Opinie

Dit is een artikel uit het NRC-archief

Sport

Bitter Oranje

Youp

Grappig dat die Jan Hommen van de ING een week of wat geleden nog jankte om een loonsverhoging omdat hij op de stranden van de Maagdeneilanden, waar de internationale bankwereld zichzelf doorgaans bruin ligt te bakken, keihard werd uitgelachen om zijn hongerloontje van een paar miljoen.

„Kop op Jan”, klopte ik hem gistermiddag zachtjes op zijn schouder in een café aan de Amsterdamse Spiegelgracht. Jan was somber. Hij was deze week de risee van Nederland. Ons geldbeluste volkje kon een paar uurtjes niet poenen aan de automaten. Computerstoring. En erger nog: heel even leek het land op Cyprus. Een groot deel van de klanten dacht dat hun geld weg was. En sommigen waren kortstondig miljonair. Virtueel dan. Geen automaat gaf hun dat geld.

„Wat een gelul”, mompelde Jan gistermiddag, „drie uur storing en alle media zeiken over me heen, terwijl de directeur van het museum hier verderop, wiens kunstbordeel zes jaar te laat wordt opgeleverd, op een schild door de stad wordt gedragen. Zes jaar te laat en een kostenoverschrijding van een kleine honderd miljoen! En heel bekend Nederland kwam deze week op de Nederlandse televisie kreunend klaar omdat ze in hun uppie door de zalen van het gerestaureerde paleis hadden mogen dolen.”

Je hoorde ze orgastisch galmen tegen Matthijs, Paul en Jeroen. De een had aan Het Joodse Bruidje mogen snuffelen, de ander mocht lekkerbekkend aan de pasteien en kwartels op de stillevens likken, weer een ander had sensueel staan loensen naar de mooiste mokkels, enzovoorts, enzovoorts. Oh, wat was het mooi en groot en fris en internationaal en wat een allure en wat waren de buitenlandse kranten opgetogen en…”

„Neem een glaasje water”, stelde ik hem voor, maar hij wilde geen anticonceptie en antibiotica.

„Doe maar bier”, en hij vervolgde: „Het is toch een schande dat die doorgedraaide wereldincest door die lege zalen mocht dwalen, terwijl wij gewone burgers binnenkort hutjemutje in een file van randdebielen met hun huishoudbeursaccentjes langs de schilderijtjes mogen schuifelen. Niks grote ruimtes, opzooien met je internationale allure. Drommen voor De Nachtwacht zul je bedoelen. Doorgeduwd door een bus Overijsselse Koffietijdteefjes die onderweg zijn naar de souvenirshop! En dat terwijl we naast de Belgen wonen. Het land waar de kerncentrales gevaarlijker dan Tsjernobyl zijn. In Zuid-Korea woon je op dit moment veiliger!”

„Kunt u wat zachter schelden?”, bitste een blonde dame, die aan een tafeltje met drie rijmwoordenboeken zat te worstelen voor een iPad. Ik herkende Daphne Deckers.

Ze zat te skypen met een zekere Guus, Paul en Thomas. Zij vond dat zin in goed op koningin rijmde en als John dat een beetje handig weg componeerde dat het dan best kon.

„Maar John componeert niks”, bemoeide Jan zich ermee, „die heeft de muziek gejat van een of andere Amerikaanse Jezus en waarom mag u in godsnaam mee rijmen met die kitscherige volksbagger?” Daphne keek stuurs voor zich uit en deed of ze zich concentreerde.

„Heb je dat gelezen over die letters boven zijn troon?”, mengde een stamgast zich in het gesprek, „Wilhelmina had een W, Juultje een J, Bea een B en nou wil Alex WA. Van Willem-Alexander. Dus dan is je opa een Duitser, je vader kwam daar vandaan, daarom zing je dat je van Duitschen Bloed bent, verder was je schoonvader fouter dan fout en dan zet je WA op je troon!! Koning van een land, waarin men aan naar Amsterdam teruggekeerde Joden uit Auschwitz achterstallige erfpacht vroeg. Alex komt uit 1967 en kan er niks aan doen, maar ik zou toch drie keer nadenken voor ik WA op mijn troon zette! Nu begrijp ik dat Moszkowicz zat te snikken bij Jensen!”

„Precies”, riep Jan, „en na een computerstoring bij mijn bank doen ze of de wereld vergaat! Ik ga dat oranje uit ons logo halen. Rood! Dat wordt de kleur. Niet omdat ik opeens socialist ben, maar ik vind rood sowieso een mooie kleur voor alle banken! Kan ik hier pinnen?”