...maar de rest blijft nog slaaf

Vrouwenrechten // Tientallen miljoenen vrouwen in Azië werken als huisvrouw Vaak in miserabele condities De nieuwste trend: een vrije dag

Of het nu Chinese ayi’s of Indonesische pembantu’s zijn, miljoenen gezinnen wereldwijd functioneren net iets soepeler omdat ze leunen op huishoudelijk personeel. Maar de positie van dienstmeiden, nanny’s en schoonmaaksters is penibel. Vaak worden ze mishandeld, bedreigd, uitgebuit. En ze genieten niet dezelfde rechten als andere werknemers.

Het leger huishoudelijk personeel wereldwijd is de laatste twintig jaar sterk gegroeid als gevolg van de welvaart en industrialisatie in Azië, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika. Volgens de internationale arbeidsorganisatie ILO waren er rond 1995 wereldwijd 33,6 miljoen werknemers die hun geld verdienden met het huishouden van anderen. In 2010 was dit gestegen tot 52,6 miljoen mensen. Dat betekent dat wereldwijd meer mensen geld verdienen met koken en boenen dan er in Duitsland, de grootste EU-economie, werknemers zijn.

Elke week een schandaal

Verreweg het meeste huishoudelijk personeel is vrouw – 83 procent. Steeds vaker komt het personeel uit het buitenland. Er is volgens de ILO een gescheiden immigratiegolf op gang gekomen, vooral in Azië. Mannen verlaten hun thuisland (India, Pakistan, Indonesië) om elders in de bouw aan de slag te gaan. De vrouwen vertrekken om in andere keukens en kinderkamers te werken. De berekening is niet extreem nauwkeurig, geeft de ILO toe. Landen als China zijn niet scheutig met statistieken en de ILO vermoedt dat er een aanzienlijke groep illegaal personeel is. Een bovengrens van 100 miljoen is volgens de organisatie niet ondenkbaar.

De bescherming van buitenlands huishoudelijk personeel blijft vaak achter. De Braziliaanse grondwetswijziging die huishoudelijk personeel vanaf deze week dezelfde rechten geeft als werknemers in andere sectoren is uitzonderlijk. In Indonesië gaat er geen week voorbij zonder een schandaal over een dienstmeid in de problemen, soms in Maleisië of Singapore, meestal in Saoedi-Arabië.

Rizana Nafeek werd op 9 januari het symbool van brute Saoedische behandeling van buitenlands personeel. Het Sri-Lankese dienstmeisje werd toen onthoofd, omdat ze in 2005, toen ze zeventien en dus minderjarig was, een baby zou hebben vermoord. Zelf zegt ze dat het kindje was gestikt in een fles melk.

Activist Jo Becker van Human Rights Watch schrijft in een blog dat de zaak van Rizana Nafeek niet alleen de totale minachting van Saoedi-Arabië voor fundamentele mensenrechten aantoont, maar ook de grote problemen van de immigratiehausse van huishoudelijk personeel. „Velen zoeken net als Rizana werk in landen waar ze niet bekend zijn met de taal en het rechtssysteem, en waar ze weinig rechten hebben. Wellicht wist Rizana niet dat Saoedische werkgevers paspoorten in beslag nemen en personeel veroordelen tot een leven binnenshuis, zonder contact met de buitenwereld.

Momenteel wachten alleen al 25 Indonesische dienstmeiden in Saoedi-Arabië op executie. Indonesië staat niet meer toe dat vrouwen naar het land trekken als huishoudelijk personeel.

Wetgeving in de maak

Maar ook in Azië hebben dienstmeisjes niet dezelfde rechten als andere werknemers. Vorige week oordeelde een rechtbank in Hongkong dat buitenlands huishoudelijk personeel geen ingezetene van de Chinese stadstaat kan worden. Buitenlanders in het bedrijfsleven kunnen na zeven jaar in aanmerking komen voor een permanente verblijfsvergunning. De 300.000 vooral Indonesische en Filippijnse dienstmeiden en nanny’s niet: volgens de rechter is terugkeer naar het land van herkomst een expliciete voorwaarde voor hun tijdelijke visum.

Volgens mensenrechtenorganisaties zijn er wel meer landen die net als Brazilië wetgeving in de maak hebben om huishoudelijke hulpen een betere bescherming te bieden. Vorig jaar hebben acht landen de ILO Convention Concerning Decent Work for Domestic Workers geratificeerd. Tientallen andere landen zijn van zins dit te doen. In het ILO-verdrag beloven aangesloten landen om huishoudelijk personeel een minimumloon te betalen dat niet lager is dan het ‘algemene’ minimumloon.

Thailand kondigde vorig jaar aan dat schoonmaaksters betaald ziekteverlof krijgen en dat het verboden is om personeel jonger dan 15 jaar aan te nemen. De Verenigde Arabische Emiraten, met Dubai en Abu Dhabi een grote magneet voor buitenlands personeel, denkt erover huishoudsters één dag per week vrij te geven, net als Singapore sinds kort doet. Maar blijkt daar bij de halfjaarlijkse medische keuring dat een buitenlandse dienstmeid zwanger is, dan volgt subiet deportatie.

52

miljoen mensen werken wereldwijd als hulp in de huishouding

Blijkt uit een rapport van de International Labor Organization (ILO) van januari dit jaar. Het gaat om personen boven de 15 jaar. Daarvan is 83 procent vrouw.

7,4

miljoen kinderen werken als huishoudelijke hulp

29,9%

van de werksters heeft geen arbeidsbescherming

45%

heeft niet de mogelijkheid tot vrije dagen of vakantie

1/3e

ruim één op de drie kan niet met verlof