Vrouwen in ‘Huisvrouwmonologen’ zijn weinig subtiel en voorspelbaar

De Huisvrouwmonologen van Rick Engelkes Producties. Gezien 3/4, Den Haag. Tournee t/m 9/6. Inl: www.huisvrouwmonologen.nl

Na De Vaginamonologen, De Gesluierde Monologen, De Hormonologen is De Huisvrouwmonologen de jongste loot aan de monologenboom. Regisseur en scriptschrijver Geert Lageveen bewerkte hiervoor de columns van Sylvia Witteman, beroemd om haar (huis-)vrouwengeneuzel in de Volkskrant, JAN en Linda.

De Huisvrouwmonologen is Witteman zoals te verwachten en te voorzien was. Een vlotte litanie dus – het leven is één eindeloze vrijdag de dertiende – over de hedendaagse frustraties van het vrouw-zijn. Want húísvrouw, zeggen Elise (Henriëtte Tol), Gijsje (Noortje Herlaar) en Saskia (Lotje van Lunteren), noemt niemand zichzelf tegenwoordig nog. Zij evenmin.

Elise heeft zich in de jaren zestig vrijgevochten en duikt sindsdien met elke man het bed in. Door haar flierefluiterij heeft zij nu huis en haard verspeeld. Dochter Gijsje is uitgegroeid tot een controlfreak met smetvrees die zich kan verliezen in een reclamecampagne voor schoonmaakmiddel. Haar tegenhanger is nicht Saskia, die bijkans verzuipt in haar huishouden met drie kinderen, een man en (pogingen tot) freelance activiteiten.

In dat laatste typetje klinkt de Witteman uit de Volkskrant het duidelijkst door. Ze foetert op alles, van originele kindertraktaties („knakworstkrokodillen, Angry Bird minikaasjes”) tot haar voortdurend aandacht vragende kinderen, die het scheren van een bikinilijn doen uitlopen op een bloedbad – maar dan in grovere bewoordingen.

Subtiliteit is niet Wittemans forte. De dialogen zijn grotendeels voorspelbaar, de regie clichématig, met knullige overgangen. Dan is twee uur een lange zit.