Snip

Ze werkt op de afdeling Communicatie, de verwarde Cavia. Feuilleton over haar leven en lotgevallen.

De verwarde Cavia was per ongeluk verzeild geraakt in een groepsactiviteit. Wandelen. Ze had gedacht lekker met zichzelf op pad te gaan, maar nu bevond ze zich op de Zaanse Schans met Lisa-de-stagiaire-die-nooit-haar-mond-hield, en Harm-Jan, de stugge IT’er. De NS-wandeling had eerst door een postapocalyptisch recreatiegebied gevoerd, vol aangelegde vennetjes met enge, verlaten strandjes. Ze moesten wel drie verkrachterstunneltjes door. Lisa had het allemaal niet door, maar vertelde honderduit over haar vriend, haar volleybalteam, haar ouders, en haar studie (‘Communicatie’).

Toen de omgeving er eindelijk uit begon te zien als een koektrommel, was Cavia in haar hoofd aan het luisteren naar een zelfverzonnen mantra: „Elke stap is een stap dichter bij het station.” Harm-Jan zei helemaal niets. Misschien zat hij ook naar een mantra te luisteren.

Ze liepen langs een veldje waar vogels met lange snavels in de grond aan het porren waren. Het was steenkoud, maar de vogels deden of het lente was. Cavia waardeerde dat. „Zijn dat snippen?”, vroeg ze ineens, midden in een verhaal van Lisa.

„Nee, dit zijn grutto’s”, zei Harm-Jan. Het was het eerste wat hij had gezegd. Cavia voelde dat er een ingang was voor een gesprek. „O, want ik dacht dat ik ze herkende van het oude briefje van honderd”, zei ze. „Nee, een snip heeft kortere pootjes.” „Goh”, zei Cavia. Ze genoot ervan dat Lisa even stilgevallen was. „En de kluut? Hoe zit het met de kluut?” Harm-Jan glimlachte. „Een kluut heeft een kromme snavel. Omhoogwijzend krom. Terwijl de snavel van de wulp dan weer naar beneden wijst.” „Tjee, je weet er echt wat vanaf.” „Niet echt hoor. Mijn opa heeft geprobeerd me wat bij te brengen. Die werkte bij Staatsbosbeheer.”

Cavia had het niet verwacht, maar de rest van de wandeling was het best gezellig. Lisa belde even verderop met haar vriend en Harm-Jan vertelde over zijn opa.

J. Waterlander