De idealen van de paus

Elefante blanco. Regie: Pablo Trapero. Met: Ricardo Darín, Jérémie Renier, Martina Gusman. In: 7 bioscopen. ****

Decennialang werken er al priesters in de sloppenwijken van Buenos Aires. Tegen de klippen op proberen zij daar de uitzichtloze situatie van de bewoners te verlichten. De armoede is er schrijnend, overal staan half afgebouwde huizen en de niet aflatende bevolkingsgroei veroorzaakt grote gezondheids- en veiligheidsproblemen. Ondertussen wordt de wijken geplaagd door bendeoorlogen, politie-invallen en het grillige gedrag van gewapende verslaafde tieners.

De Argentijnse film Elefante blanco speelt zich af in een van die gewelddadige sloppenwijken, Villa Virgin. De titel van de film verwijst naar de Witte Olifant, een enorm karkas van een ziekenhuis dat nooit is afgebouwd en daarmee een krachtig symbool van de corruptie, machteloosheid en stilstand in het land werd. Met de bouw ervan werd begonnen in 1937, het moest het grootste ziekenhuis van Latijns-Amerika worden. Van dat ideaal kwam door allerlei staatsgrepen, welig tierende corruptie en politieke onmacht helemaal niets terecht.

In de film biedt het aan alle kanten lekkende gebouw onderdak aan ontelbare mensen, onder wie de terminaal zieke priester Julián (Ricardo Darín) die er al jaren de bevolking bijstaat. Hij schakelt de hulp in van Nicolas (Jérémie Renier), een bevriende Belgische priester en zijn beoogde opvolger. Naast hun heilswerk proberen ze samen met sociaal werkster Luciana (Martina Gusman) een bouwproject tot een goed einde te brengen. Een drugsoorlog en gebrek aan financiën bemoeilijken hun goede bedoelingen waardoor elk personage het op zeker moment dreigt op te geven. Maar desondanks blijft hun religieus idealisme overeind. Ze zijn daar immers om de armen te helpen, de verschoppelingen van de aarde naar wie verder niemand omkijkt.

Elefante blanco verwijst een aantal keer expliciet naar Carlos Mugica, een sociaal bewogen priester die in 1974 onder nooit helemaal opgehelderde omstandigheden werd vermoord. Hij was een aanhanger van de bevrijdingstheologie die sinds midden jaren zestig opgeld deed in veel Latijns-Amerikaanse landen.

Twee van de doelstellingen, een grotere sociale betrokkenheid van de Kerk bij de wereld en het verkleinen van de enorme ongelijkheid tussen arm en rijk, doen sterk denken aan de idealen van de nieuwe paus Franciscus. Dat is niet heel verwonderlijk, want Franciscus is geboren in Argentinië, werd in de jaren zeventig mede gevormd door de bevrijdingstheologie en stuurde als aartsbisschop van Buenos Aires meer priesters naar de allerarmste achterbuurten. Naar verluidt werkte hij zelf ook enige tijd in een sloppenwijk, al is er sinds zijn verkiezing als paus discussie over zijn rol tijdens de Videla-dictatuur: hij zou te weinig hebben gedaan om de arrestatie te voorkomen van twee priesters die in krottenwijken werkten.

Zijn pleidooi voor meer aandacht voor de armen en onderdrukten van de wereld klinkt niettemin als een terugkeer naar de bevrijdingstheologie, maar zonder de marxistische doelstelling van omverwerping van het kapitalisme. Net als in Elefante blanco is compassie met de medemens het kernbegrip, dus wast Franciscus de voeten van aidspatiënten en neemt hij gehandicapten in zijn armen. Of je daarmee de sociale ongelijkheid oplost, wat de bevrijdingstheologie voorstond, is een tweede, maar het vormt een opvallende breuk met zijn voorganger Benedictus die niets van de volgens hem veel te politieke bevrijdingstheologie moest hebben.

In de film staat Julián, net als de paus, dichtbij de ideologie van de bevrijdingstheologie. De jongere Nicolás is pragmatischer, hij wil bijvoorbeeld best als liaison dienen tussen de twee drugsbendes die elkaar naar het leven staan. Julián wil daar niets van weten, want voor je het weet word je als pion gebruikt. Luciana representeert de a-religieuze aanpak van betrokkenheid met de armen uit humanitaire gronden. Of hun geëngageerdheid daadwerkelijk verschil kan maken, laat de film in het midden. Tegenover elke goede daad staat tegenwerking of tegenslag. Elefante blanco maakt er geen geheim van dat er ook bij de Kerk af en toe wat geld aan de strijkstok blijft hangen – bijvoorbeeld geld om bouwvakkers te betalen die al maanden voor niets in de sloppenwijk werken.

De nogal overvolle plot van Elefante blanco is niet het sterkste punt van de film, die op zijn best is als Trapero zijn beelden laat spreken en de camera in lange, vloeiende opnames door de buurt glijdt om de nooit aflatende dagelijkse dosis ellende te tonen. Maar waar menigeen het al snel moedeloos zou laten afweten, werken de geestelijken onvermoeibaar door. Hopend op een godswonder.