Inflatie iets omlaag, maar met 2,9 procent nog hoger dan jaar eerder

Foto ANP / Lex van Lieshout

De inflatie is in maart licht gedaald naar 2,9 procent, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In januari en februari waren de prijzen voor consumenten nog 3,0 procent hoger dan een jaar eerder.

De inflatie daalde vooral doordat autobrandstoffen goedkoper werden, meldt het CBS. In maart waren automobilisten gemiddeld 0,6 procent goedkoper uit dan een jaar eerder. Het btw-tarief voor onderhoud van de woning en tuin werd bovendien in maart verlaagd van 21 naar 6 procent, wat ook een verlagend effect had op de inflatie.

De inflatie blijft wel onverminderd hoog. Roken werd in maart juist flink duurder door een verhoging van de accijnzen op tabak. De accijnzen gingen al per 1 januari omhoog, maar tot maart hebben winkels nog voorraden verkocht tegen de oude prijzen. Daardoor is de stijging nu pas goed merkbaar voor de consument. Naast rookwaren werden ook kleren en schoenen duurder.

Nederland behoort sinds de btw-verhoging op 1 oktober tot de eurolanden met de hoogste inflatie, meldde Eurostat vorige maand. De inflatie volgens de Europees geharmoniseerde methode (HICP), die vergelijking met de inflatie in andere lidstaten van de EU mogelijk maakt, is in Nederland voor de derde maand op rij uitgekomen op 3,2 procent. In de eurozone is de inflatie in maart verder gedaald met 0,1 procentpunt naar 1,7 procent. Dat betekent dat de inflatie in de eurozone nu 1,5 procentpunt lager ligt dan in Nederland. Dat verschil is na juni 2009 niet meer zo groot geweest.