Stadsbewoner kan niet zonder scherm

Willen we leven in een slimme stad of een sociale stad? Martijn de Waal schreef een boek over de verborgen ideologieën achter al die leuke apps.

Waarom nog een praatje maken met een vreemde bij het wachten op de bus. Een spelletje Wordfeud met vrienden via de smartphone is toch veel leuker? Digitale media veranderen het alledaagse leven in de stad. Dat staat centraal in het deze week verschenen boek De stad als interface. Hoe nieuwe media de stad veranderen van onderzoeker Martijn de Waal.

Wat heeft u precies onderzocht?

„Ik probeer verder te kijken dan de gangbare discussie over hoe digitale media een revolutie hebben veroorzaakt in het alledaagse leven. In deze discussie gaat het vooral over de praktische kant, over hoe een file-app ons leven makkelijker maakt. In mijn boek kijk ik op filosofische manier naar het geheel: wat verandert er in een samenleving als de stad niet meer direct wordt ervaren, maar via een scherm?”

Wat verandert er dan?

„Alledaagse momenten op straat vormen de basis waarop vertrouwen tussen stedelingen wordt gecreëerd, stelde de Amerikaanse stadsactiviste Jane Jacobs. Met software ontstaat er een filter bij deze alledaagse momenten. Zoals een spelletje met vrienden in plaats van contact met vreemden. Het contact met de eigen groep via sociale netwerken wordt sterker, waardoor er cocons ontstaan. Aan de ene kant is dit prettig, aan de andere kant ontstaat er een risico op sociale fragmentatie.”

Kijkt u optimistisch of pessimistisch naar de groei van apps?

„Ik zie twee scenario’s. Het scenario van de ‘smart city’, waarbij technologie gebruikt wordt om het alledaagse leven van een stedeling gemakkelijker te maken en te personaliseren, bijvoorbeeld met software die bepaalde restaurants aanraadt, gebaseerd op het persoonlijke profiel van de gebruiker. Het gevaar is dat mensen zich aan het gemeenschappelijke leven gaan onttrekken. Het tweede scenario is de ‘social city’. Hierbij worden banden van lokale gemeenschappen verstevigd.”

Welk scenario heeft in Nederland de overhand?

„Veel digitale media onderbouwen de ‘smart city’. Ze zijn technology driven, dat wil zeggen dat ze worden bedacht omdat het kan. Terwijl je zou moeten denken: wat is mijn ideale stad en hoe past technologie daarin? In Nederland is het nog een combinatie van de twee, al zie je de laatste vijf jaar een opkomst van online buurtinitiatieven.”

Hoe voorkom je dat deze initiatieven niet alleen door de hippe creatieve klasse worden beheerd?

„Door mensen te engageren. Je hebt een aantal trekkers nodig met een buurtnetwerk. Er liggen kansen. Als ik bijvoorbeeld kijk naar de Indische buurt in Amsterdam, die bestaat uit tweeverdieners en immigrantenfamilies met veel kinderen. De tweeverdieners zoeken een oppas, de tienerdochters van de immigranten een bijbaantje. Er bestaan nu digitale mediaplatforms die deze twee werelden bij elkaar brengen.”

U verwees net naar de ideale stad. Hoe ziet deze eruit?

„In mijn boek hou ik een pleidooi voor een republikeinse stad, als in res publica, de publieke zaak. Daarin bestaat de vrijheid om te kiezen voor een bepaalde levenswijze, maar zijn stedelingen met elkaar verantwoordelijk voor de stad in het geheel.”

Welke richting gaat het debat over digitale media de komende jaren op?

„Het databasevraagstuk. Wie is de eigenaar en wat kun je er precies mee doen? Worden verkeersdata gebruikt door parkeerbedrijven, of door actiegroepen die zich inzetten voor een verkeersluwere binnenstad? Bedrijven proberen zich deze toe te eigenen maar burgers moeten zeggenschap krijgen.”