Het gaat niet alleen om mooie woorden

Ralien Bekkers zet zich bij de VN in als jongerenvertegenwoordiger voor duurzaamheid. „Ik wil een brug slaan tussen generaties.”

Nederland, Amsterdam, 08-03-2013 Ralien Bekkers, Jongerenvertegenwoordiger Duurzame Ontwikkeling naar de Verenigde Naties PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS
Nederland, Amsterdam, 08-03-2013 Ralien Bekkers, Jongerenvertegenwoordiger Duurzame Ontwikkeling naar de Verenigde Naties PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2013

‘We’ gaan die grijze pakken eens een flinke schop onder de kont geven! schreef Ralien Bekkers aan de vooravond van VN-conferentie Rio+20 op haar weblog. Schertsend bedoeld natuurlijk, maar wel met een serieuze ondertoon. Bekkers (21) is Jongerenvertegenwoordiger Duurzaamheid bij de VN. Twee jaar lang doet ze haar best om de stem van jongeren te laten klinken in het internationale duurzaamheidsdebat. „Langzaamaan krijgen we nu een plekje aan tafel.”

Sinds Bekkers zich op haar vijftiende bewust werd van de problemen in de wereld om haar heen (‘Ik schrok me echt rot’) zet ze zich in voor een duurzamere samenleving. Dat doet ze met veel energie, passie en steeds met een positieve instelling. Ze netwerkt , lobbyt tot ze echt die paragraaf heeft toegevoegd aan de officiële VN-verklaring en doet haar uiterste best om de jongere en de oudere generatie samen te brengen. Zo geeft ze de ene dag les op een school en praat ze de volgende dag met staatssecretaris Mansveld, Jan Peter Balkenende of zelfs met secretaris-generaal Ban Ki-moon van de VN.

Schop je als jongerenvertegenwoordiger tegen die gevestigde orde aan?

„Nee, daar gaat het me niet om. Ik denk dat het heel belangrijk is om de oudere generatie met een nieuwe, frisse generatie te mengen, zeker als het gaat om zaken voor de lange termijn, zoals duurzaamheid. De generatie die er nu zit kan het niet alleen, want die heeft het vergezicht niet. Jongeren kunnen het ook niet alleen, want zij hebben daar de kennis, ervaring en middelen nog niet voor, maar wel weer een innovatieve blik. Ik wil een brug tussen de generaties slaan om samen verder te komen.”

Hoe ga je dat doen?

„Eigenlijk ben ik als jongerenvertegenwoordiger precies de schakel tussen de verschillende niveaus. Ik reis het hele land door om met jongeren te praten over hun ideeën over duurzaamheid, terwijl ik bijvoorbeeld op de conferentie Rio+20 ook met secretaris-generaal Ban Ki-moon heb gesproken. Dat was heel bijzonder, echt surreëel. Ik hoorde pas twee dagen van tevoren dat ik aangewezen was om namens de internationale jongeren te spreken. Die nacht heb ik maar één uur geslapen omdat ik mijn speech nog moest schrijven.”

Wat heb je tegen Ban Ki-moon gezegd?

„Dat ik niet blij ben met het proces op zo’n duurzaamheidstop. Jongeren mogen pas iets zeggen als de tekst al af is. Wat voor zin heeft onze stem dan nog?”

Hoe reageerde Ban Ki-moon daarop?

„Ban Ki-moon sprak zelf vóór mij, dus hij heeft niet direct gereageerd. Toevallig sneed hij wel veel dezelfde thema’s aan in zijn eigen speech. Hij had het bijvoorbeeld over het belang van ideeën en innovaties van jongeren, over dat we niet moeten vergeten juist de jongeren te betrekken en te benutten. Ban Ki-moon heeft jongeren ook als één van zijn vijf top priorities gesteld. Hij kon maar even blijven en omdat hij de jongeren graag wilde horen, moest ik ineens direct na hem speechen.”

Hoe doe je dat, ‘de jongeren’ vertegenwoordigen?

„Je kunt natuurlijk nooit precies zeggen wat alle jongeren vinden. Door met veel van hen te spreken, horen we wel welke thema’s ze belangrijk vinden. Duurzaam onderwijs is één van de dingen waar we ons voor inzetten. En groene werkgelegenheid is ook een belangrijk thema. We kampen met stijgende jeugdwerkloosheid terwijl er veel kansen zijn om te investeren in groene energie, wat meer banen oplevert dan de oude industrie.”

Bekkers baalt ervan dat de Nederlandse overheid zich niet meer inzet voor duurzame investeringen. „Ik schaam me dood dat we één van de smerigste landen van Europa zijn. Als er bijvoorbeeld wordt afgesproken dat in 2020 zestien procent van de energie duurzaam moet zijn, wordt er al genuanceerd: alleen als dat over een paar jaar realistisch blijkt te zijn. Ik vind dat je gewoon ervoor moet zorgen dat het lukt. Ik zou graag hogere ambities zien. Het bedrijfsleven gaat op dit moment veel sneller dan de overheid.” Ook bij de VN ergert ze zich soms aan de trage, logge processen. „Alles gaat zó langzaam, er wordt zó sloom onderhandeld over dingen die urgent zijn en die met de dag veranderen.”

Trekt de politiek jou nog, na dit jaar?

„Momenteel niet. Ik hou enorm van politiek, maar ik wil iets bereiken, iets doen. Als ik nu naar de politiek kijk, denk ik: jullie komen niet verder dan praten.”

Hoe wil jij daar verandering in brengen?

„In Rio dacht ik bijvoorbeeld: we zeggen nu allemaal mooie woorden, die schrijven we op en die verklaring wordt dan ondertekend. Maar wat gaan we er nu echt mee doen? Toen heb ik de Nederlandse afvaardiging in Rio gevraagd een oprechtheidsverklaring te ondertekenen. Daarmee geven zij aan dat ze de dingen die daar zijn afgesproken ook echt in de praktijk gaan brengen, en dat ze dat samen met de jongeren in Nederland willen doen. Natuurlijk was het een symbolische verklaring, maar wel met een serieuze boodschap: het gaat niet alleen om de mooie woorden, maar om de praktijk.”

Welk duurzaamheidsprobleem zou als eerste aangepakt moeten worden?

„Op het gebied van energievoorziening moet echt een andere koers worden ingezet. Je moet je economie niet baseren op dingen die eindig zijn. We moeten nu niet terugvallen op schaliegas, maar echt investeren in technieken om op een duurzame manier energie op te wekken.”

Kun je die investeringen doen in tijden van crisis?

„Duurzaamheid wordt te vaak gezien als iets waar we wel weer aandacht aan besteden als er weer geld is. Mensen denken dat economie en milieu niet samengaan, maar dat is niet zo. De economie heeft het milieu inmiddels flink geschaad, maar als we straks bijvoorbeeld niet voldoende grondstoffen hebben, gaat het milieu de economie ook flink schaden. Hoe langer we wachten met omschakelen op duurzame alternatieven, hoe duurder het wordt. Want de kosten van de effecten van klimaatverandering worden alleen maar hoger en hoger.”

Word je nooit pessimistisch van al die problemen waar je mee in aanraking komt?

„Nee! Ik denk echt in oplossingen en alternatieven, anders zou ik depressief worden. Ik zie ook juist veel mooie kansen, maar dan moeten we wel dingen gaan doen om het allemaal voor elkaar te krijgen. En snel, want zo veel tijd is er niet.”

Wat doe jij over een paar jaar?

„Ik wil misschien wel kijken in het bedrijfsleven en kijken of we daar eerst eens wat klappen kunnen maken. Niet te veel lullen, maar ook flink poetsen.”