‘Kinderen brengen de Hitlergroet als je langsloopt’

Moet de extreemrechtse partij NPD in Duitsland worden verboden? Het echtpaar Lohmeyer woont tussen de neonazi’s en vindt van wel.

Feest van het NPD-tijdschrift Deutsche Stimme in Viereck, Mecklenburg-Vorpommern.
Feest van het NPD-tijdschrift Deutsche Stimme in Viereck, Mecklenburg-Vorpommern. Foto Reuters

Aan de telefoon had Horst Lohmeyer gezegd dat zijn hoeve bij de splitsing links was aan het eind van een doodlopend weggetje. „Als u rechtsaf slaat, komt u uit bij de nazi’s.” Hij bedoelde dat niet als stoere praat en zeker niet als grap. Horst en zijn vrouw, Birgit Lohmeyer, wonen hier in het gehucht Jamel, midden tussen de licht glooiende, nu besneeuwde, landerijen van Mecklenburg-Vorpommern . MeckPomm, zoals Duitsers deze noordoostelijke deelstaat zelf vaak noemen, is een van de armste Länder en geldt als een van de meest ‘bruine’ van Duitsland.

Hier zitten vijf leden van de nationalistische partij NPD in het deelstaatparlement. Alleen in Saksen, in het zuidoosten, zijn de nationalisten ook op dat niveau vertegenwoordigd. Het is de NPD die nu middelpunt is van een verhitte politieke discussie: moet de partij verboden worden of niet? De vraag werd actueel nadat in november 2011 duidelijk werd dat een reeks mysterieuze moorden op vooral Turkse middenstanders tussen 2000 en 2007 gepleegd waren door een extreemrechtse terreurgroep die zich Nationalsozialistischer Untergrund (NSU) noemde.

In Duitsland kan het Constitutionele Hof in Karlsruhe een partij verbieden als zij ‘verfassungswidrig’ is, ofwel in woord, geschrift en daad indruist tegen de grondwet.

„Natuurlijk ben je altijd alert met zulke buren”, zegt Horst Lohmeyer, die muzikant is van beroep. „Maar je kunt niet altijd bang zijn. Ik merk wel dat ik op mijn hoede ben als ik ergens moet optreden. Wie zitten er in de zaal?” Zijn vrouw Birgit, is schrijver. Samen besloten zij bijna tien jaar geleden Hamburg te verruilen voor deze historische houtvesterij in dit gehucht van tien huizen en 35 inwoners. „Wij hadden wel gehoord dat hier ook een beruchte nazi woont: Sven Krüger. Maar dat leek ons geen reden om het huis niet te kopen.”

Krüger heeft een slopersbedrijf, zat namens de NPD in de lokale gemeenteraad, tot hij twee jaar geleden werd gearresteerd. Hij zit nu een straf uit van vier jaar wegens heling van gestolen bouwmachines en verboden wapenbezit. „Hij had een machinepistool in huis”, zegt Birgit Lohmeyer, terwijl ze thee met chocoladekoekjes op tafel zet. Achter haar kijkt een van de ontelbare katten geïnteresseerd door het keukenraam naar vogeltjes die aan vetbollen hangen.

Eind vorig jaar besloot de Duitse senaat, de Bondsraad, waarin alle deelstaten vertegenwoordigd zijn, na een slepende discussie een aanvraag tot ongrondwettigverklaring van de NPD in te dienen bij het Constitutionele Hof. Twee weken geleden besloot het kabinet van bondskanselier Angela Merkel (CDU), eveneens na veel intern beraad, daar niet in mee te gaan. Daardoor is het nu de vraag of de Bondsdag zich zal voegen bij de procedure van de Bondsraad. Juridisch is dat niet nodig, maar politiek zou het een duidelijk signaal zijn naar de burgers, zeggen de voorstanders in Berlijn.

Het echtpaar Lohmeyer vertelt dat Krüger zo langzamerhand het hele gehucht heeft opgekocht. En doorverkocht aan gelijkgestemden. Ze vertellen over hun angst als er bij de buren weer eens een grote bijeenkomst is van neonazi’s uit alle windstreken. Over de schietoefeningen met scherpe wapens in het nabijgelegen bos. „We staan volkomen alleen hier in dit verschrikkelijke dorp. De nazi’s hebben Jamel tot een ‘bevrijde’ zone verklaard. Niemand durft ons te steunen”, zegt Birgit. Haar man benadrukt dat alle bewoners van het gehucht inmiddels overtuigde nationaal-socialisten zijn. „Hun kinderen worden zo opgevoed. Ze brengen de Hitlergroet als je langskomt.”

In 2011 en in 2012 ontvingen Horst en Birgit Lohmeyer prijzen voor hun Zivilcourage, voor hun moed om voor hun overtuiging uit te komen. Dat is omdat zij sinds 2007 jaarlijks op hun eigen grond een muziekfestival tegen extreemrechts organiseren: Rock den Förster. Een festival dat gesponsord wordt door onder meer de Bondsregering. „Dat is mooi, die prijzen”, zegt Birgit. „Maar het zet ook kwaad bloed. Er zijn kwade tongen die beweren dat we expres hier zijn gaan wonen om geld te verdienen aan onze inzet tegen rechts.” En ze wordt moe van bijval van mensen die zeggen: wat mooi dat je dit doet, maar ik zou hier nooit willen wonen.

Toen in november 2011 bekend werd dat er zoiets als een extreemrechtse terreurgroep bestaat, schrokken de Lohmeyers. „We hadden ons niet gerealiseerd dat deze mensen ook tot moorden in staat zijn.” Het paar is zeer voor een verbod op de NPD. Alle argumenten om dat niet te doen, kennen zij. Dat de partij eenvoudig opnieuw kan worden opgericht, of juist ondergronds kan gaan. Dat je ideeën niet kunt verbieden, maar juist politiek moet bestrijden.

„Dat gaat wel een stuk makkelijker als die partij verboden is”, zegt Birgit. „Nu zeggen de mensen hier tegen ons: waar zeuren jullie over? Het is toch legaal?” Op de vraag hoe zij dit volhouden, waarom zij in dit dorp blijven wonen, zegt Birgit: „Wij zijn nakomelingen van de nationaal-socialistische dadergeneratie. Daarom is het onze maatschappelijke plicht al het mogelijke te doen om te verhinderen dat het op Duitse bodem ooit weer tot een nazidictatuur komt. Dat is voor ons tegen die historische achtergrond een eerste burgerplicht.”