Loepzuiver Martijnarrest

Met de kritische en tegelijk liberale beslissing van het gerechtshof Leeuwarden om de pedofielenvereniging Martijn niet te verbieden en ontbinden, kan ruimhartig worden ingestemd.

In het arrest van eergisteren oordeelden de raadsheren met afkeuring dat de vereniging op zichzelf „de gevaren van seksueel contact met jonge kinderen bagatelliseert, dergelijke contacten goedpraat en ze zelfs verheerlijkt”. Dat zien de rechters als „een daadwerkelijke en ernstige aantasting van het als wezenlijk ervaren beginsel dat de lichamelijke en seksuele integriteit van het kind dient te worden beschermd”. Maar om een vereniging waarin dat allemaal gebeurt, te kunnen verbieden, stelt de wet en de rechtspraak strenge voorwaarden. En die gaan voor de vereniging Martijn niet op. Goedpraten, verheerlijken, bagatelliseren – het is verwerpelijk, maar het ontwricht de samenleving niet.

In een open, democratische samenleving is het recht voor de burger om zich vrij te kunnen verenigen en in dat verband ook verwerpelijke opvattingen te berde te brengen, van grote waarde. En het verdedigen waard. „Die samenleving zelf is weerbaar, en is in staat zich teweer te stellen tegen ongewenste uitingen en gedragingen die zij wel als verwerpelijk, maar niet als strafwaardig aanmerkt. Ze heeft in beginsel ook opvattingen voor lief te nemen die in brede kring worden verafschuwd”, aldus het hof in een loepzuivere overweging.

Het Openbaar Ministerie had bij de eis om de vereniging te verbieden en ontbinden steun gezocht bij de maatschappelijke ophef rond de zedendader Robert M. en de ophef over misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk.

Maar aan die samenloop in de nieuwsconjunctuur wil het hof geen waarde toekennen. Ook dat lijkt juist. Door die samenloop wel te zien „miskent het Openbaar Ministerie de kracht en flexibiliteit van de democratische fundamenten en van het nut en de noodzaak van maatschappelijk debat. Daarvoor dient het recht ruimte te laten, ook als dat pijnlijk is en weerstand oproept.”

Te hopen valt dat het Openbaar Ministerie in cassatie gaat, juist omdat de zaak de samenleving beroert en de kwestie van principiële aard is. De CDA-fractie in de Tweede Kamer kondigde al een initiatiefwetsvoorstel aan om het recht op vereniging juist in te perken, speciaal voor een casus als deze.

Eerder strandde een poging van het OM bij de Hoge Raad om een Harlingse afdeling van de Hells Angels civielrechtelijk te laten verbieden. „Voor een verbodenverklaring moet het gaan om meer dan uit maatschappelijk oogpunt ongewenst gedrag”, was toen de maatstaf. Ook het hof gebruikte deze. Een nieuwe wet zou deze norm moeten eerbiedigen.