Het is zover. Het Rijks gaat na tien jaar open. Wat is er veranderd?

Kabinet in de Eregalerij. Foto NRC / Olivier Middendorp

Na tien jaar renoveren, restaureren en verbouwen heropent het Rijksmuseum volgende week zijn deuren. Wat zijn de belangrijkste veranderingen? Hoe toont het museum zijn stukken? En wat schrijven de critici?

Delfts Blauw, modelschepen, zilverwerk, schutterstukken, poppenhuizen en meesterwerken uit de Nederlandse geschiedenis. Van Rembrandt tot Mondriaan; alles is weer te zien in het vernieuwde Rijks. Tien jaar later en 375 miljoen euro verder. Directeur Wim Pijbes verwacht na de opening op zaterdag 13 april twee miljoen bezoekers per jaar, het dubbele van nu. De laatste keer dat het Rijks een heel jaar open was, in 2002, trok het 1,3 miljoen mensen.

Gekozen is voor een chronologische opstelling die de bezoeker door de geschiedenis van de Middeleeuwen tot en met de twintigste eeuw voert.

Neem alvast een kijkje:

De belangrijkste veranderingen

De Spaanse architecten Antonio Ortiz en Antonio Cruz werden aangesteld om de foute ingrepen aan het museumgebouw in de loop van de jaren ongedaan te maken. Het gebouw van Pierre Cuypers moest in ere worden hersteld; dat was de opdracht. De aanpassingen zijn minimaal, maar zeer aanwezig.

Architectuurcriticus Tracy Metz zet vandaag in NRC de belangrijkste aanpassingen op een rij:

  • Meest opvallend is de 2.250 vierkante meter grote ondergrondse ontvangsthal. De grond onder het bestaande gebouw is metersdiep uitgegraven en de twee binnenhoven, die de afgelopen eeuw met talloze tussenverdiepingen waren volgebouwd, zijn weer opengemaakt.
  • De daken van de hoge binnenhoven zijn van glas, de wanden zijn de oorspronkelijke warmrode bakstenen muren van Cuypers en het atrium zelf is bekleed met beige Portugees kalksteen. Als je op straatniveau door het gebouw heenloopt kun je dwars door de nieuwe glazen zijwanden van de onderdoorgang omlaag in de grote nieuwe ontvangstruimte kijken.
  • Aan de buitenkant zijn maar twee nieuwe toevoegingen te zien. Met hun hoekige vormen en hun gevels van glas en kalkzandsteen steken ze scherp af bij de rijk gedecoreerde bakstenen muren van Cuypers. Het opvallendste is het Aziatische paviljoen.
  • De omstreden fietstunnel onder het gebouw blijft behouden.

De zaal van de Nachwacht in 1990 (links) en de zaal nu. Foto’s ANP

Probleem van twee ingangen niet opgelost
De architecten hebben compromissen moeten sluiten, waarvan de ingang de belangrijkste is. Metz:

Cuypers ontwierp het museum in de vorm van een symmetrische stadspoort die door de passage doormidden wordt gedeeld. Er waren aan beide zijden ingangen, op het voorplein aan de Stadhouderskade, waardoor bezoekers altijd twijfelden waar ze naar binnen moesten. Dat is niet opgelost: nog steeds zijn er toegangen aan twee kanten, nu ín de passage aan weerskanten van het veelbesproken fietspad.

Toch nog een hedendaags accent

In het 19de-eeuwse neo-gothische/neo-renaissance-gebouw is ook nog een hedendaags accent aangebracht. De Britse kunstenaar Richard Wright schilderde een optisch golvende sterrenhemel op de sierplafonds boven de twee trappenhuizen, links en rechts van de Nachtwachtzaal:

Foto ANP / Jerry Lampen

Van diep ontroerend tot Rembrandt die zich zou omdraaien in graf

De Brits-Amerikaanse kunsthistoricus Simon Schama in FT:

“In een tijd van inwisselbare internationale kunstbeurzen, allemaal leurend met dezelfde hedendaagse kunst, heeft het iets diep ontroerends dat een grote kunstinstelling niet bang is om nog eens het eigene van haar nationale cultuur en geschiedenis te bevestigen, en om daaruit reden tot algemene vreugde in plaats van onbehaaglijke verlegenheid te putten. [...] De heropening van het Rijksmuseum is een gelegenheid geworden met volop mogelijkheden tot een milde maar onbeschroomde daad van nationale herbevestiging. En dit alles zonder een zweem van bekrompen chauvinisme.”

Carol Vogel in The New York Times:

“Het museum heeft weer een groot deel van zijn 19de-eeuwse grandeur herwonnen in combinatie met 21ste-eeuwse technologie en verlichting.”

De 76-jarige architect Moshé Zwarts zegt vandaag in NRC dat hij het onbegrijpelijk vindt dat het “intense en overdreven katholieke karakter” van het gebouw niet meer mensen tegen de borst stuit:

“We praten hier wel over het belangrijkste museum van Nederland. Grote Nederlandse kunstenaars als Rembrandt en Frans Hals zouden zich omdraaien in hun graf als ze zouden zien waar ze al die jaren hebben gehangen. Mensen gaan vaak lachen als ik dit zeg, maar ik meen het. En wat doet deze verbouwing? Die versterkt dat katholieke karakter.”

Hoe toont het museum zijn historie?

Het nieuwe Rijks gaat resoluut voorbij aan recente neiging van musea om kunst en andere objecten in onderlinge thematische samenhang te tonen, schrijft kunstredacteur Raymond van den Bogaard vandaag in de speciale Rijksbijlage van NRC.

“Het Rijks is in zijn nieuwe gedaante in veel opzichten het exacte tegendeel van deze educatieve opzet. Wat zegt ons de imposante spiegelversiering van de Royal Charles, het vlaggeschip van de Engelse vloot dat Michiel de Ruyter in 1667 in Chatham buitmaakte? Of een dubbeldeks vliegtuig van luchtvaartpionier Frits Koolhoven? Of dat prachtige nazischaakbord dat van NSB-leider Mussert is geweest? De bezoeker mag het zelf uitmaken. De door Huizinga bepleite ‘historische sensatie’ is ruimschoots aanwezig: zaal na zaal toont het museum eclectisch zijn schatten, spectaculair opgesteld en uitgelicht en zonder dwingende interpretatie van het getoonde.

Je kunt dat, zoals ik toen ik na een eerste blik min of meer verpletterd weer buiten stond, bevrijdend vinden. Of je kunt denken dat het beroep van het museum op de historisch-kritische faculteiten van de bezoeker te gering is, en de algemene indruk ‘waarin een klein land groot kan zijn’ een te magere opbrengst van een bezoek aan een Nationaal Historisch Museum. Na de sensatie kan het debat beginnen.”

    • Marije Willems