Opinie

Hét citaat van Thatcher: bestaat de samenleving nu wel of niet?

De ombudsman

Bestaat de samenleving nu wel of niet?

Of niet meer?

Ik heb de legendarische, vaak aangehaalde quote van Margaret Thatcher over dat onderwerp gemist in de golf van terugblikken en herdenkingen na haar dood. NRC Handelsblad drukte een groot aantal citaten van de Iron Lady af, maar nu net niet dit citaat (het kwam wel langs in de necrologie door Hieke Jippes). En dat is een van haar meest beruchte, want Thatcher beweerde dat ,,de samenleving niet bestaat’’.

Althans, zo staat het op haar Wiki-quotes:

Weet u, er is niet zoiets als ‘de samenleving’. Er zijn individuele mannen en vrouwen, en er zijn gezinnen. En geen overheid kan iets doen behalve met behulp van mensen, en mensen moeten allereerst naar zichzelf kijken.

En, iets later:

Mensen denken te veel aan rechten, zonder de plichten. Want er is niet zoiets als een recht voordat je eerst aan een plicht hebt voldaan.

Ze deed die uitspraken in 1987, toen ze acht jaar aan de macht was, in een interview met het vrouwenblad Women’s Own Magazine dat vooral ging over opvoeden en kinderen. Lees hier het hele interview.

Die uitspraak van Thatcher is sindsdien door talloze critici van het neoliberalisme aangehaald als een bewijs van haar asociale politieke overtuiging: de samenleving bestaat helemaal niet, er zijn alleen individuen en gezinnen. Dat sloot naadloos aan bij haar verheerlijking van marktwerking, en bij haar afkeer van overheidsingrijpen. Zie bijvoorbeeld dit opiniestuk van Fransisco van Jole, die zich op Joop.nl keert tegen de postume ,,bejubeling” van Thatcher.

Hij schrijft:

Haar ideologie was vervat in een krachtige pensée unique, een kort statement waar je een heel wereldbeeld aan op kunt hangen: There is no such thing as society. Oftewel: De samenleving bestaat niet. Het is ieder voor zich. Het idee dat je een zekere verantwoordelijkheid hebt voor elkaar, dat het goed is om daar vorm aan te geven en die te koesteren, werd door Thatcher het raam uitgegooid.

Het citaat werd (en wordt) dus gezien als bewijs van haar rechtse harteloosheid: het is niet de taak van de samenleving om te zorgen voor zieken, zwakken of minderbedeelden – ‘de samenleving’ bestaat immers niet. Dat moeten ze dus zelf maar opknappen. Pech gehad.

Sympathisanten van Thatcher daarentegen hebben altijd beweerd dat de uitspraak uit de context is gerukt, of verkeerd is begrepen. Het ging Thatcher er volgens hen niet om het ‘bestaan’ van de samenleving te ontkennen, of een radicale ieder-voor-zich moraal te prediken. Ze hekelde wel het afwentelen van verantwoordelijkheid: mensen moeten hun eigen broek ophouden, en elkaar onderling helpen, en niet bij elke klacht of tegenslag aankloppen bij de overheid.

Dat wordt onder meer hier betoogd. En hier in de Mail Online, door de rechtse commentator Richard Littlejohn:

Hij zegt:

Wat Thatcher eigenlijk deed, was het gebruik veroordelen van ‘de samenleving’ als een makkelijk excuus voor persoonlijke tekortkomingen, teleurstellingen en misdaden.

Trouwens, volgens Littlejohn heeft de linkse politiek, met haar verheerlijking van culturele en andere minderheden die niet hoeven te integreren, wrang genoeg exact bewerkstelligd wat zij betoogde: het einde van ‘de samenleving’ als geheel. Maar dan echt.

Maar wie heeft er nu gelijk? Is Thatchers citaat echt zo uit verband gerukt, en hoe zei ze het dan precies? Het uitgebreide citaat, uit 1987, luidt zo:

Ik geloof dat we een periode hebben meegemaakt waarin te veel kinderen en mensen te horen kregen: ‘Ik heb een probleem, de overheid moet het oplossen!’. Of: ‘Ik heb een probleem, ik keb subsidie nodig om het op te lossen’. ‘Ik ben dakloos, de overheid moet me een huis geven!’ En dus schuiven ze hun problemen af op de samenleving. Maar wie is de samenleving? Er is niet zoiets! (There is no such thing) Er zijn individuele mannen en vrouwen, er zijn gezinnen. En geen overheid kan iets doen behalve met behulp van mensen, en mensen moeten allereerst naar zichzelf kijken. Het is onze plicht om voor onszelf te zorgen en dan ook te helpen om voor onze buren te zorgen. Leven is een wederkerige zaak, en mensen denken teveel aan rechten zonder aan de plichten te denken. Maar er is niet zoiets als een recht voordat je eerst aan een plicht hebt voldaan.

