Even het centrum van de wereld

Driehonderd jaar geleden werd in Utrecht, na eeuwen van oorlog, de wereld opnieuw verdeeld. Overal vandaan kwamen onderhandelaars naar de stad, en de Vrede van Utrecht werd getekend. De stad viert dit vanaf vandaag het hele jaar door, met feest, kunst en vuurwerk.

Vanmiddag wordt het schilderij ‘de Vrede van Utrecht in 1713’ van kunstenares Semiramis Öner Mühüdaroglu in het Utrechtse stadhuis onthuld. Daarbij zijn diplomaten aanwezig van verschillende landen die driehonderd jaar geleden het akkoord sloten. Het doek is 5,10 bij 2,55 meter en gemaakt volgens oud-Hollandse technieken: laag over laag met transparante kleuren. De portretten zijn geschilderd op basis van onderzoek door het Utrechtse Centraal Museum. In het werk komen details terug van overvloedige diners met veel wijn en excentrieke kleding. Door de ramen is feestvuurwerk te zien. De wereldbol in het midden symboliseert de wereldvrede, gesloten op het stadhuis. Rechtsboven het vredesakkoord. Het origineel is te zien in het Centraal Museum.
Vanmiddag wordt het schilderij ‘de Vrede van Utrecht in 1713’ van kunstenares Semiramis Öner Mühüdaroglu in het Utrechtse stadhuis onthuld. Daarbij zijn diplomaten aanwezig van verschillende landen die driehonderd jaar geleden het akkoord sloten. Het doek is 5,10 bij 2,55 meter en gemaakt volgens oud-Hollandse technieken: laag over laag met transparante kleuren. De portretten zijn geschilderd op basis van onderzoek door het Utrechtse Centraal Museum. In het werk komen details terug van overvloedige diners met veel wijn en excentrieke kleding. Door de ramen is feestvuurwerk te zien. De wereldbol in het midden symboliseert de wereldvrede, gesloten op het stadhuis. Rechtsboven het vredesakkoord. Het origineel is te zien in het Centraal Museum.

Het stadhuis van Utrecht, 21 januari 1711. De Fransen zijn aan het zeuren. De congreszaal van het stadhuis is niet in orde, vinden ze. De vergadertafel is niet rond genoeg, en dat strookt niet met de „eysen der egalityt”. Stel je voor dat de Britten aan het hoofd komen te zitten en zij, de Fransen, slechts aan de lange zijde. En dan die ingangen van het stadhuis. De Fransen weigeren dezelfde ingang te gebruiken als de Britten, maar niet alle ingangen zijn even groot, en dat kan óók weer niet.

Secretaris der stad Everard Harskamp staat voor een probleem, schrijft hij in zijn dagboek, dat te lezen is in het Utrechts archief. Hij organiseert de onderhandelingen, maar hoe moet hij de rivaliserende congresgangers met exact evenveel egards ontvangen? Na lang piekeren springt hij in zijn koets en reist hij naar zijn schoonmoeder. Op de terugweg hobbelen kamerschermen mee in de koets. Zes deuren breed, met Brabantse schilderingen. Zo kunnen de Fransen en Engelsen apart van elkaar binnenkomen. De vredesonderhandelingen kunnen beginnen.

De wereld is in oorlog, rond 1700. Al twee eeuwen vechten Europese vorsten om politieke en religieuze macht. Alle belangrijke Europese mogendheden hebben overzeese gebieden, waardoor lange tijd over de hele wereld wordt gevochten. Rustige periodes zijn altijd van korte duur. De vijandelijkheden bereiken een climax als de Spaanse koning Karel II in 1700 kinderloos sterft. ‘Zonnekoning’ Lodewijk XIV van Frankrijk denkt aanspraak te maken op de Spaanse troon, maar die wil het Habsburgse Rijk ook. Groot-Brittannië steunt de Habsburgers en dat leidt tot hevige gevechten. Totdat in Groot-Brittannië de vredelievende Tories de verkiezingen winnen. Zij besluiten tot een bloedeloze uitweg: onderhandelingen. Het centraal gelegen en ‘koetsvriendelijke’ Utrecht, in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, krijgt de eer.

De onderhandelaars druppelen de stad binnen. Uit Groot-Brittannië, Portugal, Pruisen, Savoye, Frankrijk, Rome. Die ongelooflijk luxe kleding, al dat uiterlijk vertoon. De stad staat op zijn kop.

De diplomaten worden ontvangen door stadssecretaris Harskamp. De maerschal d’Uxelles – Frans onderhandelaar – maakt indruk: „sijn excellentie, sijnde een oud, lang, venerabel heer, had doen bonte laersen aen en een stok med een kruk na de oude mode in de hand, sprak vrij wel, vrindelijk en beleeft.” Hoe anders is dat met de onderhandelaar die gestuurd is door de koning van Portugal, marquis Dom Lewis D’Acuna. Harskamp schrijft: „Desen heer D’Acuna is niet van de schoonste, siet er vrij bruyn uyt.”

Erg soepel verlopen de onderhandelingen niet. Ze beginnen op 29 januari 1712, maar het blijft de eerste maanden vooral bij het uitwisselen van beleefdheden. In februari 1712 woedt aan het Franse hof in Versailles een levensbedreigende griep. Harskamp schrijft: „Is de koning van Vrankrijk doot of levendig?” De anderen maken zich minder zorgen. Lachend worden weddenschappen afgesloten op zijn dood. Hij overleeft op het nippertje.

In de stad is het feest. Hoeren en schandknapen doen goede zaken, de onderhandelaars eten en drinken overvloedig. Het toneelverbod wordt tijdelijk opgeheven, waardoor ook cultuur floreert.

Op de verjaardag van de Engelse koningin wordt „seer magnifique geschaft, al te mael vlees, hoewel het vasten was.” Vooral de Fransen weten wel raad met de wijn, schrijft Harskamp.

Vanaf de zomer van 1712 gaat het de goede kant op. Er worden belangrijke beslissingen genomen over gebiedsverdeling. Op de tekentafel wordt de wereld opnieuw verdeeld.

Op 11 april 1713 wordt het belangrijkste verdrag, tussen de Britten en Fransen, getekend. De macht in de wereld is vredig herverdeeld.