Staatssecretaris Van Rijn past inkomensheffing AWBZ aan

Staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA) komt tegemoet aan de wensen van de Tweede Kamer.
Staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA) komt tegemoet aan de wensen van de Tweede Kamer. Foto ANP / Koen Suyk

De vermogensinkomensbijtelling in de AWBZ wordt aangepast. Staatssecretaris van Volksgezondheid Martin van Rijn (PvdA) zegde vanavond toe dat hij aan de wensen van de Tweede Kamer tegemoet gaat komen en de regeling op zeker drie punten gaat wijzigen. Dat meldt Novum.

Letselschadevergoeding telt niet mee

Letselschadevergoeding wordt uitgesloten van het vermogen dat wordt aangeslagen voor mensen die langdurige zorg nodig hebben. De Kamer vindt het niet fair dat mensen die een vergoeding hebben gekregen omdat ze bijvoorbeeld een ongeluk hebben gehad hierdoor meer moeten gaan betalen voor de AWBZ. Van Rijn zei dat hij met een ‘positieve grondhouding’ naar deze wens van de Kamer kijkt. Hij schat dat het slechts om een hele kleine groep gaat die dit aangaat, en dat er dus weinig geld mee gemoeid is.

Waarde onverkocht huis telt niet mee

Ook wil Van Rijn een regeling treffen voor mensen die op dit moment in een zorginstelling zitten maar die hun huis nog niet verkocht hebben. De waarde van hun woning wordt nu bij hun vermogen opgeteld, maar Van Rijn wil dat voor hen gedurende vier jaar een uitgestelde betaling gaat gelden. Pas als zij hun huis verkocht hebben moeten ze dan gaan betalen. Deze aanpassing is ‘budgetneutraal’, beloofde Van Rijn.

Persoonsgebonden budget telt niet meer

Een derde aanpassing betreft mensen met een persoonsgebonden budget. Als dit in een keer wordt gestort, bijvoorbeeld eind december, dan rekent de fiscus dit als vermogen. “Het pgb is geen vermogen, dat geld is bedoeld om zorg in te kopen”, merkte D66-Kamerlid Vera Bergkamp op. Volgens Van Rijn is het een ‘administratief probleem’ dat slechts een zeer beperkt aantal mensen aangaat.

Mogelijk dat de staatssecretaris ook met een alternatief komt voor gehandicapte jongeren die zeer langdurig in een instelling moeten zitten en die vermogen hebben gekregen. Omdat met deze regeling wel een hoop geld gemoeid gaat kon Van Rijn op dit punt nog geen harde toezeggingen doen.