Vliegen is niet zo moeilijk

Commodore Chris Lorraine (58) kwam als Brits gevechtsvlieger bij de Luchtmacht en werd Nederlander. Vorige week zwaaide hij af. Hij blijft wel Spitfire-piloot. „NAVO-vliegers begrijpen elkaar beter dan echtparen.”

Noodlanding

„Kort gezegd hield de motor er in de lucht opeens mee op. Nederland heeft nog één Spitfire, het iconische vliegtuig van de Battle of Britain. Ik hoefde niet lang na te denken toen me werd gevraagd of ik naast mijn baan als luchtmachtofficier piloot van een Spitfire wilde worden. Die dag kwam ik terug van een luchtshow in België. Door stom geluk gebeurde het vlakbij vliegveld Woensdrecht. Er is een pilotengebed dat je maar niet in de krant moet zetten: Please dear God, don’t let me fuck up. Langs de neus kijkend zag ik de baan, en ik zag ook dat ik die kon halen, maar dan moest ik echt alleen dáár op focussen. Ik besloot bewust om nergens anders op te letten, zelfs niet de brandstofkraan uit te zetten om brandgevaar te verkleinen.”

Smoes

„Vliegen is niet zo moeilijk, maar echt precies vliegen met die enorme snelheden van een F-16, denken in drie dimensies, vier, als je de tijd meerekent – dat is pittig. Maar dat is juist het plezier, de uitdaging. Je wordt beter door goed naar jezelf te kijken en door de kritiek van anderen. Je kunt fouten wel afdekken met een smoes, maar eerlijk zijn is beter. Zo help je misschien voorkomen dat iemand door een soortgelijke fout zijn leven verliest. Ik betwijfel of ik als leerling-vlieger heb genoten. Ik had faalangst. Van degenen die aan de opleiding beginnen haalt de helft het niet. Geniet ik nu? Je bent geconcentreerd en het genot komt vaak achteraf. Maar als je op 1.500 voet (500 meter) uit de wolken schiet, in de zon – dat is prachtig. Als je ouder wordt zie je ook steeds beter hoe prettig het is deel uit te maken van een groep geestverwanten. NAVO-vliegers begrijpen elkaar beter dan echtparen.”

Kouwe kleren

„Vliegen was een jongensdroom. Posters aan de muur, de boeken van luchtvaartavonturier Biggles. Op mijn negentiende ging ik in opleiding bij de Britse Royal Air Force. Nu ga ik ‘met functioneel leeftijdsontslag’ bij de Koninklijke Luchtmacht. Dat zal me niet in de kouwe kleren gaan zitten, maar nu nog even niet. Ik realiseer me dat ik een bevoorrecht mens ben dat ik zo lang heb mogen vliegen. Daar stop ik trouwens niet mee.”

Nederlandse les

„In 1983 werd ik als Brit geselecteerd voor een uitwisseling met Nederland. Het was de Koude Oorlog. We hadden twee jaar in Duitsland gewoond, waar ik op een Britse basis was gestationeerd. Ik zou naar Volkel verhuizen om in de F-16 te leren vliegen. Maar ik sprak geen woord Nederlands. De Royal Air Force wilde me terugsturen naar een talenschool in Londen, maar dat vond ik onzin. We woonden een paar kilometer van de Nederlandse grens en ik heb toen in Heerlen een priester gevonden, een oud-missionaris die zeven talen sprak. Hij heeft me Nederlands geleerd. Zes maanden lang, elke dag vier uur les. Als we moe werden gingen we de stad in en leerde je toch verder. We zijn levenslange vrienden geworden. In de Nederlandse luchtmacht kun je overdag prima toe in het Engels. Maar als je wilt worden opgenomen in het sociale leven van een squadron, met de mannen na het vliegen aan de bar, en in het dorp waar we gingen wonen, wil je Nederlands spreken.”

Staatsburger

„Mijn vrouw is Schotse, zij komt ook uit een militaire familie en heeft overal gewoond. Onze derde zoon is in Nederland geboren. We hadden het hier goed. In 1988 vroeg ik mijn commandant of ik mocht blijven. Ik verwachtte een afwijzing, maar het werd de aanbieding van de eeuw: militair vlieger blijven in een organisatie waarin ik gelukkig was. En de kinderen zouden een thuis hebben en niet naar kostschool hoeven. We hadden intussen vier jongens, en we wisten dat dit voor ons gezin goed zou zijn. Maar om bij de luchtmacht te blijven moest ik Nederlands staatsburger worden. Het lastigste vond ik om dat aan mijn vader te vertellen. Hij was geen man die gemakkelijk emoties toonde. Toen ik het hem vertelde, dacht hij even na en zei: goeie keus.”

