Opinie

Schuldbelijdenis

Een lezer vond dat ik mij bezondigde aan het ‘modewoord’ framing.

Ik ging bij mijzelf te rade. Ben ik geobsedeerd? Zie ik door de frames het grotere plaatje niet meer? Moet ik hulp zoeken? Even afstand nemen misschien?

Dat valt nog niet mee. Neem het woord ‘modewoord’. Ook een frame. Een modewoord is geen blijvende aanwinst voor de woordenschat. Iets waar we later met gêne op terugkijken, als een begoocheling waar we weerstand aan hadden moeten bieden. Maar dat hoeft niet. Er zijn in het verleden vast ook metselaars geweest die zich stoorden aan het modewoord ‘spouw’. Spouw, ineens had iedereen het over de spouw!

Een frame dat politici de laatste tijd graag gebruiken is dat wij de staatsschuld ‘niet moeten doorschuiven naar onze kinderen’. Halbe Zijlstra zei het laatst nog, een paar keer achter elkaar, in Pauw & Witteman. Mark Rutte gebruikte het veelvuldig in de verkiezingscampagne van 2010: „Aan elk kind dat in Nederland geboren wordt schuiven wij 24.000 euro schuld door.”

Alexander Pechtold (D66): „Andere partijen vinden het blijkbaar sociaal om schulden door te schuiven.” Ook spreekt D66 van het doorschuiven van ‘groene schulden’ naar onze ‘kinderen en kleinkinderen.’

Sybrand van Haersma Buma van het CDA: „Wij vinden het heel belangrijk dat we geen schulden doorschuiven naar de generaties na ons.”

‘Doorschuiven’ – je ziet het voor je: iemand heeft geen zin in lastige maatregelen, hij kijkt even de andere kant op en schuift het probleem snel door. Een weinig heroïsche handelwijze. Het gedrag van iemand die zijn verantwoordelijkheid niet neemt, om een andere populaire politieke uitdrukking van dit moment te gebruiken.

Maar schuiven wij de wereld eigenlijk wel door? De wereld is een draaimolen, na een paar rondjes moet je eraf om plaats te maken voor de volgende generatie. Is het niet meer zo dat wij door de wereld worden doorgeschoven, in plaats van andersom?

Maar goed, als we even vasthouden aan dat ‘doorschuiven’ – dan schuiven wij behalve de staatsschuld toch ook de rest van de wereld door naar onze kinderen en kleinkinderen? De investeringen die de staat met die leningen gedaan heeft? De huizen die met die hypotheken gekocht zijn? De economie die ons in staat stelde die leningen aan te gaan?

Het is ook vreemd dat dezelfde politici die dit frame gebruiken, zich lange tijd fel verzet hebben tegen afschaffing of vermindering van de hypotheekrenteaftrek. Als een schuld iets kwalijks is, een probleem waar je je kinderen niet mee moet opzadelen, kun je het maken van schulden dan niet beter ontmoedigen? Decennialang is de kiezer aangespoord zo groot mogelijke leningen af te sluiten, acht of tien keer je jaarinkomen desnoods, want een grote schuld, dat was een zegen voor je boekhouding. En als je ouders dan doodgingen, dan erfde je misschien die schuld, die haast niets kostte, maar ook dat huis!

Is het überhaupt mogelijk om de staatsschuld niet door te schuiven? Nee. Staatsschuld wordt altijd ‘doorgeschoven’. Zuigelingen gaan geen leningen aan. Wie zijn laatste adem pas wil uitblazen als ‘onze’ staatsschuld is afbetaald, zal zo oud moeten worden als Methusalem.

Kortom, dat hele ‘doorschuif’-verhaal, het is onzin. Maar het werkt kennelijk, anders zou het niet zo populair zijn. Een sterk ingrediënt zijn natuurlijk die ‘kinderen’. Het ‘doorschuif’-frame is de retorische evenknie van de verkiezingskandidaat die zich laat fotograferen met een baby. Je bloedjes van kinderen opzadelen met een tikkende financiële tijdbom, hoe gewetenloos kun je zijn.

Het woord ‘schuld’ helpt ook. Het kapitalisme is de economische uitdrukking van het calvinisme, stelde Max Weber, en zijn leerling Walter Benjamin wees op de ‘demonische dubbelzinnigheid’ van het Duitse (en Nederlandse) woord ‘Schuld’: een uitstaande lening maar ook de verantwoordelijkheid voor een zondige daad. Dat is waar de bijbel en het kasboek samenkomen. Een schuld is een krediet, maar de bezwering dat wij ons krediet niet moeten doorschuiven naar onze kinderen, maakt aanzienlijk minder indruk dan wanneer je dat krediet ‘schuld’ noemt.

‘Door mijn krediet, mijn krediet, mijn grote krediet’ – zeg zelf, dat maakt op God geen indruk.

Jan Kuitenbrouwer is journalist, schrijver en directeur van de taalkliniek (taalkliniek.nl).