Bezuinigen? De staat groeit juist als kool

Euro Shopper, het goedkope merk dat ook door menig well to do schielijk in het mandje wordt gestopt bij de Albert Heijn, houdt op te bestaan. AHG Basics gaat het heten, en het is te hopen dat de prijsvorming er niet onder lijdt. De inflatie over de maand maart kwam eergisteren namelijk binnen op 2,9 procent, en dat is hoog. Wie telt volgens de Europese berekening komt zelfs op een Nederlandse inflatie van 3,2 procent. Het gat met de gemiddelde Europese inflatie van slechts 1,7 procent is enorm.

Een van de redenen voor de hoge Nederlandse inflatie is de overheid zelf. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceert ook de ‘afgeleide inflatie’; een uiterst nuttige maatstaf waarin alle overheidsmaatregelen (btw, accijnzen en andere belastingen) zijn uitgezonderd. En die afgeleide inflatie is maar 1,5 procent. Voor zover valt terug te rekenen (tot 1994) was het verschil met de algemene inflatie van 2,9 procent niet zo groot. Of anders gezegd: de overheid drijft zelf de prijzen op, met een ongekend tempo van 1,4 procent op jaarbasis. Dat was zo in maart, in februari én in januari van dit jaar.

De enorme reële (voor inflatie gecorrigeerde) inkomensdaling van 3,2 procent over 2012 in Nederland kwam al niet uit de lucht vallen. Hij was voor een belangrijk deel veroorzaakt door de staat. In 2013 wordt die invloed nog groter. En dan zijn eventuele nieuwe maatregelen om het begrotingstekort in 2014 op 3 procent van het bruto binnenlands product te krijgen nog niet meegerekend. Want hoe er ook over hervormen en bezuinigen wordt gepraat; het vergroten van de inkomsten van de staat is veel makkelijker, en waarschijnlijk ook belangrijker.

Maar hoe kom je daar achter? Er is enorm veel Haagse spin over het deel van de recordombuigingen dat uit echte bezuinigingen op het overheidsbudget zou bestaan en het deel dat bestaat uit een platvloerse verhoging van de staatsinkomsten. Harde cijfers zijn beter. Daar zijn aanwijzingen voor te vinden in de internationale databank van de OESO, de club van rijke industrielanden. De OESO geeft voor alle aangesloten landen de totale overheidsuitgaven als deel van het bruto binnenlands product (bbp). Als je die verrekent met het begrotingstekort als deel van het bbp, dan resteren logischerwijs de overheidsinkomsten als deel van het bbp. En die tonen weinig goeds.

De uitkomst voor 2012 is dat de overheidsinkomsten 46,6 procent deel uitmaakten van het bbp, dus van de omvang van de economie. Dat is het hoogst sinds 1995, het eerste jaar dat het Paarse kabinet de staatsinvloed in Nederland begon terug te dringen. En het wordt erger. Dit jaar gaan volgens de OESO-prognoses de overheidsinkomsten omhoog naar 47,1 procent en volgens jaar naar een torenhoge 47,3 procent.

Bezuinigen? De staat groeit alleen maar door. De Nederlandse overheid pakt volgend jaar dus 47,3 procent van de economie. Dat is bijna een procentpunt hoger dan het gemiddelde van de eurozone en bijna drie procentpunten hoger dan het grote voorbeeld Duitsland. Elke poging daar nog meer aan toe te voegen zien we terug in de ‘afgeleide inflatie’ van het CBS. Wie een maatstaf wil om te kijken hoe liberaal het kabinet op dit moment is, heeft hem voor het grijpen.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.