Blitz

„Mijn ouders gingen allebei op hun veertiende van school. Mijn vader was in de oorlog jarenlang weg, in Singapore en India. Mijn moeder verhuisde tijdens de Blitz met mijn oudere broer en zus naar het platteland, maar dat vond ze niks en ze is toch teruggegaan naar Londen. Ze hebben het zwaar gehad. Later kregen ze het materieel veel beter, maar ze vergaten nooit waar ze vandaan kwamen. Ik kom op een leeftijd dat ik denk: wat betekent het als ik er niet meer ben? Als het enige dat ik achterlaat die vier jongemannen zijn op wie ik trots ben, is dat geen slechte erfenis. De oudste twee zijn militair, die waren al verpest toen ze 4 en 5 waren. Ze zagen me elke dag met een glimlach naar huis komen. Toch heb ik het nooit aangemoedigd dat ze militair werden. De jongste twee zullen het niet doen, denk ik. ”

The good fight

„Het is niet niks om te beschikken over dodelijk geweld. In de lucht is het vaak één man of vrouw die uiteindelijk op de knop moet drukken. We moeten onze 25-jarige luitenanten helpen met die macht om te gaan. Door het oorlogsrecht uit te leggen, en in persoonlijke gesprekken. Ja, dat heeft me nogal beziggehouden. Wat is het grotere doel, hoeveel geweld is gepast? Het luchtwapen in Afghanistan wordt vaak ingezet om coalitiegenoten te redden. Andere gedachten die misschien een rol spelen aan het thuisfront – is dit wel the good fight? – zijn interessant, maar niet relevant. Je kunt je niet afsluiten voor discussies in de maatschappij, maar ik heb het nooit lastig gevonden te beslissen over geweld, als dat in een democratisch systeem de opdracht is.”

Ceremonie

„Ik ben drie keer in Afghanistan geweest. In 2006 als chef-staf van de NAVO-luchteenheden, en in 2008 en 2009 toen ik korte tijd Nederlandse commandanten verving. De ceremonies voor gesneuvelde collega’s zijn onvergetelijk. Militairen van alle coalitielanden die staan opgesteld. Altijd ’s nachts, dan waren er minder raketaanvallen van de Talibaan. Collega’s, vaak in tranen, dragen een kist, soms meerdere kisten voorbij. Dan gaan ze in een vrachtvliegtuig naar ouders, vrouwen, kinderen. En zo ook Nederlanders. Is dat anders? Ja, omdat je zelf betrokken bent bij het organiseren. En nee – het zijn allemaal jonge verloren levens.”

Opgeheven squadrons

„Met sommige plekken krijg je een emotionele band. Ik fiets dagelijks over de oude hoofdstartbaan van Soesterberg naar het station. Ook bij de Britse luchtmacht zijn squadrons opgeheven, velden gesloten. Bij de bezuinigingen sluiten we nu niet veel locaties, maar er gaan toch mensen verloren, die een leven lang bij Defensie waren.”

Inschikken

„In mijn laatste functie was ik hoofd van de militaire luchtvaartinspectie (MLA), de toezichthouder op de militaire luchtvaart. Je wordt niet betaald om met iedereen vrienden te zijn. Wij schikken nu in voor de groei van de burgerluchtvaart in Europa. Door een fusie van militaire en civiele luchtverkeersleiding. En door oefengebieden op te geven. Maar ik maak me wel zorgen of we onze eigen rol kunnen houden. Samenwerken met civiele collega’s kan nu eenmaal niet op elk gebied. De KLM moet veilig naar New York vliegen, maar wij willen juist wél een beheerst risico lopen. Als we in Afghanistan ’s nachts met een heli willen kunnen landen onder vuur om commando’s op te halen, moeten we daarvoor realistisch kunnen oefenen. Vlak voor de eerste Golfoorlog (1990-’91) zijn drie van mijn Britse vrienden omgekomen. Ze vonden het nodig om lager en harder te vliegen dan ooit tevoren. Dan is het de vraag of we ze goed hebben getraind.”

Missing man

„De missing man-formatie is een oud ritueel voor overleden piloten. Een formatie van vier vliegtuigen, als de vingers van een hand, vliegt over de begraafplaats. Precies op dat moment trekt ‘de ringvinger’ scherp op, klimt weg uit de formatie. Tijdens de bijzetting van prins Bernhard in Delft, in 2004, was dat de Spitfire. Ik daag de vlieger uit die dat kan zien zonder tranen in zijn ogen.”

Testvlucht

„Alleen al het geluid van die Rolls-Royce Merlin-motor! Deze Spitfire is uit 1943, vloog op D-Day in Normandië en daarna bij de Nederlandse luchtmacht. Na veel omzwervingen kwam hij als wrak terug en werd gerestaureerd. Anderhalf jaar heeft hij na mijn noodlanding aan de grond gestaan. Nu zit er een nieuwe motor in. Ik ga er zelf ook weer mee vliegen. Volgende week doet een Britse piloot de eerste testvlucht.