KNMI verklaart de aangroei van zeeijs op de Zuidpool

Het onderzoeksschip de Polarbjørn in het zeeijs voor de kust van Antarctica (1992). Linksboven shelfijs.
Het onderzoeksschip de Polarbjørn in het zeeijs voor de kust van Antarctica (1992). Linksboven shelfijs. Foto Richard Bintanja

Een onderzoeksgroep van het KNMI heeft een aannemelijke verklaring gevonden voor de raadselachtige uitbreiding van het zeeijs rond Antarctica. Het ijs zou profiteren van een lichte verzoeting van de bovenste zeewaterlagen rond Antarctica. Die houdt menging met warm water uit de diepte tegen. De verzoeting is het gevolg van aanvoer van smeltwater van de onderzijde van de zware ijsplaten die rondom Antarctica voor de kust liggen.

Uit satellietmetingen is gebleken dat dit zogenoemde shelfijs op veel plaatsen dunner wordt. Het smelten van de ene ijssoort zou dus de uitbreiding van de andere ijssoort bevorderen. De KNMI-onderzoekers, aangevoerd door Richard Bintanja, beschrijven deze paradox in Nature Geoscience (online, 31 maart).

De uitbreiding van het relatief dunne en losse zeeijs rond Antarctica houdt klimatologen al jaren bezig. Ze is maar gering, zo’n twee procent per decennium sinds 1985 (in het lokale winterseizoen) maar geldt sinds 2007 als statistisch significant. De gangbare klimaatmodellen kunnen haar niet reproduceren.

De uitbreiding van het zuidelijke ijs contrasteert met het formidabele verlies aan zeeijs rond de noordpool. De ijsbedekking daar was in september 2012 nog niet de helft van die in 1978. Het wordt zonder omhaal toegeschreven aan het broeikaseffect.

Het gedrag van het zeeijs rond Antarctica wordt slecht begrepen. Er zijn diverse verklaringen voor bedacht, de meest aannemelijke was tot dusver dat een veranderde atmosferische circulatie tijdelijk een afkoeling teweeg brengt. Volgens Bintanja c.s. kan dit de uitbreiding van het zeeijs maar gedeeltelijk verklaren. Hun alternatieve verklaring steunt op het besef dat het smeltwater dat onder het shelfijs vrijkomt door zijn lage zoutgehalte de neiging heeft op zeewater te drijven. Inderdaad is vastgesteld dat het zoutgehalte van de bovenste waterlagen (tot 150 meter diep) is afgenomen. Werd de aangenomen gang van zaken – bewust versimpeld – als input gebruikt in een geavanceerd klimaatmodel dan kwam de uitbreiding van het zeeijs ook werkelijk tevoorschijn – zij het niet op de juiste plaats. Maar kwalitatief klopt het model, aldus Bintanja.

Nature Geoscience laat de publicatie op haar website begeleiden door commentaar van vier Britse experts. Hun oordeel varieert van welwillend tot zeer kritisch. De waarnemingsreeks is te kort en ze gebruiken volkomen verkeerde aannames over de toestroming van zoet water, zegt Paul Holland. Die gelooft zelf juist in een windeffect.