Make-over voor de Benelux

M inister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) heeft zijn Limburgse afkomst nooit verloochend. Hij weet hoe het is om in een grensregio te wonen. Sinds zijn aantreden heeft Timmermans al vaak laten weten meer te willen investeren in de samenwerking met buurland België.

Ook Luxemburg wordt er wat hem betreft bij betrokken. De Benelux moet „fysiek meer zichtbaar” worden, zei hij in februari in een toespraak in Brasschaat. Bovendien zou de Benelux in zijn optiek ook meer kunnen fungeren als „initiator en aanjager van Europese integratie” .

In het Europese overleg weten België, Nederland en Luxemburg elkaar regelmatig te vinden. Zo sprak vorige maand, tijdens de laatste top van regeringsleiders, de Luxemburgse premier Juncker namens de Benelux zijn zorgen uit over de situatie in Syrië.

Dan is er nog de feitelijke samenwerking. Een jaar geleden tekende toenmalig minister van Defensie Hans Hillen (CDA) een overeenkomst met België en Luxemburg met als doel meer zaken gezamenlijk aan te pakken. En passant zei de minister dat de landen hiermee een deel van de zeggenschap over hun krijgsmacht opgaven. „Samenwerken is niet vrijblijvend”, aldus Hillen.

Tegen deze achtergrond doet het pleidooi van de grootste regeringspartij, de VVD, om het minder aan te doen met de Benelux-samenwerking wezensvreemd aan. En toch valt er op het tweede gezicht veel voor te zeggen. Het gaat de liberalen namelijk niet zozeer om het gezamenlijk optrekken van de drie landen, maar vooral om de aan de Benelux vastgeklonken instituten, zoals het in Brussel gevestigde secretariaat en het Benelux-parlement.

De basis voor de kritiek vormt het rapport dat de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie van het ministerie van Buitenlandse Zaken begin februari uitbracht. Eén van de meest omineuze conclusies uit het onderzoek naar het in 2010 vernieuwde Benelux-verdrag: „Het trilaterale karakter voegt in praktische zin zelden iets toe, maar belemmert de samenwerking ook niet.”

Na zo’n constatering is de vraag over de zin volkomen gerechtvaardigd. Opheffen is een woord dat in het vocabulaire van bureaucratische instituties zelden voorkomt. Toch is dit de remedie die voor het Benelux-secretariaat en zeker ten aanzien van het tandenloze Benelux-parlement het best kan worden worden toegepast.

Een dergelijke stap betekent geenszins het einde van de Benelux-samenwerking. Op politiek niveau moeten de drie landen elkaar zoveel mogelijk zien te vinden. Hetzelfde geldt voor regionale samenwerking. Maar een overleefde en overbodige tussenlaag is juist een verzwakking van de Benelux.