Klijnsma: nieuwe nabestaandenwet wellicht soepeler

Het kabinet gaat kijken of de voorgenomen aanpassing van de Algemene nabestaandenwet (ANW) kan worden verzacht. Dat zei staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) gisteren tijdens een debat in de Tweede Kamer. „De orde van grootte is bespreekbaar, maar er komt een bezuiniging”, aldus de bewindsvrouw.

Op dit moment krijgen weduwen en weduwnaars met kinderen 70 procent van het minimumloon uitgekeerd totdat het jongste kind 18 jaar is. Nabestaanden zonder kinderen hebben geen recht op een uitkering, tenzij ze voor 1950 zijn geboren. Klijnsma wil de uitkering nu beperken tot één jaar, ongeacht de leeftijd van de kinderen. Als ze dan geen werk hebben gevonden, komen nabestaanden in de bijstand. De versobering moet het kabinet een bezuiniging van 74 miljoen opleveren in 2017.

Tijdens het debat uitte de oppositie felle kritiek op de plannen van Klijnsma. SP-Kamerlid Sadet Karabulut noemde de staatssecretaris „gevoelloos”. Elbert Dijkgraaf (SGP) citeerde het Oude Testament en zei bang te zijn „dat we in een prehistorische samenleving terechtkomen”. Carola Schouten (ChristenUnie) opende eerder deze week in deze krant al de aanval op de plannen. „Klijnsma wekt de indruk dat nabestaanden lekker thuis op de bank blijven zitten. Niets is minder waar.”

Vrijwel alle partijen wezen Klijnsma erop dat de plannen in hun huidige vorm geen meerderheid hebben in de Eerste Kamer. Partijgenoot Roos Vermeij (PvdA) maande de staatssecretaris dan ook te kijken naar „alternatieven” die „draagvlak” hebben in beide Kamers. „We kunnen rekenen”, aldus Vermeij. Ook Anoushka Schut-Welkzijn (VVD) zei zich te realiseren dat er geen meerderheid bestaat voor de plannen. Naast VVD en PvdA steunt alleen D66 de versobering van de nabestaandenwet.

Klijnsma liet weten de plannen nog eens „goed te willen doorrekenen” en de kritiek van de oppositie „uiterst serieus” te nemen. Ze wil het definitieve wetsvoorstel deze zomer naar de Tweede Kamer sturen.