Nu is Slovenië aan de beurt

Eurocrisis // Terwijl de wereld naar Cyprus keek, spreidden rekeninghouders in Slovenië uit voorzorg hun geld over meerdere banken De komende weken moet blijken of de prille regering een noodlening kan afwenden

People walk in front of the Ljubljanska banka building in Ljubljana, March 28, 2013. Cyprus may be a "special case" in the eyes of European officials, but their handling of its bailout is taking a toll on another small euro zone member with an over-burdened banking sector - Slovenia. REUTERS/Srdjan Zivulovic (SLOVENIA - Tags: BUSINESS)
People walk in front of the Ljubljanska banka building in Ljubljana, March 28, 2013. Cyprus may be a "special case" in the eyes of European officials, but their handling of its bailout is taking a toll on another small euro zone member with an over-burdened banking sector - Slovenia. REUTERS/Srdjan Zivulovic (SLOVENIA - Tags: BUSINESS) REUTERS

Toen twee jaar geleden vrijwel alle grote Europese banken werden getest om te zien of ze overeind zouden blijven bij zware economische tegenvallers, was daar opeens het kleine jonge euroland Slovenië. De twee daar gecontroleerde banken voldeden niet aan de kapitaalvereisten. Ze stonden in hetzelfde rijtje als de twee banken op Cyprus, waar rekeninghouders dezer dagen een groot deel van hun geld verliezen.

Door het geval Cyprus is de onrust in de eurozone terug van weggeweest. Analisten gaan snel de zwakke plekken in de Europese keten langs. Hun vinger blijft hangen bij de voormalige Joegoslavische republiek Slovenië. Een land met twee miljoen inwoners, sinds 2004 lid van de EU.

Oplettende analisten zien dat de problemen die twee jaar geleden werden geconstateerd, voor een groot deel nog steeds bestaan. De drie grootste banken, waarvan de staat grootaandeelhouder is, hebben samen 7 miljard euro aan leningen uitstaan waarop niet of nauwelijks wordt afgelost. Ter indicatie: dat is ongeveer eenvijfde van wat het land jaarlijks produceert.

Terwijl de wereldpers vorige week naar de cliffhanger op Cyprus keek, haalden rekeninghouders in Slovenië bij de Nova Kreditna Banka Maribor (NKBM) en de Nova Ljubljanska Banka uit voorzorg hun geld weg, om het over meerdere banken te spreiden. En trad een minister af.

De kosten voor Slovenië om op de kapitaalmarkten te lenen schoten intussen omhoog. Er is een gerede kans dat Slovenië het vijfde land in de eurozone wordt dat een noodlening nodig heeft. Daar praten Sloveense politici vooralsnog met heel andere woorden over. De twee weken geleden aangetreden regering zegt het zonder buitenlandse bemoeienis af te kunnen. Volgens minister van Financiën Uroš Cufer is er geen acute geldnood en kan het land het een paar maanden uitzingen zodat de nieuwe regering maatregelen kan nemen.

De plannen voor een bankensanering – de slechte onderdelen kunnen volgens beproefd recept worden ondergebracht in een bad bank – liggen al klaar. Het tekort op de staatsbegroting moet worden opgelost door privatiseringen, is het overheidsidee.

De komende weken moet blijken of de prille centrum-linkse coalitie stevig genoeg is om dit ter hand te nemen. Dat moet wel onder moeilijke omstandigheden. De economie krimpt al jaren, voor dit jaar wordt min 2 procent verwacht. De werkloosheid is sinds 2008 meer dan verdubbeld, tot bijna 10 procent.

Hoewel Slovenië en Cyprus, twee kleine landen die respectievelijk in 2007 en in 2008 tot de eurozone zijn toegetreden, nu voortdurend in één adem worden genoemd, is het volgens sommigen een nonsensvergelijking. In tegenstelling tot het eiland Cyprus is Slovenië een exporteconomie. De economische problemen worden voor een groot deel veroorzaakt door tegenvallende exporten. Het is geen belastingparadijs. De meeste tegoeden zijn bovendien van Slovenen, niet van buitenlanders die hun geld in het land stallen.

Slovenië heeft zich überhaupt nooit goed in een hokje laten plaatsen. Binnen de Joegoslavische socialistische federatie was het de meest welvarende, westerse republiek met de grootste dienstensector. Het land fungeerde als draaischijf waarlangs financiële transacties met het kapitalistische Westen mogelijk waren.

Door die voorsprong verliep de overgang naar een markteconomie relatief geruisloos – al was deze volgens liberale economen onvoltooid. De greep van de overheid op de economie is nog altijd groot in verhouding tot andere EU-landen. En de weigering om te privatiseren heeft ervoor gezorgd dat de staat nog altijd de grootste aandeelhouder in de financiële sector is. Een van de redenen dat banken veel onverstandige kredieten hebben verstrekt is de politieke invloed op hun bedrijfsvoering en de incestueuze verhoudingen tussen bedrijfsleven, politiek en banken.

De regering wil nu proberen geld binnen te halen en de staat te ontlasten door te privatiseren. Opgejaagd door de crisis gaat de Sloveense economie daardoor meer lijken op die van andere EU-landen. En, zo hoopt de regering, minder op die van Cyprus.