‘In Damascus leven we met de dood’

Khaled Khalifa hoort de hele dag gevechten, in zijn woonplaats Damascus. „Soms moet je dagenlang binnen blijven.”

Khaled Khalifa loopt mank. Dat deed hij twee jaar geleden, bij onze eerste ontmoeting, nog niet. Maar vorig jaar februari schreef de Syrische schrijver vanuit Damascus een open brief, waarin hij het Syrische regime beschuldigde van genocide op zijn eigen bevolking en de wereld van medeplichtigheid door haar zwijgen. De wereld bleef zwijgen. De Syrische geheime politie sloeg hem in elkaar na de begrafenis van een doodgeschoten vriend. De agenten braken ook zijn hand.

„In vergelijking met wat het regime tegen de bevolking aanricht, stelt het niets voor”, zegt hij in een vraaggesprek in Breda, een paar dagen voor hij na een paar weken in Europa naar Damascus terugreist. „We leven met de dood. Veel steden zijn helemaal kapot. Drie miljoen mensen hebben geen huis meer. In tweederde van Syrië zijn er geen scholen meer. Er zitten honderdduizend mensen in de gevangenissen. Er is vaak geen eten. Het regime bombardeert ons niet alleen, het probeert onze lucht weg te nemen.”

De wereld had allang de rebellen wapens moeten leveren, een no-flyzone afkondigen en het regime voor het Internationaal Strafhof brengen, zegt hij. „Honderddertig landen maken deel uit van de Vrienden van Syrië. Maar ze praten alleen maar. Terwijl we alles nodig hebben behalve woorden. Aan de andere kant leveren de vrienden van het regime alles wat het nodig heeft. Geld. Bommen. Manschappen. En onze vrienden zeggen: ‘Ja, we staan naast jullie, maar ja, het is heel gecompliceerd’.”

Want de wereld is bang voor de radicale moslims die een rol spelen in de opstand.

„Wij zijn niet bang voor hen, Syrië is niet de Golf. De mensen willen goede scholen en goede wegen. En gerechtigheid. Ze willen niet een nieuwe dictatuur. Kijk naar de Moslimbroederschap in Egypte. Als die niets presteert, is ze voorbij.”

Is de oppositie niet ook medeplichtig aan het doorgaan van de oorlog wegens haar verdeeldheid?

„Ja. De echte oppositie, dat zijn de mensen in de gevangenis en in het geheime leven hier, en de rebellen. Niet de politici buiten de Syrische grenzen, die Syrië dertig jaar geleden hebben verlaten. Onze leiders zijn binnen Syrië. Niet die mannen die al die tijd in het buitenland hebben geleefd en nu de revolutie zien en zich met de politiek zijn gaan bemoeien. Die weten niets van Syrië.

„De groepen in het buitenland staan allemaal onder invloed van andere landen. Turkije. De Arabische Golfstaten. De Verenigde Staten. Europa. Al die landen hebben hun groepen. Maar het gaat niet om ons. Wij staan alleen, dat is de werkelijkheid. Waar heeft onze revolutie plaats? Niet in Turkije. Niet in Nederland en niet in Parijs.”

U woont in Damascus. In uw geboortestad Aleppo heeft de oorlog al grote verwoestingen aangericht. Gaat dat ook in Damascus gebeuren?

„Ik denk dat Damascus ook een zware prijs zal betalen. Er ligt nog maar een paar kilometer tussen de regeringsgebouwen en de voorsteden en buitenwijken die vrij zijn. Ik hoor de hele dag de gevechten.

„De eerste nacht dat ik weer in Beiroet was, op weg naar Europa, kwamen veel vrienden langs. ‘We missen je’, zeiden ze. ‘We moeten wat drinken, wat eten.’ Maar ik kon niet praten. In Beiroet was er niets aan de hand. In Damascus zijn er alleen maar problemen.

„Je hebt steeds contact met je vrienden: wat gebeurt er hier, wat gebeurt er daar? Zijn ze veilig? Elke dag is er slecht nieuws. Je moet naar begrafenissen. Soms moet je dagen binnen blijven. Waar ik woon, zijn we zo moe. Mijn vrienden in Beiroet zeiden tegen me: je gezicht is geel.”

Het regime is een virus, en het volk het antivirus, zegt Khalifa. „Ik bedoel niet internet, maar het leven. Virus. Antivirus. Elke dag. Elke dag is een gevecht met het regime. Zij maken een probleem, wij verdedigen ons. Geen geld, OK, we delen het. Hetzelfde met benzine. Met huizen. Moet je weg uit je buurt omdat die gevaarlijk is? Kom dan bij mij wonen. Bombardementen, checkpoints. Problemen met vervoer. Benzine voor je auto. Geen werk. Je familie heeft problemen. Geen stroom, geen internet.

„Een vriend zei tegen me: ik heb het zo koud. Maar ik zei: ik ga in mijn auto zitten werken met de verwarming aan, met een kopje koffie. Vier uur, vijf uur. Mijn vriend zei: dat is een heel goed idee.

„Soms gaan de beschietingen van zeven uur ’s ochtends tot zes uur ’s avonds door. Ik kan uit mijn huis de bombardementen zien. Alsof ik naar een film kijk. En ik wacht op mijn eigen bombardement.”

Toch blijft u in Damascus.

„Ja, want het is ook mijn revolutie. Ik kan mijn volk niet alleen laten.

„Het Ba’ath-regime is voorbij. Nu praten we over de toekomst. De vraag is alleen hoe hoog de prijs zal zijn die we nog moeten betalen. Misschien zet het regime zijn chemische wapens in. Dit bewind kent geen grenzen.”