‘Massaconsumptie is niet ons doel’- interview met het hoofd duurzaamheid van H&M

De modewereld ligt enorm onder vuur, vindt Helena Helmersson. „Het verbaast me soms dat andere industrieën veel minder hard worden aangepakt. Het is natuurlijk wel zo dat de mode heel veel natuurlijke bronnen opmaakt. En als je zo groot bent als wij, mogen er ook eisen aan je worden gesteld.”

Helmersson (40) werkt sinds 1997 voor H&M. Sinds december 2010 is ze hoofd duurzaamheid: ze is verantwoordelijk voor alles wat met het milieu en sociale verantwoordelijkheid heeft te maken. Niet alleen binnen H&M zelf zelf, maar ook bij de fabrieken en de toeleveraars, die meestal in de Derde Wereld zitten.

Twee weken geleden publiceerde H&M voor de elfde keer zijn duurzaamheidsrapport. Voor het tweede achtereenvolgende jaar was de Zweedse keten, dat het op een na grootste modebedrijf ter wereld is, de grootste afnemer van biologische katoen. Het lanceerde dit jaar, samen met het WNF, een plan om het watergebruik binnen de mode-industrie terug te dringen en het maakte als een van de eerste modebedrijven ter wereld de lijst openbaar van fabrieken die aan de onderneming leveren.

Tegelijk met het rapport startte H&M een internationaal inzamelingssysteem met voor elk land een andere ‘beloning’; in Nederland krijg je voor minstens een volle tas oude kleding, die niet van H&M hoeft te zijn, 15 procent korting op een kledingstuk naar keuze. „Bij de pilot in Zwitserland is gebleken dat zo’n stimulans nu nodig is om het gedrag van klanten te veranderen”, zegt Helmersson. „Misschien kan het over een paar jaar ook zonder. Het gaat erom dat kleren niet meer in een vuilniszak terechtkomen. We proberen het leven van kledingstukken zo veel mogelijk te verlengen.” De opgehaalde kleding gaat naar de tweedehands markt, ontwikkelingslanden, of wordt hergebruikt; op dit moment wordt het vooral verwerkt in autostoelen.

Hoe verhoudt het gebruik van biologische katoen zich tot dat van ‘gewoon’ katoen bij H&M?

„Nu is het 7,8 procent van de totale hoeveelheid katoen. Er is gewoon niet genoeg biologische katoen beschikbaar. Daarom zijn we in 2009, samen met andere merken, mee gaan doen aan het Better Cotton Initiative. Bij biologische katoen gaat het erom dat er geen bestrijdingsmiddelen en meststoffen worden gebruikt. Daardoor duurt het een paar jaar voor een katoenboer is omgeschakeld. Bij de teelt van Better Cotton worden minder chemicaliën gebruikt, wordt 20 procent minder water gebruikt en wordt gelet op arbeidsomstandigheden. Een boer kan daar meteen op overstappen. 3,6 procent van onze katoen is nu Better Cotton. Het is de bedoeling dat we in 2020 alleen nog maar duurzame katoen gebruiken. Dat kan ook gerecyclede katoen zijn.”

Ondertussen gebruikt H&M nog steeds heel veel viscose, een materiaal dat volgens de lijst van Made by [een door Solidaridad opgerichte non-profit organisatie die mode duurzamer wil maken] net als katoen hoort tot de textielsoorten die het meest belastend zijn voor het milieu.

„We concentreren ons op katoen omdat dat de stof is die het meest wordt gebruikt in onze collecties. Maar we proberen langzaam weg te komen van alle rode stoffen [materialen die de code D en E hebben gekregen van Made by]. We hebben natuurlijk onze Conscious-collectie, die helemaal is gemaakt van gerecycled polyester en biologische katoen. Maar het is de bedoeling dat onze klanten zich zeker kunnen voelen over al onze producten. Tencel is een goed alternatief voor viscose; het voelt hetzelfde aan, maar is minder belastend. We stimuleren onze ontwerpers daarvoor te kiezen. We doen enorm ons best; in totaal zijn er bij H&M zo’n 170 mensen betrokken bij duurzaamheid.”

H&M is er medeverantwoordelijk voor dat mode tegenwoordig zo’n hoge omloopsnelheid heeft. Dankzij H&M’s lage prijzen is het tegenwoordig normaal dat je voor een klein bedrag een tas vol kleren kunt kopen, die je vervolgens net zo makkelijk weer wegdoet.

„Op de eerste plaats willen wij mode van goede kwaliteit bereikbaar maken voor iedereen. We zitten ook in landen waar mensen niet zo veel te besteden hebben als wij. Met het inzamelen van kleding willen we laten zien dat we serieus zijn over recycling.”

Dat laat onverlet dat een kledingstuk van H&M in het Westen zonder al te veel nadenken wordt aangeschaft.

„Massaconsumptie is niet ons doel. Wij meten ons succes af aan ons marktaandeel. Doordat we zo veel praten over duurzaamheid, kan het natuurlijk gebeuren dat mensen minder gaan kopen. Maar dat doen ze dan ook bij andere merken, dus ook dan kan ons marktaandeel blijven groeien. Ik denk overigens niet dat we klanten schuldgevoel moeten aanpraten. Het is veel beter om duurzaamheid hip en bereikbaar te maken. De stoffen die we gebruiken voor de Conscious-collectie zijn duurder dan andere, maar dat berekenen we niet door.”

