Zelfs schelden wordt lyriek

Pierre Bokma maakt kans op de Louis d’Or, voor zijn cabareteske rol in De Verleiders. Zelfs in zo’n rol wekt de grote Shakespeare-acteur beroering. Hoe komt dat toch?

Foto Roger Cremers

Het geheim van Pierre Bokma, de beste acteur van Nederland, werd me afgelopen jaar opgedrongen door een dame met een zoetige prosecco-adem, roodomrande ogen en een Amstelveens accent. Een halve minuut voor aanvang van De verleiders fluisterde ze onzacht in mijn rechteroor. Zijn geheim was zijn ‘onconventionele leven’ waardoor hij kon putten uit een rijke bron van emoties en ervaringen die voor doorsneeacteurs, hoe technisch begaafd ook, gesloten bleef. De vrouw doelde op de moeilijke jeugd van Bokma, die opgroeide in pleeggezinnen en weeshuizen, en die als volwassen man naar verluidt jarenlang bij een tante in Amsterdam Oud-Zuid woonde, en drie kinderen bij evenzoveel vrouwen verwekte. De dame was overduidelijk vol bewondering, en becommentarieerde vervolgens enthousiast elke scène waarin Bokma optrad („Wat geestig! Wat een wereldzin!”), waardoor het lastig werd te verstaan wat de befaamde acteur daar op het podium in feite zei.

Als Bokma opkomt in een Nederlands theater gaat er een beroering door de zaal. Vaak klinkt er al voordat hij een woord gezegd heeft een gilletje of een lach op uit de achterste banken. Dat is de manier waarop het publiek laat blijken dat het beschikt over een collectief geheugen. Zo betoont het respect voor wat Amerikanen een levende legende noemen. Zelf voel ik die spanning ook bij zijn voorstellingen. Als kind hoorde ik zijn naam met eerbied worden uitgesproken, als symbool voor wat een acteur behoorde te zijn. Ik stelde me een oude grijsaard voor die in hoofdstedelijke theaters onbegrijpelijke voorstellingen speelde. Pierre Bokma moet op dat moment amper dertig zijn geweest en succes hebben geoogst met Shakespeare-rollen.

Toen ik hem voor het eerst op het podium zag, was hij de vijftig al gepasseerd. Opvallend was zijn soepele manier van bewegen, en zijn grote beweeglijke hoofd met die volle zwartgrijze haardos. Hij stond krachtig op zijn benen, met een bovenlichaam dat vaak dreigend naar voren helde. Iemand die zich nooit of te nimmer van zijn sokken zou laten blazen. Het was het lichaam van een oud-turner, die daar op het podium zijn aanwezigheid liet gelden met de autoriteit van de voormalig tankcommandant die hij ooit in zijn legertijd was.

Ontkomen aan herhaling

„Over acteren, daar kan je geen moer over zeggen, dat worden zulke vervelende algemeenheden; allemaal lulkoek”, heeft Bokma bij herhaling en in meerdere variaties gezegd. Natuurlijk werd hij vaak genoeg gedwongen in algemene termen over zijn vak te praten. Acteren is voor Bokma „ontkomen aan de herhaling”, dat wil zeggen proberen elke keer weer met dezelfde basisgegevens die ene, unieke en perfecte voorstelling te maken. En het theater als kunstvorm is, zo heeft hij gezegd, de „uitbeelding van hoe mensen zich staande weten te houden in de wereld, zonder een compromis te sluiten”. Dat laatste zou je ook anders kunnen formuleren, namelijk als een nietsontziende overlevingsdrift. In een ander gesprek noemde Bokma de nietzscheaanse wil tot macht als reden voor zijn drang om op het podium uit te blinken. Het is de wil op het podium het licht naar je toe te trekken voordat het anderen bereiken kan.

In de rollen waarin Bokma excelleert, gaat het vaak om kleine of grote sjacheraars die vanuit een diepe onzekerheid of angst hun eigen positie veiligstellen, en daarbij soms over lijken gaan. Zijn verrassende rol in Cloaca was een goedmoedige variant. Bokma gaf de homoseksuele ambtenaar Pieter, die kunstwerken uit de collectie van de gemeente heeft ontvreemd, een uiterst eloquente, wat verkrampte onschuld mee. In 2003 was deze lichtvoetige, tragikomische toneelrol een opmerkelijke wending in de loopbaan van de grote acteur.

De verleiders, gebaseerd op het boek De vastgoedfraude, is ook een goed voorbeeld, zij het van een harde variant. Bokma speelt ‘Vijs’, overlevende van een Jappenkamp, nu mental coach en maffiamaatje van de keurig ogende vastgoedondernemer die bedrijven en pensioenfondsen voor tientallen miljoenen oplicht. Vijs citeert even gemakkelijk Shakespeare als de gemeenplaatsen uit een zelfhulpboek, en doet precies wat al die huis-tuin-en-keukentirannen doen als ze hun zin niet krijgen: kwaad worden, schelden en dreigen. „Fuck you”, schreeuwt hij in zijn telefoon, „fuck you!” roept hij tegen al te makke makelaars. Bokma scheldt uit volle overtuiging, en geeft de woorden een bijna lyrische lading mee, zeker als hij zich tot de eerste rij van het balkon wendt en maar fuck you, fuck you! blijft schreeuwen. Dankzij Bokma’s sardonische bravoure verandert deze laagdrempelige cabarettoneelvoorstelling heel even, zolang het schreeuwen duurt, in een Publikumsbeschimpfung uit een meer avant-gardistische traditie.

