'Zou het niet leuk zijn als we dit verfilmen?'

Met een minimaal budget maakte acteur Hugo Konings zijn eerste film. De Nederlandse tak van de Amerikaanse zender TLC zendt de film uit.

Hugo Konings (40) heeft een vol cv. Nadat hij in 1996 zijn opleiding aan de Amsterdamse Toneelschool afrondde, speelde hij in diverse Nederlandse televisieseries, films, theaterproducties en commercials. Flodder, Het Klokhuis, Goede Tijden Slechte Tijden: ze staan allemaal op zijn lijstje. Toch komt zijn door blonde bakkebaarden omlijnde gezicht maar vaag bekend voor.

„Ik kom veel op tv, maar niemand kent me”, vertelt de acteur bij zijn tweede dubbele espresso. Volgens Konings komt het omdat hij vaak vermomd in beeld was. „Als je voor Het Klokhuis in een krokodillenpak zit of een zwarte piet speelt herkennen mensen je niet.” Ook kreeg hij vaak de ‘ruigere’ rollen. „De drugsverslaafde, de terminaal zieke, de corpsbal die zich helemaal de tering zuipt. Ik werd nooit gecast als de pretty boy.”

Al sinds zijn dertiende is Konings actief in de theaterwereld. Hij heeft het maakproces echter altijd interessanter gevonden dan het op de planken staan. Die drang om te creëren leidde in het verleden tot een geslaagde theaterproductie (Co-starring) en een minder geslaagde carrière als muzikant. Ook richtte hij met collega-acteur Mark Ram Act2act op, een vooropleiding voor mensen die naar de toneelschool willen.

Voor zijn laatste project heeft Konings zichzelf weer een nieuwe rol aangemeten. Afgelopen jaar debuteerde hij als scenarioschrijver en regisseur met met Ik wil je, een spannende speelfilm over twee vriendinnen die op wandelvakantie gaan nadat een van hen is verkracht. Hij stak er al zijn spaargeld in. „Je kunt een auto kopen, op vakantie gaan of dit doen. Het doet even pijn maar je krijgt er wel iets moois voor terug.”

Het idee voor Ik wil je ontstond ongeveer een jaar geleden, na een les op de door hem opgerichte theateropleiding. „Ik had voor mijn studenten een casus bedacht: stel je voor dat je opnieuw met je verkrachter naar bed gaat. Die les liep natuurlijk op niets uit, maar het idee vond ik nog steeds spannend en interessant.”

Na de les werd er nagepraat aan de bar. „Zou het niet lachen zijn als we dit verhaal verfilmen? Ik regel wel wat mensen” aldus Konings. „Ik dacht meteen: wat heb ik nu weer gezegd. Voor ik het wist stond ik met veertien mensen op een bergtop in Slovenië, midden in de zomer in de vrieskou.”

Want wie A zegt, moet ook B zeggen. „Je kunt wel met een idee blijven rondlopen maar dan wordt je gekke Henkie. Er moet in ieder geval een redelijk uitgewerkt plan zijn.” En dus werkte Konings in de avonduren aan een script. Na anderhalve maand was het af.

De begroting voor het hele project paste op een bierviltje. „Zevenduizend euro, van mijn spaarrekening. Meer was er niet.” Ik wil je is wat ze in de filmwereld een no-budget film noemen. Ter vergelijking: Rabat, de roadmovie uit 2011 waarmee Nasrdin Dchar een Gouden Kalf in de wacht sleepte, werd gemaakt met een bescheiden budget van drie ton.

De 7.000 euro van Konings ging op aan een vergoeding voor het gebruik van de camera en de geluidsapparatuur, benzine voor de rit naar Slovenië en het verblijf van de cast en crew. Die drong er al snel op aan hun eigen eten te betalen, met het oog op het budget.

Van de acht acteurs uit de film komen er zes van Konings’ theateropleiding. Alleen Mark Ram en Diede Zillinger Molenaar zijn professionals. Niemand kreeg voor zijn diensten betaald. Ook de filmmuziek werd gecomponeerd door studenten. Twee jongens van de Hogeschool van de Kunsten in Utrecht studeerden af op het project.

Een film maken in twaalf draaidagen is „gekkenwerk”, volgens Konings. „Het waren dagen, die kun je een crew eigenlijk niet aandoen. We draaiden in hetzelfde tempo als GTST, maar dan in de bergen. Op zo’n veertig verschillende locaties.”

En dan was er ook nog de onervarenheid van de regisseur. „Er ging natuurlijk van alles fout. Er zijn maar twee shots gedraaid zoals ik ze bedacht had.” Dat was overigens zowel een vloek als een zegen. „Als je alles van te voren zou plannen, zou je de pareltjes laten liggen die je tegenkomt. Er zit bijvoorbeeld een shot in, dat zou je nooit voor elkaar hebben gekregen als je het zo had gewild. Er komt iemand aanrijden in een auto. Die persoon kijkt opzij en precies tussen twee stoelen door vangt de camera zijn blik.”

Verrassend genoeg wordt Ik wil je uitgezonden door de Amerikaanse zender TLC. Dat blijkt eerder toeval dan beleid (zie inzet). Konings en zijn ploeg verdienen niets met de uitzending. Maar daar gaat het volgens hem ook niet om. „Ook al was het een experiment, je maakt zo’n film niet voor je boekenplank.”

Ik wil je (I want you)Zondag 7 april, TLC, 21.55-22.55 uur