Hoog niveau bij strijd duo's piano-zang

Op het tweejaarlijkse Studenten Liedduo Concours strijden teams van zangers en pianisten tegen elkaar. „De pianist is geen butler.”

De Iraanse bariton Arash Roozbehi tuurt met een lepe blik door de zaal terwijl hij The Vagabond van Vaughn-Williams zingt. Roozbehi is operazanger en leeft zich in alsof het lied een operarol is. Zijn begeleidster, de Duitse Erika Ott, zit met een roze bloem in het haar achter de vleugel en lipleest om Roozbehi te helpen met het volgende nummer, Es treibt mich hin van Schumann.

Dit weekend is in Enschede de derde editie van het tweejaarlijkse Internationale Studenten Liedduo Concours gehouden. Wedstrijden voor zangers en pianisten afzonderlijk zijn er genoeg, maar een concours voor liedduo’s is vrij uniek. Er zijn 27 duo’s met 21 nationaliteiten naar Enschede gekomen om zich te laten beoordelen door de jury met o.a. sopraan Roberta Alexander, pianist Rudolf Jansen en bariton David Wilson-Johnson. Slechts zes duo’s zullen de finale op zondag halen.

Het niveau is hoog, maar in de wandelgangen heerst een ontspannen sfeer. Duo’s complimenteren elkaar of vertellen hun docenten hoe leerzaam het is: een podium tegenover een sterjury laat zich in het klaslokaal niet simuleren. Sommige studenten spelen al jaren samen, anderen pas met het oog op dit concours.

Arash Roozbehi (29) en Erika Ott (24) zijn zo’n kersvers duo. Ze vonden elkaar per toeval, Ott had nooit eerder een man begeleid. „Het was een blind date”, aldus Roozbehi. En ze bleken goed bij elkaar te passen. Hoewel Roozbehi als kind graag zong, studeerde hij volgens de wens van zijn vader techniek en vond werk in een dozenfabriek in Teheran. Maar op een dag barstte hij in tranen uit: dit was niet het leven dat hij wilde. Met steun van zijn ouders vertrok hij naar Armenië, waar hij klassieke zang kon studeren. In 2011 zette hij zijn studie voort aan het ArtEZ Conservatorium en inmiddels is hij gecast voor de hoofdrol in een nieuwe opera over Peter de Grote.

Het verhaal van zijn duopartner is precies omgekeerd: Ott stopte als tienjarige met pianospelen. Ze vond het maar niets, het gedoe met wedstrijden, de opgelegde druk: te veel stimulatie kan verlammend zijn. „Ik heb later lang gebaald van die pauze, maar nu ben ik er blij om: ik weet zeker dat het mijn eigen keuze was om weer te gaan spelen.”

Na afloop zijn Roozbehi en Ott niet tevreden. „De lucht was erg droog,” zegt Roozbehi, „ik had moeite met de hoge noten.” Ook Ott heeft er een hard hoofd in: „Ik speelde te veel vieze noten.” Maandenlang oefenen moet culmineren in een recital van tien minuten. Het concours geeft geen tweede kansen.

Even later zijn de Nederlandse sopraan Charlotte Houberg (22) en de Indonesische pianist Felix Justin (28) heel blij. „Het ging erg lekker”, zegt Houberg stralend. In een groene jurk en op stiletto’s heeft ze zojuist het lot van Rachmaninovs Soldatenvrouw bezongen, met een getormenteerde blik en een helder en krachtig geluid. Justin begeleidde haar secuur. Ze kennen elkaar van het Utrechts Conservatorium en speelden vorig jaar voor het eerst samen, in een project met aria’s en liederen. Houberg: „Bij aria’s moet Felix mij volgen. Maar bij een lied is hij zeker geen ‘butler’, zoals een docent het noemde. Zijn partij is minstens zo belangrijk. Hij kan mij maken of breken.”

Individuele klasse is niet voldoende voor een goede performance, zanger en pianist moeten elkaar aanvoelen en complementeren. Volgens de jury deden ze dat goed: Houberg en Justin mogen door naar de tweede ronde op zaterdag, al reiken ze uiteindelijk niet tot de finale. Voor Roozbehi en Ott valt het doek.

Op zondag gaat zowel de eerste prijs als de publieksprijs naar het duo van de Zuid-Koreaanse bariton Siwoung Song en de Zwitserse pianiste Lauriane Follonier. De jury omschrijft hun optreden als „magisch”.