Een krachtige stem in de wereld

Harmonie, geen verdeeldheid; geloof, geen twijfel. Met die belofte trad ze aan na de winter of discontent van 1979. Terwijl de Labourregering nog ontkende dat de naoorlogse verzorgingsstaat failliet was, bleek het land klaar om elk alternatief te proberen. Zelfs in de persoon van een winkeliersdochter die met haar boodschap van zelfredzaamheid na een onwaarschijnlijke carrière leider van de Conservatieve Partij werd.

Margaret Thatcher, die eergisteren op 87-jarige leeftijd overleed, verkavelde het Britse politieke landschap radicaal. Ze was de eerste vrouwelijke premier en tevens de laatste die de Britten een krachtige stem in de wereld gaf. Harmonie bracht ze niet, geloof des te meer – in zichzelf, in het individu, in de markt – en obstinate wilskracht.

Ze polariseert haar land nog steeds. De een ziet haar lef en teruggekeerd Brits zelfrespect. Voor de ander is ze synoniem met werkloosheid, kapotte binnensteden en een verweesd Schotland. De financiële crisis zou het demasqué van haar wereldwijd geëxporteerde geloof in de markt aantonen.

Thatcherisme ontstond uit de Falklandoorlog (1982), die haar zelfvertrouwen gaf om de aarzelend begonnen hervormingen vaart te geven en „de armslag van de staat terug te duwen”. Staatsbedrijven die Groot-Brittannië groot hadden gemaakt, werden geprivatiseerd of afgeschreven, ze verlaagde belasting, liet het pond zweven en brak de vakbonden.

‘IJzeren Dame’ was de half-bewonderende bijnaam die Rusland voor haar bedacht. Met haar neoliberale danspartner Ronald Reagan versnelde ze de ordelijke ondergang van de Sovjet-Unie: het Westen „kan zaken doen” met Michael Gorbatsjov, vond ze.

De economische transformatie van haar land was goeddeels voltooid toen in 1989 de Muur viel. Daardoor zouden de Britten als eersten in Europa de volle kracht voelen van de globalisering die in de Koude Oorlog was bevroren.

De erosie van het Britse eilandgevoel is er óók een rechtstreeks gevolg van. Haar gevechten tegen de Brusselse ‘superstaat’ – ze tekende wel voor vrijhandel – betekenden in dat opzicht slechts uitstel. „Ik blijf ervan overtuigd dat Europa ons meer nodig heeft dan wij hen”, schreef ze in haar autobiografie. Dat dogmatisme leidde in 1990 tot haar val. Maar de partij die ze achterliet, weet zich nog steeds geen raad met Europa. En een generatie Labour-politici kon niet anders dan haar marktdenken én euroscepsis in verdunde vorm overnemen om te regeren. Haar erfenis blijft betwist. Maar het is zeker dat ze langer herinnerd zal worden dan „al die grijze pakken die na haar kwamen”, zoals Boris Johnson, haar flamboyante geestverwant, eergisteren zei.