Behalve over het milieu gaat jullie duurzaamheidsbeleid natuurlijk ook over de arbeidsomstandigheden in de fabrieken. Hoe sluit je rampen uit als de fatale brand die afgelopen najaar uitbrak in de fabriek in Bangladesh die voor C&A werkte en waarbij meer dan honderd werknemers omkwamen?

„We hebben onderzoek gedaan naar de oorzaken van dit soort rampen. We hebben gekeken naar bedradingen, hoe een nieuwe verdieping op een gebouw is gezet. Samen met achttien andere merken hebben we een voorlichtingsfilm over brandveiligheid gemaakt, die in fabrieken in Bangladesh wordt vertoond. 100.000 mensen hebben hem al gezien, en het is de bedoeling dat aan het eind van het jaar alle textielarbeiders in Bangladesh hebben gekeken. Maar de overheid van Bangladesh heeft hierin ook een verantwoordelijkheid.”

Tweeënhalf jaar geleden raakte H&M in opspraak vanwege een schandaal in een fabriek in India, waar meisjes het terrein niet mochten verlaten, en een deel van hun salaris werd ingehouden tot aan het einde van hun contract.

„Dat was geen fabriek, maar een spinnerij, waar we geen direct contact mee hadden. Er was sprake van een Sumangali scheme. Meisjes krijgen daarbij een contract voor drie jaar. Een deel van hun loon wordt aan het einde van die periode in één keer uitgekeerd, zodat ze een bruidsschat hebben. Arme families zijn er blij mee, maar de arbeidsomstandigheden tijdens die drie jaar zijn onacceptabel. Wij hebben ons in 2011 aangesloten bij het Ethical Trade Initiative, en boycotten bedrijven die met zulke contracten werken.

„Tegenwoordig eisen wij transparantie. We werken met 1.800 fabrieken en 780 leveranciers, en die bezoeken we allemaal. We hebben een superhoge aanwezigheid. Als bedrijven geen openheid geven over lonen, overuren en andere werkomstandigheden, verbreken we de relatie.”

Omdat H&M zo goedkoop is, wordt wel gezegd, zouden andere merken dat ook moeten zijn, waardoor ze uitwijken naar fabrieken waar te lage lonen worden betaald.

„Ik heb wel eens het gevoel dat H&M extra hard wordt aangepakt omdat onze prijzen laag zijn, maar het is een misverstand om te denken dat voor een betaalbare winkelprijs lage lonen nodig zijn, en andersom. In fabrieken waarmee wij werken worden ook kleren gemaakt voor merken waarvan de winkelprijzen soms wel vijf keer hoger liggen dan bij ons. Het maakt voor die arbeiders niet uit wie de afnemer is; hun loon is hetzelfde. En de salarissen van de fabriekarbeiders vormen ook bij ons maar een klein gedeelte van de kosten. Wij hebben eigen winkels, gaan economisch om met logistiek – dat zijn de dingen waarmee wij onze prijzen laag houden. Onze bestuursvoorzitter heeft er bij de overheid van Bangladesh, waar de lonen het laagst zijn van de hele wereld, op aangedrongen het minimumloon te verhogen en elk jaar te herijken.”

Er zijn ook stemmen die zeggen: productie in de Derde Wereld deugt per definitie niet.

„Textielindustrie helpt landen uit de armoede. Zo is het nou eenmaal. Het is belangrijk mensen, en met name vrouwen, aan banen te helpen. Met het alternatief – landbouw, in de huishouding werken – zijn ze veel slechter af. Ik ben er trots op dat we dat kunnen bieden, maar het brengt wel verantwoordelijkheid met zich mee.”

Moet H&M niet gewoon zelf fabrieken beginnen?

„We zijn gestart met een project dat Modelfabrieken heet. Het zijn bestaande fabrieken, die we goed kennen en waar we vijf jaar lang honderd procent van de capaciteit zullen gebruiken. Daar zullen we zeer aanwezig zijn. We zorgen dat overwerk wordt teruggedrongen, gaan onderzoeken hoe de productie efficiënter kan en meten met hoeveel de lonen omhoog kunnen.”

Bent u wel eens nerveus, met die honderdduizenden mensen die voor H&M aan het werk zijn  in al die fabrieken?

„Laat ik het zo zeggen: we kunnen niet garanderen dat er nooit meer incidenten zullen zijn, maar we doen ons uiterste best, en vergeleken met een paar jaar geleden is er heel veel verbeterd. Er moet nog veel gebeuren, maar ik ben trots op wat we tot nu toe hebben bereikt.”

Hoeveel kleren koopt u zelf?

„De afgelopen maand heb ik twee vestjes gekocht. Sinds ik met duurzaamheid bezig ben, besteed ik mijn geld liever aan uitjes met mijn gezin.”

Feestjurk van recycled polyester uit de nieuwe Conscious-partycollectie van H&M

Eerder gepubliceerd in NRC Handelsblad.