Zij krijgt nu vrije dagen...

Dienstmeisjes en ander huishoudelijk personeel krijgen rechten in Brazilië Dat betekent minimumloon en vrije dagen „Er zal meer zwart werk komen”

Ze kookte, waste, ruimde het huis op, maakte schoon en paste op de kinderen. Vaak zeven dagen per week, meestal meer dan twaalf uur per dag. Na 22 jaar als dienstmeisje gaf Creuza Maria dos Santos (42) er de brui aan en begon ze vorig jaar voor zichzelf als kok. Dat lef hebben niet alle empregada, Braziliaanse dienstmeisjes. Voor nog geen 300 euro per maand werken naar schatting zeven miljoen vrouwen zich het schompes.

Deze situatie gaat veranderen. Sinds deze week hebben dienstmeisjes en ander huishoudelijk personeel als huiskoks, chauffeurs en babysitters wettelijk dezelfde rechten als andere werknemers. Dankzij een wijziging van de grondwet mogen ze nog slechts acht uur per dag werken, met een maximum van 44 uur per week. Werkgevers zijn verplicht overuren en nachtwerk extra te betalen.

„Dit is de tweede afschaffing van de slavernij”, zei Eliana Menezes, voorzitter van de vakbond voor dienstmeisjes, nadat de senaat unaniem met de grondwetswijziging instemde. Van oudsher hebben veel Braziliaanse families ondersteunend personeel in huis. Het is een overblijfsel van de slavernij, die tot 1888 duurde. De grondwet van 1988 bekrachtigde nog de ondergeschikte rol van de – overwegend vrouwelijke en zwarte – dienstmeisjes.

De nieuwe rechten zijn daarom een grote sprong voorwaarts, zeggen belangenverenigingen van vrouwenrechten en arbeiders, en de epiloog van een lange geschiedenis van sociale en raciale ongelijkheid.

Maar er is een dilemma. Naar schatting zijn slechts drie op de tien dienstmeisjes officieel geregistreerd. Vakbonden vrezen dat het aantal ongeregistreerde en illegaal werkende dienstmeisjes zal toenemen, nu het inhuren van een hulp tot 20 procent duurder wordt. En dat veel dienstmeisjes op straat komen te staan.

Volgens onderzoek van het Instituut voor legaal huishoudelijk werk zou de helft van de huishoudens met een dienstmeisje haar ontslaan als de kosten oplopen. Ruim eenderde zegt een geregistreerde werker in te ruilen voor een goedkopere hulp uit het informele circuit.

In de grote steden is intussen lichte paniek uitgebroken onder middenklassegezinnen die vrezen in de toekomst zonder personeel verder te moeten. „Ik ben een groot voorstander van meer rechten voor deze vrouwen”, zegt klinisch psycholoog Joyce Mesquita (30) uit Rio de Janeiro, „maar onze salarissen groeien niet mee”.

Mesquita heeft nu een schoonmaakster voor twee dagen per week. Met een kind op komst zal ze die werkzaamheden binnenkort opschroeven naar vijf dagen per week. „Ik betaal haar bovengemiddeld goed, wij kunnen dat betalen. Maar dat geldt lang niet voor iedereen.”

Bij gezinnen met kinderen is hulp schier onmisbaar, in Brazilië bestaat nauwelijks goede kinderopvang, zegt Flavia Villela (35), journalist en moeder van twee. „We betalen het wel, maar onze meid kost straks meer dan tweehonderd real (tachtig euro) extra per maand.”

Deze redenering raakt de kern van een onderliggend probleem, meent Joaze Costa, verbonden aan de Universiteit van Brasilia. Volgens de onderzoeker denken veel Brazilianen dat ze recht hebben op een huishoudelijke hulp en moeten deze oude patronen, die diep verankerd zitten in de Braziliaanse cultuur, veranderen. De overheid zou naast deze grondwetswijziging een publiekscampagne moeten beginnen om mensen te wijzen op gelijke rechten, ook voor empregada’s, zegt hij. „Dit is een goed begin, maar voor een cultuurverandering is een wet alleen niet voldoende.”

Voor Creuza dos Santos komt de wet te laat. Zij verhuurt zich al een jaar als kok tegen een uurtarief en zal van de nieuwe regelingen niet profiteren. De vraag is of dat anders wel het geval zou zijn geweest. Haar oude werkgever, voor wie ze nog met regelmaat werkt, vertelde haar niets over de nieuwe regels. „Ik denk dat het de positie van veel vrouwen zal verbeteren”, zegt ze. „Al weet ik het niet zeker. Onderling praten we er niet over, veel vrouwen weten er niets van af.”

Ze zakt onderuit op de bank en staart voor zich uit. „Maar echt een goede positie, vergeet het maar. Daarvoor zien mensen ons nog veel te veel als slaaf.”

52

miljoen mensen werken wereldwijd als hulp in de huishouding

Blijkt uit een rapport van de International Labor Organization (ILO) van januari dit jaar. Het gaat om personen boven de 15 jaar. Daarvan is 83 procent vrouw.

7,4

miljoen kinderen werken als huishoudelijke hulp

29,9%

van de werksters heeft geen arbeidsbescherming

45%

heeft niet de mogelijkheid tot vrije dagen of vakantie

1/3e

ruim één op de drie kan niet met verlof