Senatoren in NRC: rol Eerste Kamer in formatie onderschat

Minister Melanie Schultz van Haegen van Infrastructuur en minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie vorige week tijdens een debat in de senaat.
Minister Melanie Schultz van Haegen van Infrastructuur en minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie vorige week tijdens een debat in de senaat. Foto ANP / Martijn Beekman

Een ruime meerderheid van de senaat vindt dat de rol van de Eerste Kamer tijdens de formatie van het kabinet is onderschat. Dat blijkt uit een enquête van NRC Handelsblad onder senatoren. Niet alleen leden van de oppositie onderschrijven die stelling, ook senatoren van VVD en PvdA zeggen dat de minderheid van hun partijen in de Eerste Kamer is miskend. Het kabinet komt acht zetels tekort in de senaat.

Na de verkiezingen werd senaatsvoorzitter Fred de Graaf (VVD) door verkenner Henk Kamp gevraagd of die minderheid een probleem zou worden. “Ik heb toen gezegd dat dat geen probleem is: wij toetsen wetgeving zuiver op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid”, aldus De Graaf. Hij onderschrijft die stelling nog steeds.

Senatoren kritisch over voorzitter De Graaf

Andere senatoren spreken hem in de enquête tegen, omdat ook in de Eerste Kamer partijpolitiek overheerst. Zo zegt D66-senator Hans Engels:

“Als in een formatieproces de misvatting dat de Eerste Kamer alleen juridisch toetst de boventoon voert, kun je ongelukken verwachten. Boodschappen van Kamervoorzitters bevatten het gewenste beeld, maar niet de politieke werkelijkheid.”

“Sterker”, zegt Marijke Linthorst (PvdA), “de rol van de Eerste Kamer wordt ook nu nog onderschat. Steun in de Eerste Kamer wordt niet hier gezocht, maar in de Tweede Kamer”. Daar wordt onderhandeld over wisselende allianties.

Van alle 75 senatoren vulden 41 de enquête in. Geen enkele fractie deed helemaal niet mee. Van deze 41 onderschreef 35 de stelling dat de Eerste Kamer is onderschat. De hoge respons rechtvaardigt de conclusie dat een meerderheid van de hele Kamer dat denkt.

Uit de enquête blijkt verder onder andere dat de senatoren weinig zien in een ‘tussenformatie’, noch in grote staatsrechtelijke veranderingen van de rol van de Eerste Kamer.