Fyra’s maken alleen testritjes bij nacht

De Fyra’s die de NS half januari van het spoor haalde, staan nog steeds te wachten op een diagnose. Hun ontwerpers zijn eindelijk opgespoord. „Nóg een valse start kunnen we ons niet permitteren.”

Fyra-treinen op rangeerterrein Watergraafsmeer, Amsterdam.
Fyra-treinen op rangeerterrein Watergraafsmeer, Amsterdam. Foto ANP

Op de treinenwerkplaats in de Amsterdamse Watergraafsmeer staan twee donkerharige mannen een sigaretje te roken. Ze praten rap Italiaans, in de schaduw van een rozerode Fyra V250. ‘AnsaldoBreda’, staat er achter op hun neongele hesjes. Het zijn monteurs van de Italiaanse treinfabrikant die de hogesnelheidstrein bouwde. Samen met zo’n dertig landgenoten zijn ze al maanden in Nederland – als onderdeel van de garantieregeling.

De NS, de ongelukkige eigenaar van negen Fyra’s, heeft nog geen idee of de treinen ooit weer het spoor op zullen gaan. Laat staan wanneer. „We zijn bezig een diagnose te stellen”, zei NS-bestuursvoorzitter Bert Meerstadt gisteren, tijdens een bezoek aan de werkplaats door de Kamercommissie Infrastructuur en Milieu. En het stellen van die diagnose kost tijd.

Want wat er allemaal mis is met de rozerode patiënten in de werkplaats, dat weet de NS nog niet precies. Een paar schroeven stevig aandraaien is in ieder geval niet genoeg – de NS twijfelt aan „het fundament” van de treinen, zegt Meerstadt. En dat daaraan niks mankeert, moet hij zeker weten. „Nóg een valse start kunnen we ons niet permitteren.”

Hij overdrijft niet. De Fyra’s hebben de eerste keer nog geen zes weken gedaan wat de bedoeling was – heen en weer rijden tussen Amsterdam en Brussel. Toen er een stuk bodemplaat losraakte, besloot de NS de treinen half januari van het spoor te halen. Tot verontwaardiging van reizigers en politici. „Een dieptepunt”, zegt Meerstadt. Achter hem tegen de muur staat een stuk van de bewuste grijze bodemplaat – verkreukeld en verbogen. „Verfrommeld”, zegt Meerstadt.

De komende maanden lichten Italiaanse, Nederlandse en speciaal ingehuurde Britse ingenieurs het hele treinontwerp nog een keer door. „De deuren, de remmen, de aandrijving”, somt Alex Rentier op, die leiding geeft aan het reparatieteam. Eerst moesten de Italianen die de treinen een jaar of acht geleden ontwierpen, worden teruggevonden, legt hij uit. Vandaar dat ze nu pas met het grote doorlichten kunnen beginnen.

In de werkplaats – Hangar 12 – staan vier Fyra’s naast elkaar op een verhoogde rails opgesteld. De overige treinen staan buiten op het rangeerterrein. Wat is er dan wél met ze gebeurd sinds ze niet meer rijden? „Die bodemplaat die destijds losraakte hebben we bijvoorbeeld veel steviger vastgemaakt”, zegt Rentier. Hij wijst op het onderstel van één van de treinen. De grijze plaat zit op drie plekken stevig vast aan de rest van de trein. Verder maken de Fyra’s ’s nachts testritjes, vertelt Rentier, en is er vooronderzoek verricht.

De aanwezige Tweede Kamerleden lopen niet over van vertrouwen na het bezoek aan de werkplaats. „Hopelijk is dit niet het toekomstige Fyra-kerkhof”, zegt VVD-Kamerlid Betty de Boer. Ze is er niet optimistisch over. „Mijn twijfels zijn toegenomen.” Ook CDA-Kamerlid Sander de Rouwe heeft zorgen. „Dat er twijfels zijn over het oorspronkelijke ontwerp, verergert het probleem.” Mocht de Fyra straks definitief worden afgeschreven, dan moeten er direct alternatieven op tafel komen, zegt De Rouwe. „Grote vervoersbedrijven met meer ervaring dan de NS.”

Vervoersbedrijf Arriva, dochter van Deutsche Bahn, bood vorige week al aan het probleem te helpen oplossen. Een samenwerking met de NS sluit Arriva daarbij niet uit. Maar NS-topman Bert Meerstadt heeft nog geen telefoontje ontvangen. Bovendien, zegt hij, is Arriva met dat aanbod aan de late kant – hij kríjgt namelijk al hulp van Deutsche Bahn, in de vorm van deskundig advies. „Arriva moet wat doen aan de onderlinge communicatie met zijn moederbedrijf.”

In de werkplaats staat de radio hard aan. SkyRadio. Eén van de monteurs fluit een deuntje mee. Over de samenwerking met AnsaldoBreda en hun Italiaanse monteurs heeft de NS geen klachten, zegt reparatieteamleider Rentier. Dat de Fyra weer gaat rijden is volgens hem ook in het belang van de Italiaanse treinbouwer. „Voor hun eigen imago.” Dat is nu „suboptimaal”, zegt hij, met gevoel voor understatement.

De NS verwacht eind juni te weten of het spoorbedrijf de Fyra’s al dan niet wil houden. En dus of de reiziger binnen afzienbare tijd weer met 250 kilometer per uur van en naar Brussel kan reizen. Het alternatief is dat de treinen worden teruggestuurd naar Italië – als het fundament inderdaad niet stevig blijkt.

Ze vallen nog binnen de garantietermijn.