Ik zie ze rondjes draaien Marijke van Warmerdam

Vechtende kamelen. Gemaakt door een Mogol-kunstenaar, eind 17de eeuw.
Vechtende kamelen. Gemaakt door een Mogol-kunstenaar, eind 17de eeuw.

„Ze staan in het niks, deze twee Arabische eenbultige kamelen. Even dacht ik dat de een het omgekeerde beeld van de ander is, maar hun koppen kijken dezelfde kant op. Als je echter naar hun houding kijkt, spiegelt de ene kameel, die kruislings voor de ander is geplaatst, zich wel degelijk in de andere. Bovendien bijten ze ieder in een poot van de ander, houden elkaar zo vast en kunnen geen kant meer op. Ik zie een geconstrueerd moment.

„Er zijn onwaarschijnlijk veel details te zien als je de gouache van dichtbij bekijkt. De omranding van de kleden is uitgewerkt met de dunste penselen. De voetjes zijn heel mooi gedetailleerd. De haartjes op de bulten zijn zo minuscuul getekend dat het aandoenlijk is. Dat laatste geldt ook voor de koppen en de staarten.

„De staarten hebben door hun beweeglijkheid ook iets losjes, wat de tekening zo aantrekkelijk maakt. En de pluizige bulten die door de dekkleden heen steken, lijken wel bollen die op hun rug zijn geplakt.

„De eenbultige kameel ofwel dromedaris gebruikt zijn bult voor de opslag van vet waardoor het dier enige dagen zonder water en voedsel kan overleven, zelfs in een snikhete woestijn. Zo’n eigenschap past heel goed bij de patstelling waarin deze twee verkeren. Ik zie ze rondjes draaien, een film die eindeloos kan duren.”