Kabinet komt ‘rijke’ oudere iets tegemoet

Ouderen in een verpleegtehuis die hun huis niet verkocht krijgen, hoeven minder te betalen voor hun opvang. Dat heeft staatssecretaris Van Rijn (Zorg, PvdA) gisteren gezegd tijdens een Kamerdebat. Hij zei ook dat gehandicapten hun uitkering voor letselschade, bijvoorbeeld vergoedingen aan asbestslachtoffers, niet mee hoeven tellen voor het vermogen waarover zij in tehuizen worden aangeslagen.

Van Rijn komt hiermee tegemoet aan kritiek op een regeling die het parlement eerder unaniem aannam. Die moest rijkere ouderen meer laten betalen als zij in een tehuis komen. Maar door onvermoede effecten kregen veel partijen hier spijt van.

Mensen die hun huis niet verkocht krijgen moeten dat meetellen in hun vermogen, waardoor zij in de financiële problemen kunnen komen. Van Rijn gaat die mensen nu vier jaar de tijd geven om hun huis te verkopen. Tot die tijd telt het niet mee in het vermogen. Dit gold al voor mensen die in de toekomst in een tehuis komen, maar gaat nu ook gelden voor ouderen die daar al zitten.

Volgens Van Rijn kost de aanpassing nauwelijks extra. Hij zegt dat er niet veel mensen zijn met een uitkering voor letselschade en zegt dat de aanpassing voor huiseigenaren slechts een verschuiving in de tijd is. Van Rijn noemt het „niet onredelijk” een vergoeding te vragen aan ouderen voor bewoning, eten en verzorging. Die kosten hebben zij ook als zij niet in een instelling zitten.