Wat zie jij in deze vlek?

Hoe klinkt een mol onder de grond? Wat zie je in een wolk? Een museum in Almere laat je erover fantaseren.

Een takje, wat zand, gras en witte vegen. Waar doet het je aan denken?
Een takje, wat zand, gras en witte vegen. Waar doet het je aan denken? Foto Jordi Huisman, Museum De Paviljoens

Kijk naar een regenplas. Wat zie je? Eerst alleen een plas. Of je eigen laarzen die erin staan.

Maar je kunt ook anders naar een plas kijken. In Almere hebben ze er een woord voor bedacht. ‘Herrekijken’. Alle dingen opnieuw bekijken, betekent het. De blaadjes aan een tak, de weggegooide sappakjes op de grond, de graffiti op een muur.

Dan zie je in de plas misschien de wolken weerspiegeld. Of je ziet een modderzwembad voor de kikkervisjes.

Dit weekend kun je zelf gaan herrekijken, rond Museum de Paviljoens in Almere. Myrthe Mandemakers van het museum doet het vaak met kinderen, vertelt ze. “Het terrein rond het museum is spannend. Er is veel braakliggende grond, en wat tijdelijke gebouwen. En het museum staat op palen, dus we kunnen ook onder het museum lopen.”

Als je gaat herrekijken, krijg je een tasje mee, opdrachten, een vergrootglas, een fotocamera en een opschrijfboekje. En dan maar kijken, foto’s maken, en dingetjes in je tas stoppen. Als je weer terug bent in het museum, maak je met je foto’s en je vondsten een kunstwerk.

Myrthe vertelt dat ‘herrekijken’ is bedacht door twee kunstenaars, Carolien Euser en Madelinde Hageman. Op steeds meer plaatsen in Nederland kun je het doen. Als Myrthe met de kinderen bladeren bekijkt, probeert ze niet uit te leggen waar de nerven zitten enzo. “Het is geen natuurles. Maar als je goed gaat kijken, kun je wel monsters in de bladeren zien. Met blije gezichtjes, of een beetje boos.

“En we gaan ook fantaseren. Over geluiden die er wel zijn, maar die je niet hoort. Zoals het geluid van een mol onder de grond.” Sommige kinderen vinden het moeilijk, vertelt ze, maar dat is niet erg. “Als je beschrijft wat je ziet, ontdek je altijd wel iets nieuws. Een kind ziet nooit niks.”