Marcel Op vakantie met een schizofreen

Ik ging een keer op vakantie met iemand die net te horen had gekregen dat hij waarschijnlijk schizofreen was. De diagnose was hard aangekomen, maar het verklaarde wel de angsten en wanen die hij soms had. Het kwam er in zijn geval op neer dat hij dingen wat heftiger waarnam dan ze in werkelijkheid waren.

Dan is de Turkse badplaats Kusadasi geen goede bestemming.

Behalve dan dat we op Schiphol de helft van ons reisbudget verloren in het casino en de busreis vanuit Izmir wel heel lang duurde verliep de heenreis voorspoedig. Aangekomen in ons familiehotel bleek er iets goed fout te zijn gegaan met de boeking. In plaats van twee aparte hotelkamers was ons een hotelkamer met twee bedden toebedeeld.

Volgens de hoteleigenaar was het geen probleem, maar mijn reisgenoot en ik namen de zaak hoog op. Een beetje te hoog, want toen we twee uur later dankzij de bemiddeling van een Duitstalige hostess van de reisorganisatie alletwee dan toch een eigen kamer hadden, was hij daar met geen mogelijkheid meer uit te krijgen.

„Ik ben bang voor Turken”, schreeuwde hij door het sleutelgat.

Omdat we in Turkije waren leek me dat een probleem.

Na de nodige telefoontjes met het thuisfront en een conflict met de schoonmaakster die ondanks de uitroep „Ich bin krank!” maar bleef wachten voor de dichte kamerdeur met haar schone beddengoed kwam hij hier een dag later voorzichtig op terug. Hij was nog steeds bang voor Turken, maar wilde wel even de kamer af, een mens moet toch eten nietwaar.

Hij wilde uiensoep.

Kusadasi bleek een plaats met maar een attractie: een metershoog standbeeld van Atatürk. Het centrum van het stadje werd bezet door honderden handelaren die ons van alle kanten besprongen met hun handelswaar, wat zijn gedachten over de Turken er niet gunstiger op maakte.

In het meest rustige restaurant bestelde hij zijn uiensoep.

De ober kwam ons een half uur later waarschuwen voor de kwaliteit van de soep.

„Unsere Schwieblesuppe sehr slecht.”

Dat klopte.

Na het eten rende hij terug naar het hotel, waar hij de rest van de week op zijn kamer bleef.

Zelf maakte ik wel uitstapjes.

Het hotel gaf hoog op van een bezoekje aan een echte Turkse kapper.

Die knipte me in het oor.

Ik kreeg korting en een enorm verband om mijn hoofd.

Toen mijn reisgenoot me zag barstte hij voor het eerst en voor het laatst die week in lachen uit.

„Ik zei het toch: je moet hier ook binnen blijven.”

En: „Zo gek ben ik dus niet.”

Ook voor niet-schizofrene mensen is Kusadasi geen aanrader.