De invalkeeper

De vooraankondiging van een bijzondere keepersmiddag vond plaats aan de zijlijn in de Arena.

Ajax stond met 1-0 voor tegen Heracles. Kenneth Vermeer had niet al te veel te doen gehad in het doel. Het was uitbal voor Ajax. Vermeer nam een sprintje naar de bal, pakte hem op en ging aan de zijlijn staan.

Een bijzonder beeld, een keeper zo ver verwijderd van zijn doel. Het leek wel of Vermeer vanuit de ruimte was neergedaald. Als enige speler in een lichtblauw tenue. Er was zelfs een seconde dat ik twijfelde. Mocht een keeper eigenlijk ingooien?

Vermeer deed het al. Feilloze inworp. Beide voeten op de grond achter de zijlijn, felle zwaai met de armen. De bal belandde keurig in de voeten van een van zijn verdedigers. Onder luid applaus liep Vermeer met een sukkeldrafje terug naar zijn plek tussen de doelpalen.

In het begin van de tweede helft schoof Heracles handig door de verdediging van Ajax heen. Aanvaller Geoffrey Castillion liep alleen op het doel af. Vermeer kwam aangesneld. Net buiten het strafschopgebied ramde hij het been van de aanvaller.

Vermeer en Castillion bleven geblesseerd liggen.

Iedereen wist: zodra Vermeer opstaat, ziet hij de rode kaart.

Vermeer hield de ogen dicht. Vermeer droomde, over het stadion in Eindhoven waar hij volgende week tegen PSV het doel moest verdedigen. Vermeer zag zichzelf prachtige reddingen maken. Een kopbal van Toivonen klemvast. De bal van de voet geplukt van Lens. Lob van Mertens over de lat getikt.

De scheidsrechter trok de rode kaart. Ontzetting in de Arena. Ajax moest met tien man verder. Maar belangrijker, hoe moest het volgende week in Eindhoven? De Amsterdammers moesten hun reservekeeper opstellen in het belangrijke duel.

Wie was dat ook weer? O ja, Jasper Cillessen.

De reservekeeper stond zijn armen al los te zwaaien langs de zijlijn. Alsof hij maanden in de verpakking had gezeten. Nooit fijn, snel invallen met ook nog eens een vrije trap van Heracles op een gevaarlijke plek in het vooruitzicht.

Het fluitje. De bal suisde al langs de Ajaxmuur.

Jasper Cillessen haalde adem en vertrok van zijn plek tussen de palen. Het was een ouderwetse zweefduik. Lang hangen in de lucht. Alle tijd om te dromen van Eindhoven. Een kopbal van Toivonen klemvast. De bal van de voet geplukt van Lens. Lob van Mertens over de lat getikt.

Natuurlijk, hij moest vandaag ook nog even zijn eerste bal zien te pakken. Geen probleem. Cillessen kwam aan in de linkerhoek en plukte de bal uit de lucht. Op de grond had hij hem klemvast.

Een ovatie van het publiek. Maar Cillessen wilde meer. Razendsnel trapte hij de bal naar voren. Een stuit, daarna schoot spits Kolbeinn Sigthórsson de bal in het doel. 2-0.

Ajax won. Na afloop waren beide keepers bereid om iets te zeggen over het duel tegen PSV.

Vermeer: „Jammer dat ik niet kan meespelen.”

Cillessen: „Zenuwen? Nee, nu nog niet.”

De invalkeeper had maar één minuut nodig gehad om zich te bewijzen. In één minuut werd hij onomstreden de doelman van Ajax. En nu een weekje wachten om te zien of de droomreddingen in Eindhoven werkelijkheid worden.