De rol van de bezonnebrilde Vijs lijkt Bokma uit zijn mouw te schudden, zoals hij ook in het improvisatieprogramma De vloer op achteloos een gangster neerzet die te maken krijgt met een aantrekkelijke therapeute (Anna Drijver), die verliefd op hem geworden is. Ook in die scène, nog te bekijken op YouTube, zie je Bokma driftig in zijn telefoon blaffen. En zodra de therapeute hem dreigt klem te zetten, gaat hij in de aanval, gewoon door haar vanaf zo’n vijf centimeter afstand héél intimiderend in de ogen te kijken. Er gaat een potentiële dreiging van hem uit als acteur. Maar liefst twee keer kroop Pierre Bokma op het podium in de huid van Adolf Hitler, een goede basis voor de latere vertolkingen van beroepspsychopaten. Het zal de reden zijn geweest dat Dick Maas per se Bokma wilde hebben in de sadistische speelfilm Quiz, waarin de acteur het enige lichtpunt vormde.

Ook een bad guy, maar dan van een ander kaliber, is Shakespeares Richard III, die Bokma in 1994 vertolkte bij Toneelgroep Amsterdam, in de regie van Gerardjan Rijnders, en waarvoor hij zijn eerste en tot op heden enige Louis d’Or ontving.

Gebochelde bandiet

In zulke rollen, met een tekst die zo hondsmoeilijk is dat alleen de allergrootsten hem zonder te hakkelen kunnen uitspreken, kan Bokma boven zichzelf uitstijgen. Hij speelde de rol zelfs met een handicap. Niet alleen hinkte hij over het podium, ook zijn linkerarm was vastgebonden, zodat hij de veelgeroemde gestiek van zijn handen niet kon benutten. En doordat hij zijn hoofd zowat tussen zijn schouders hield, leek hij zo’n twintig centimeter kleiner dan de overige acteurs, die in vergelijking met deze gebochelde, eenarmige bandiet niettemin nogal houterig acteerden. Althans: als ik op de enig overgebleven video-opname van die legendarische voorstelling mag afgaan. Hier was Bokma tot de kern teruggebracht: een stem, die hij wat hoger, ieler liet klinken dan zijn gebruikelijke bariton. En ogen die nerveus, onzeker knipperden, een hoofd dat hij wat seniel liet knikken. Een slechterik die half verbaasd, half verontwaardigd was hoe snel zelfs de vrouw van wie hij de man en vader had vermoord gevoelig bleek voor zijn valse praatjes en, zoals het kwade genie zegt, ‘geeft om mij, die zo wanstaltig is’.

Zelfhaat – de groten der aarde lijden eronder, omdat ze er telkens mee wegkomen de wereld te belazeren. Dat gold ook voor Peter van der Laan, de gereformeerde softwaremiljonair die Bokma in de tv-film De uitverkorene speelde, een rol die hem een Emmy Award opleverde. Van der Laan sjoemelde net zo lang totdat zijn softwarebedrijf naar de filistijnen ging, maar had, eenzaam eindigend in de gevangenis, tenminste nog zijn geloof als troost. Dat kunnen de meeste topacteurs niet zeggen. Ook zij worden betaald om de schijn hoog te houden, en ook zij zullen bij tijd en wijle alle toejuichingen die ze voor hun trucjes krijgen kotsbeu zijn. Zeker als ze soms in een mindere rol verzeild raken. In 2004 toonde Bokma zich openlijk ongelukkig met de bijrolprijs Arlecchino, omdat hij niet zo trots was op de bekroonde rol: generaal Ezra Mannon in Rouw siert Electra bij Toneelgroep Amsterdam. Deze krant constateerde toen „dat Bokma’s talent kennelijk groter was dan zijn arbeidsvreugde”. Neerbuigend doen over die rol en de prijs was niet netjes tegenover de mensen die van hem hadden genoten, vond de krant.

Maar als acteren een levensbehoefte is, in alle opzichten van dat woord, is het moeilijk er elke dag van het jaar vreugde aan te ontlenen. Bokma doet boven alles ook gewoon zijn werk, met een als grimmig te omschrijven genoegen. Hij gaat dóór, in de hoop in een volgende rol wél tot het uiterste te zullen worden getest. En dus staat hij de ene week als Shylock in De koopman van Venetië in het theater, om de week erna dienst te doen als barman Kootje de Beer in de musicalserie ’t Spaanse Schaep. Met enige reserve schudde Bokma in die vrolijke reeks de cocktailshaker, gekleed in korte broek met opgetrokken witte tennissokken. De hele cast bekte uit volle borst de meezinger ‘Lekker bakken in de zon!’ mee. Het zou me niets verbazen als de breed grijnzende Bokma ondertussen stiekem ‘fuck you!’ neuriede.

De verleiders, speelt van 22 t/m 25 mei in Carré, Amsterdam. Inl: theatercarre.nl. De Louis d’Or wordt in september uitgereikt. Inl: tf.nl