Even later herhaalt ze dat punt, in iets andere woorden:

Het is te ver doorgeslagen. Als kinderen een probleem hebben, is het de schuld van de samenleving. Maar er is niet zoiets als de samenleving (There is no such thing as society). Er is een levend weefsel van mannen en vrouwen en mensen. En de schoonheid van dat weefsel en de kwaliteit van ons leven zal afhangen van de vraag in hoeverre we verantwoordelijkheid durven te nemen voor ons eigen lot en, ieder van ons, bereid zijn om anderen te helpen die minder geluk hebben.

Wat allereerst opvalt, is dat Thatcher in het citaat ongemerkt overschakelt van ,,samenleving” naar ,,overheid’’. Mensen moeten niet zo snel een beroep doen op steun van de overheid, vindt zij, want de samenleving bestaat niet. Maar zo geformuleerd is dat een bizarre redenering. Je zou dan eerder verwachten: ,,want de overheid bestaat niet’’ (there is no such thing as government), maar dat is weer een rare bewering voor een premier.

De redenering luidt dus eerder: mensen geven ‘de samenleving’ de schuld van falen of tegenslagen (in plaats van zichzelf) en zoeken de remedie bij de overheid. Maar, aldus Thatcher, de samenleving is niet ‘de schuld van mijn problemen’. In die zin bestaat ze niet. Maar alléén in die zin niet. Want elders in het interview spreekt Thatcher doodgemoedereerd over de juiste rol van de samenleving, die dan kennelijk toch bestaat. Ze zegt dan:

In elke structuur, in elke samenleving, gaat het erom dat de grote meerderheid van de mensen een normaal leven leidt, met een redelijk gezinsleven en bepaalde normen. Als de grote meerderheid dat maar doet, kun je altijd uit de voeten met gevallen waarin het mis gaat - en er gaan dingen mis.

En Thatcher kan ook niet bedoelen dat die bestaande samenleving alléén maar ,,individuen en families’’ bevat, en verder niks. Want ze zingt in hetzelfde interview – dat dus gaat over opvoeding en kinderen - ook de lof van instituties die tot het ‘maatschappelijk middenveld’ horen: ze noemt met name kerken en vrijwilligersorganisaties.

Letterlijk zegt ze daarover:

Als het gezag van zulke instituties wordt ondermijnd, omdat ze zelf niet duidelijk zijn geweest [over normen en waarden], dan wenden mensen zich tot de staat.

Aha. Hier komt dan de kern van haar betoog in zicht.

De samenleving, aldus Thatcher, bestaat dus wel, maar als een ,,weefsel’’ van individuen en instituties (familie, kerk, vrijwilligersorganisaties), die een morele functie hebben: mensen normen en waarden bijbrengen. Doen ze dat niet, dan laten ze ruimte open voor de staat, die dan een rol op zich neemt die volgens haar niet bij de staat hoort, namelijk het waarborgen van persoonlijk geluk en welzijn.

Dat is een typisch conservatieve opvatting, die je in de jaren tachtig ook zag opkomen in Amerika, onder Ronald Reagan (en later George W. Bush), en in Nederland bij het ,,Ethisch Reveil’’ van Dries van Agt (en later J.P. Balkenende). Mensen zijn verantwoordelijk voor hun eigen lot, en gaat het mis, dan is dat niet de schuld van de samenleving, maar van eigen fouten, tekortkomingen of pech. Dus is ook niet de overheid de eerste die zulke problemen moet oplossen (en misschien ook niet eens de tweede), maar zijn dat ,,gezinnen” en maatschappelijke organisaties.

Met dat mens- en maatschappijbeeld kun je het hartgrondig oneens zijn, maar het is iets anders dan een botte ontkenning dat er zoiets bestaat als een samenleving. Juist die samenleving moet volgens Thatcher immers vitaal blijven, om de staat buiten de deur te houden.

Maar, ten slotte, waarom formuleert ze het dan zo, en zegt ze toch ‘er is niet zoiets als de samenleving’? Dus als een ontologische uitspraak, een bewering over wat er bestaat.

Filosofisch zou je dat kunnen zien als een vorm van nominalisme, of van anti-essentialisme: de samenleving is volgens Thatcher ,,geen ding’’ (no such thing), waar je een beroep op kunt doen. Geen object, maar een ,,levend weefsel’’.

Dat zullen de meeste sociologen met haar eens zijn: ook zij waarschuwen tegen reïficatie, de neiging om begrippen aan te zien voor objecten (‘de cultuur’, ‘de islam’, ‘de menselijke natuur’ et cetera). Maar ja, dan komen links en rechts elkaar hier tegen – en zijn Thatcher en Willem Schinkel het eens. Dat kan niet de bedoeling zijn.

Dus misschien moeten we Thatchers uitspraak niet zien als een ontologsiche, beschrijvende uitspraak (hoe de wereld eruit ziet), maar als een moreel voorschrift (hoe we ons moeten gedragen). En misschien wel als een politieke uitspraak die zijn eigen waarheid bewerkstelligt: ik zeg dat de samenleving niet bestaat, als excuus, en warempel, 26 jaar later is die opvatting gemeengoed. Iedereen is zelf verantwoordelijk voor zijn gedrag.

Inclusief, of juist, als het gaat om neoliberale helden als Sjoerd van Keulen.

Wat denkt u?