Turkse Gülen-beweging ontkent aanjager te zijn van Yunus-rel

Er is “geen verband” tussen de ophef over het Turkse pleegkind Yunus en de Gülen-beweging. Dat stelt een vertegenwoordiger van de Nederlandse Gülen-beweging in reactie op berichtgeving van NRC.

Turkse Nederlanders demonstreerden de afgelopen weken tegen het Nederlandse jeugdzorgbeleid naar aanleiding van de publiciteit rond Yunus, zoals hier op het Stadhuisplein in Lelystad. Foto ANP / Evert Elzinga

Er is “geen verband” tussen de ophef over het Turkse pleegkind Yunus en de Gülen-beweging. Dat stelt een vertegenwoordiger van de Nederlandse Gülen-beweging in een persverklaring. NRC Handelsblad berichtte gisteren dat organisaties die zijn gelieerd aan de Gülenbeweging, een Turkse islamitische beweging, de ‘aanstichters’ zijn geweest tot de diplomatieke rel rond Yunus.

Volgens het artikel sprak universitair hoofddocent Özcan Hidir van de Islamitische Universiteit Rotterdam op een informatiebijeenkomst in november over “vijfduizend Turkse islamitische kinderen” die zijn “weggegeven” aan Nederlandse gezinnen.

Dit nieuws werd onder andere opgepakt door de krant Zaman. Beide organisaties zouden zijn gelieerd aan de Gülenbeweging. De Gülenbeweging zelf stelt echter dat de Islamitische Universiteit en rector Ahmet Akgündüz “niet gelieerd” zijn aan de beweging.

Rector zou behoren tot Nurcu-beweging

Volgens Turkije-deskundige Erik Jan Zürcher, hoogleraar aan de Universiteit Leiden, behoort de rector van de Islamitische Universiteit tot de Nurcu-beweging van prediker Said Nurci. Veel oprichters van de universiteit komen uit deze Nurcu-beweging, zegt hij, en de Gülenbeweging is voortgekomen uit de Nurcu-beweging.
Zürcher:

“Fethullah Gülen was van oorsprong zelf een volgeling van Said Nurci. Binnen de Gülenbeweging wordt Said Nurci heel erg vereerd. Samen met Gülen zelf is hij de grote voorman.”

Dagblad Zaman, in het artikel genoemd als een van de aanstichters van de Yunus-kwestie, erkent dat het verbonden is aan de Gülenbeweging, maar zegt zowel “positief als negatief gekleurde” uitspraken gepubliceerd te hebben over het Nederlandse jeugdzorgbeleid. Bovendien was Zaman niet het eerste medium dat melding maakte van de zaak-Yunus. Al eerder werd er over gepubliceerd door een ander Turks persagentschap, waarna Zaman het onderwerp zou hebben overgenomen.

    • Andreas Kouwenhoven