Net als gitaarspelen moet je ook romans kunnen schrijven voor de kost

De boeken van de Amerikaanse 'self publishing'-auteur Hugh Howey.

Hugh Howey, een Amerikaanse auteur van SF-novelles, zag zichzelf lange tijd als een uitzondering. Als één van de weinigen wist hij zonder uitgever van schrijven zijn beroep te maken. Althans, dat dacht hij. Een verkenning leerde hem dat er juist velen met hem zijn: onbekend weliswaar, maar desondanks auteurs die meer dan de huur verdienen.

In een essay op Salon.com laat Hugh Howey (1975) op overtuigende wijze zien dat er toekomst is voor mensen die niet door de selectie van professionele uitgeverijen komen. Dat het met uitgevers en boekwinkels slecht gaat betekent volgens de auteur niet dat er geen markt meer is voor verhalen. Sterker, de markt wordt alleen maar groter.

Een markt die ontsloten wordt via online kanalen waarop auteurs zelf hun werk kunnen aanbieden en verkopen. Ook in Nederland, zie Mijnbestseller.nl, Pumbo.nl en Tenpages.com. Laatstgenoemde heeft zelfs een hele gemeenschap lezers die aandelen in het aangeboden werk kan kopen, gebaseerd op het model van crowdfunding.

Een echt onderzoek ligt niet ten grondslag aan Howeys beweringen. Hij zette slechts een vraag uit op een forum van ‘zelfpublicisten’: wie er met zijn schrijven honderden dollars per maand verdient. De respons was overweldigend: schrijvers van wie niemand ooit had gehoord, bleken met gemak duizenden dollars per maand te verdienen.

Met zelfpublicatie wordt de gehele ijsberg van schrijvers ontsloten

Raar, opmerkelijk? Nee, zegt Howey. Dankzij internet is de markt voor boeken eindelijk genormaliseerd. Iedereen vindt het normaal dat vele onbekende musici van hun spelen kunnen leven door op te treden in kroegen en op bruiloften. Waarom zou dat voor boeken schrijven niet gelden? Waarom kunnen alleen de schrijvers die door uitgevers uitverkoren zijn er een serieuze boterham aan verdienen?

Howey wil daarom niets weten van een vergelijking met de traditionele boekenmarkt. “Dat is het topje van de ijsberg”, legt hij uit. “Terwijl bij zelfpublicatie de grote hoop ter beschikking wordt gesteld aan lezers. Dat is dus geen eerlijke vergelijking.”

Zo bezien is zijn essay geen aanval op traditionele uitgevers. Die kunnen rustig doorgaan met het selecteren, begeleiden en promoten van de echt talentvolle schrijvers. De boekhandel blijft hun ‘concertzaal’. Dat er ondertussen ook romanschrijvers in bruine cafés optreden (sites en apps voor zelfpublicatie) botst niet met de markt voor sterschrijvers. Of zoals Howey het verwoordt: “Er is een stille menigte daarbuiten die honderden euro’s per maand verdient met iets waar ze van houdt. Dat moet gevierd worden.”