, met een glimlach, „Het zou Harry niet zijn of dat lukte hem ook”.

De schrijver zette een advertentie in de krant en kon een achterkamertje huren op nummer 104. Daar schreef hij ook Het Stenen Bruidsbed, de roman uit 1959. Het adres vermeldde hij op het manuscript, want zo was de schrijver. Het lijkt alsof hij alles wat hem inspireerde bewaarde. „Hij heeft van zijn huis zelf al een museum gemaakt”, zegt Saal.

De mappen met de handgeschreven boeken zijn perfect geordend en geannoteerd. Uit de map voor Het Stenen Bruidsbed vist Saal een folder van een tandartsencongres. De hoofdpersoon is tandarts en vliegt voor een congres naar Duitsland. „Harry wilde weten hoe het er op zo’n congres aan toe ging.”

Inmiddels bevindt de werkkamer van Mulisch zich een etage lager, op nummer 103. Het huis is nog niet te bezichtigen. Dat is niet zo gek, want als je er bent en rond loopt, voelt het alsof de in 2010 overleden schrijver gisteren nog in een van de stoelen met losse kussens zat. Overal liggen keurige stapeltjes boeken en papieren, alsof ze recent recht zijn gelegd. Saal: „Je kunt hier nu geen veertig man tegelijk binnenlaten.”

De Stichting Vrienden van Harry Mulisch heeft vergunningen aangevraagd om het pand te verbouwen en geschikt te maken als museum. Voor de verbouwing en conservering wordt een miljoen euro gezocht en als dat lukt, dan zou het huis eind 2014 of begin 2015 open kunnen voor publiek. De gemeente Amsterdam heeft het huis opgenomen in het kunstenplan. Daarmee is de toekomstige exploitatie verzekerd. Het huis wordt een dependance van het Letterkundig Museum, die er tentoonstellingen wil organiseren.

De etage op 103 is een ruimte in drie delen. In de voorkamer bevinden zich boekenkasten, banken en zitjes. In een kleine zijkamer staat een kleine televisie. In de achterkamer staat zijn houten bureau, waarop onder meer een loep en een set dobbelstenen ligt.

Echt een plek voor een klassiek georiënteerde auteur. Gezeten aan het bureau liet Mulisch zich graag fotograferen. „Het was zijn gedroomde werkkamer”, zegt Saal. „Als Harry zich vroeger een voorstelling maakte van een plek om te werken dan zag hij zo’n verstilde ruimte voor zich.”

Tot het hem lukte ook deze etage te huren, werkte Mulisch een tijdje op zolder, nog boven de kamer op 104. „Maar dat was geen pretje”, zegt Saal. „In de zomer was het er te heet en zat hij in zijn onderbroek, in de winter was het bar koud en schreef hij met drie truien aan.”

Overal in de kamer staan artefacten die voorkomen in de boeken. De roman Het Stenen Bruidsbed begint met een man die met het vliegtuig in Berlijn arriveert. „Uit de lucht gevallen op het beton” schrijft Mulisch. In die zinsnede zit zijn lot in de roman opgesloten: een dramatische val. Saal wijst op een gravure van Icarus aan de muur: „De inspiratie voor die formulering hangt hier.”